De beste wensen voor 2026. Dat het maar een hoopvol jaar mag worden voor Bond 26. De tekenen zijn in ieder geval veelbelovend. Na de benoeming van onder meer een regisseur en een schrijver voor het nieuwe Bond-project, kan het alleen maar de goede kant op gaan. Stukje bij beetje zullen we meer te weten komen over de nieuwe film, al zal het dit jaar nog maar mondjesmaat zijn; de film staat vooralsnog gepland voor 2028.
Het jaar 2028 is exact over twee jaar na nu. Over een releasedatum is nog niet gerept. Ondanks dat de James Bond films sinds dertig jaar steevast uitkomen in het najaar, behoort een vroege 2028-première ook nog altijd tot de mogelijkheden. Twee jaar, dat is op afzienbare tijd. Wie herinnert zich de frequentie van iedere twee jaar een nieuwe Bond-film? Nou, zo lang nog dus.
Wordt besloten om toch die najaarsrelease in ere te houden, dan vinden er over twee jaar na nu zeker opnamen plaats. Vanuit welke hoek je het ook bekijkt; over twee jaar zitten we gebakken, het aftellen begint vandaag.
Gaandeweg dit jaar weten we zoveel meer dan nu. We weten bijvoorbeeld welke geruchten allemaal onjuist waren over de nieuwe hoofdrolspeler. Dat we al die tijd op verkeerde paarden hebben gewed en dat het toch nét die naam is geworden die iedereen over het hoofd had gezien. Niet om ons ongelijk op de proef te stellen, enkel omdat we elkaar maar napraten met onbetrouwbare bronnen via het roddel- en achterklapcircuit, simpelweg omdat we nergens houvast hebben. En we willen zo graag!
Gooit Idris Elba, excuses ‘Sir Idris’, met zijn wassen beeld tussen de Bond-acteurs nog een beetje olie op het vuur – hij wordt het dus niet, hij zit ons maar wat te plagen. Prachtig toch dat een acteur met zo’n staat van dienst de moeite neemt om ons een poets te bakken?
Dat Sir Idris het niet wordt, heeft alles te maken met de wens een jonge James Bond te casten. Jong omdat hij A voor een x-aantal films mee moet kunnen en B omdat het verhaal zich op die manier kan toespitsen op opnieuw een reboot met een Bond Begins-verhaal.
Dat laatste zie ik alleen met angst en beven tegemoet, omdat we dan wéér een hele film moeten wachten tot James Bond de James Bond is waar we allemaal zo naar smachten. Dan duurt het niet twee jaar na nu voordat we weer een keer een Bond-film krijgen met een James Bond die handelt zoals James Bond hoort te handelen, maar minimaal six or seven.
Kijk, met nieuwe producenten aan het roer is het sowieso afwachten welke afslag wordt genomen, maar het liefst stap ik zoals oudsher binnen in een mini-avontuur met een geheim agent die gewoon met zijn opdracht bezig is. Geen zogenaamde origin story, maar een agent die, zoals dat veertig jaar goed is gegaan, middenin het avontuur begint en zonder omkijken doordendert. Daarom zie ik Sir Idris namelijk wel zitten boven elke jongeling onder de dertig jaar, want dan kun je er de klok op gelijk zetten dat de filmmakers eerst willen uitvogelen waar die James nu helemaal vandaan komt en hoe hij bij de geheime dienst terecht is gekomen. Dat laatste lijkt mij nu eenmaal geen rooskleurige ontwikkeling.
Ik kan mij moeilijk losmaken van het gezicht van de jonge Bond in First Light, de computergame die eind mei moet verschijnen. Wat een werk hebben de spelontwikkelaars erin zitten en wat een prachtige wereld hebben zij gecreëerd. James Bond kan zich vrijuit rondbewegen in zijn omgeving, hij kan sluipen, kruipen en ongezien door een raam glippen. Dat is zoals ik een spel graag zou spelen, als een spion. Maar o wee als hij wordt gesnapt, dan breekt de pleuris los en moet onze jonge James het alsnog op een lopen zetten en om zich heen gaan schieten om een leger aan tegenstanders neer te maaien.
Bij het zien van een teaser waarin Bond een vliegtuig moet zien te bereiken terwijl alles om hem heen explodeert, krijg ik al hoofdpijn. En het lukt mij dus niet om deze jonge computergeanimeerde James Bond los te zien van de jonge James Bond waarnaar de filmmakers op zoek zijn. Moet ik me maar neerleggen bij het idee van de ‘oude’ James Bond, waartoe ik Daniel Craig voor het gemak ook maar even reken en dat nu echt het tijdperk voor een ‘nieuwe’ James Bond is aangebroken. Ergo: een James Bond die mijn generatie overslaat en geboren is ergens eind jaren 90 begin 2000?
Want als we daar aanbelanden: Roger Moore, geboren in 1927, covert de jaren 20 van de vorige eeuw. Sean Connery en George Lazenby samen het begin en eind van de jaren 30. Dalton is van halverwege de jaren 40 en Brosnan van begin jaren 50. Daniel Craig dateert weer van eind jaren 60. Waar zijn de Bonds geboren in de jaren 70 en 80 gebleven? Ik voel me hierin toch aardig in de steek gelaten. Zijn wij inderdaad zulke losers dat het er voor onze generatie-Bond niet meer in zit? Krijgen we straks hetzelfde met de paus en een nieuwe president van de Verenigde Staten? Zelfs onze toekomstige minister president is meer een product van de jaren 90 dan 80…
Mogen wij straks op de bank bij de psychiater komen uithuilen omdat we ons als vergeten generatie benadeeld voelen. Wat zat er in de melk dat wij het niet gered hebben? Voor Sir Idris (die werd geboren in het jaar dat Roger Moore werd benoemd als 007) en Michael Fassbender en Tom Hardy (die beiden afkomstig zijn uit het jaar van The Spy Who Love Me) is dit ook niet leuk.
Wat mij betreft begint Steven Knight vandaag met een schone lei. Leuk geprobeerd met zo’n mini-James Bond, maar dat werkt gewoon niet. We willen een James Bond met ervaring. Eentje die midden in het leven staat en zijn sporen al heeft verdiend. En daarbij: 50 is het nieuwe 30, toch?
Toen Sean Connery als 31-jarige de iconische woorden ‘Bond, James Bond’ aan de baccarattafel in Dr. No uitsprak, keek je in principe naar het tegenovergestelde. Of zoals de oer-Bond in 1965 toevertrouwde aan de pen van de Italiaanse journaliste Oriana Fallaci: ‘Ziet u, ik heb nooit een knap of zelfs maar een acceptabel gezicht gehad. Ik heb altijd met dit rare, diep gelijnde, volwassen gezicht rondgelopen; ik had het al toen ik zestien was.’
Goed, doen we het zo — waar is die zestienjarige met een kop als een vijftiger?
Deze column verschijnt ook bij James Bond Nederland.










