zaterdag 1 augustus 2020

Happy anniversary 007!

Over twee jaar is het zover: het diamanten jubileum van uw filmheld. Een heuglijk feit, mogen we wel stellen. Er zijn niet veel filmpersonages die het zo lang uithouden. Oké, Topolino, Tarzan, Robin Hood, Zorro, Dracula, Frankenstein, Maigret, The Saint, OSS 117, Miss Marple, Hercule Poirot, Pippi Langkous — als filmpersonage zijn ze allemaal de zestig gepasseerd, maar geen van allen verscheen zo consequent op het witte doek als 007. En dat mag gevierd worden!


De vraag is alleen: hoe? Lange tijd heb ik hoop gehouden op een diamanten filmjubileum. Bond heeft immers wat met diamanten (en met goud, olie, lood en wodka). Een jubileumfilm te ere van zestig jaar kassamagneet is natuurlijk het mooiste cadeau. En hoewel dat agendatechnisch nog steeds realiseerbaar is, heb ik er een hard hoofd in.

Het ideale plaatje had er als volgt uit kunnen zien: Bond 25 in najaar 2019 (zoals aanvankelijk de bedoeling was) met Daniel Craig voor de vijfde keer als James Bond en Christoph Waltz voor de tweede maal als Blofeld. Gevolgd door het definitieve afscheid van Craig als 007 in oktober 2022, met tevens de laatste keer Christoph Waltz als de SPECTRE-leider om zijn trilogie vol te maken (iets waar ik persoonlijk nogal veel waarde aan schijn te hechten). Hiermee is het Daniel Craig in zes Bond-films over zestien(!) jaar gelukt een eigen verhaallijn binnen de serie af te dwingen, met als laatste drie films een erebaantje voor aartsvijand number one.

Met No Time to Die, Bond nummer 25, nog immer in het vooruitzicht, is bovenstaande utopie, wat betreft 2022, vooralsnog haalbaar — wat de fantasie betreft staat namelijk alles nog open, we weten immers niet hoe de film waarop we al zo lang wachten eindigt. En hoe langer het duurt voordat we die film kunnen zien, hoe langer de kans bestaat dat er nog wat in het vat zit voor Daniel Craig. Et voilà, niets staat een bijzondere jubileumfilm nog in de weg.


Nu gaan er inmiddels ook stemmen op voor een verschuiving van No Time to Die naar oktober 2022, om inderdaad aan dat jubileum te kunnen voldoen, met een film van ruim twee jaar oud. Lijkt mij niet de meest feestelijke optie…

In lang vervlogen tijden, tijden waarin eerst ieder jaar en daarna om het jaar een Bond-film in de bioscoop verscheen, waren de filmmakers helemaal niet zo bezig met het vieren van filmverjaardagen. Het tienjarig jubileum van Dr. No in 1972 viel plompverloren tussen Diamonds Are Forever en Live and Let Die in. Als de première van Diamonds een paar weken was doorgeschoven, dan was de film uitgekomen in een jubileumjaar (maar net búiten de kerstvakantie, dus niet handig).

Het waren tijden waarin de oudere films nog regelmatig in de bioscoop te zien waren. Met de komst van Roger Moore kregen de films met Sean Connery het predicaat ‘met de échte James Bond’. De oudere en nieuwe films draaiden met groot succes naast elkaar. In 1973 stonden zowel Live and Let Die (1973) als Goldfinger (1964) in de top 10 best bezochte films in Nederland.


Twintig jaar James Bond in 1982 viel onopgemerkt tussen de releases van For Your Eyes Only en Octopussy in. Waarbij deze laatste met het samenvallen van het 21-jarig jubileum (James Bond werd meerderjarig) aandacht kreeg met de tv-vertoning van James Bond: The First 21 Years, waarbij niemand minder dan Ronald Reagan, de president van de Verenigde Staten, een goed woordje overhad voor ‘a fellow named Bond’. Ook werd bij Octopussy specifiek ingezet op de ‘dertiende’ film uit de serie, aangezien er op datzelfde moment een andere Bond-film in de maak was bij een rivaliserende productiemaatschappij, het gevreesde Never Say Never Again.



Het eerste grote jubileum werd gevierd met de komst van The Living Daylights (1987), het jaar waarin James Bond zilver mocht aanraken. In het kader hiervan werd een special uitgezonden: Happy Anniversary 007: 25 Years of James Bond. Met hoogtepunten uit een kwart eeuw Bond-films. Roger Moore praatte de filmpjes aan elkaar.



Tijdens dertig jaar James Bond in 1992 bleef het angstvallig stil in de bioscoop. Het was enige tijd geleden dat de laatste film, Licence to Kill, in 1989 in première was gegaan, en de volgende Bond-film, GoldenEye, zou nog tot eind 1995 op zich laten wachten. Wel mochten we de 30th Anniversary Collection aan onze cd-collectie toevoegen. Verder was er op dat moment geen reden voor een feestje; James Bond was na dertig jaar immers op sterven na dood.

Niet dat het er in 2002 met Die Another Day als veertigjarige jubileumfilm beter op was geworden. Bond was door Pierce Brosnan weliswaar het nieuwe millennium ingeloodst, een prestatie op zich, maar creatief gezien had dit alsnog de doodsteek voor 007 kunnen betekenen. Aan de kassa deed de film het overigens primadeluxe.

Op BBC 2 kreeg de jubilaris een mooi eerbetoon: James Bond: A BAFTA Tribute, aangevoerd door Michael Parkinson, met tal van prominenten als gast, inclusief alle Bonds tot dan toe met uitzondering van die enige echte. Dit had het moment geweest om alle Bond-acteurs bij elkaar te krijgen. Het mocht niet zo zijn.



Ook werd een lijn met James Bond-horloges gelanceerd onder het fraaie 40th Anniversary-logo. Alles van speelkaarten tot Johnny Lightning-schaalmodellen kreeg in die tijd dit stempel.

Na dit feestje met een bittere nasmaak qua film werd het langere tijd stil rondom 007. De vijfde rolprent met Brosnan liet op zich wachten, totdat deze uiteindelijk helemaal werd afgeblazen en het wiel opnieuw moest worden uitgevonden met een nieuwe hoofdrolspeler. Daniel Craig mocht James Bond richting zijn gouden jubileum leiden: Skyfall in 2012.

Dit feest werd niet alleen gemarkeerd door een nieuwe film, een bijzonder prettige aflevering overigens die op beeld zelfs afsloot met het 50 Years-logo, ook werd de complete serie voor het eerst in zijn geheel beschikbaar gesteld op blu-ray. In de Bond 50-box was zelfs een plaatsje vrijgehouden voor de jubileumfilm (anders was het de Bond 46-box geweest).


De tentoonstelling Designing 007: Fifty Years of Bond Style ging van start en Taschen kwam met een tafelboek The 007 Archives. De daaropvolgende Oscar-uitreiking bracht een ode aan vijftig jaar James Bond. En met de Academy Award voor beste song voor Adele, vierde 007 dubbel feest. Een mooie afsluiting voor vijf decennia James Bond. Al was het nog mooier geweest als Sean Connery was komen opdagen om het glas te heffen met zijn vijf andere mede-Bonds. Het was achteraf gezien de laatste keer dat het had gekund. Uiteindelijk moesten we het doen met een 2 minutenmontage en een live-optreden van Shirley Bassey.

En dit laatste bracht mij op een idee…

Behalve dat de 007 Store overuren mag draaien met exclusieve en exorbitant dure luxeproducten, zou het niet fantastisch zijn om eenmalig een 60-jarig James Bond-concert te organiseren waarbij alle artiesten die ooit een Bond-song hebben uitgebracht hun eigen nummer ten gehore brengen? Niet voor het geld, maar als opzwepend eerbetoon aan 007. Het enige wat de muzikanten hoeven te doen is 5 oktober 2022 vrijhouden in hun agenda en op tijd aanwezig zijn in de voormalige Millennium Dome in Londen voor de soundcheck. Een unieke gebeurtenis die zijn weerga niet kent.

Laten we niet wachten tot het platina-jubileum, zodat tegen die tijd alleen Adele, Sam Smith en Billie Eilish zonder looprek het podium op hoeven. Nu kunnen ze het nog, Dame Shirley, Sir Tom en Sir Paul.

Paul McCartney en Shirley Bassey
Happy anniversary 007!

Deze column verschijnt ook bij James Bond Nederland.

vrijdag 31 juli 2020

Bijrolactrice ‘Never Say Never Again’ overleden

Op 61-jarige leeftijd is deze maand de Franstalige actrice Saskia Cohen-Tanugi overleden. Dat meldt onder meer Le Figaro. Cohen-Tanugi speelde in 1983 tegenover Sean Connery in Never Say Never Again (1983).


Cohen-Tanugi speelde de rol van Nicole, James Bonds contactpersoon in Nice. Zij helpt 007 in contact te komen met Domino. Als Bond Domino tijdens een tango weet te overtuigen dat Largo haar broer Jack heeft vermoord, weet Bond haar aan zijn zijde te krijgen. Wanneer Bond daarna terugkeert naar Nicole, treft hij haar levenloos aan in het waterbed. Hierop zet Bond per motor de achtervolging in op de moordenares, Fatima Blush.

In november 1983 bezocht Saskia Cohen-Tanugi samen met Sean Connery de Internationale Filmweek Amsterdam, waar Never Say Never Again in Tuschinski als slotfilm werd vertoond. Het was de eerste keer dat één of meerdere castleden van een James Bond-film een Nederlandse Bond-première bijwoonden.

Saskia Cohen-Tanugi arriveert aan de arm van Sean Connery op Schiphol

Buiten een klein aantal filmrollen begin jaren 80, was de in Tunesië geboren Cohen-Tanugi in Frankrijk vooral bekend als theaterregisseur. Daarnaast schreef zij mee aan enkele films als Veraz (1991), waarin Kirk Douglas de hoofdrol speelde, en aan Little Buddha (1993) van Bernardo Bertolucci.

Rond de eeuwwisseling verliet Cohen-Tanugi Frankijk om zich in Jeruzalem te vestigen. Daar is zij op 20 juli overleden.

zondag 12 juli 2020

Het nieuwe normaal

De releasedatum van No Time to Die hangt ons als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Hoewel corona in ons overzichtelijke landje grotendeels onder controle lijkt, eist het virus mondiaal nog bossen slachtoffers, met name in Noord- en Zuid-Amerika. En ook daar zijn mensen nodig die geld naar de bioscoopkassa brengen in ruil voor de nieuwste James Bond. Niemand kan daarom met zekerheid zeggen of No Time to Die op 12 november aanstaande de bioscoop bereikt.


Iedere James Bond-film is een product van zijn tijd. Konden de filmmakers de eerste dertig jaar ongestoord meedeinen op de Koude Oorlogdreiging; met de val van het communisme en het verder uitdrogen van de verhalen van Ian Fleming stellen de Bond-bedenkers zich voor iedere nieuwe film de vraag: ‘wat houdt de wereld op dit moment in zijn greep?’ Recentelijk had in Spectre (2015) het big brother-verhaal een frappante dubbele betekenis; Skyfall (2012) dealde met een hacker met een kunstgebit en in Quantum of Solace (2008) leek het om olie te gaan.

Wat de wereld op dit moment in zijn greep houdt, heeft niets te maken met het verhaal van No Time to Die. Als het in de film toch om een dodelijk virus draait, hebben de makers een wel erg zwarte glazen bol in handen gekregen. En anders moet corona een uit de hand gelopen reclamestunt zijn en krabben ze zich bij Eon al een aantal maanden tot bloedens achter de oren. Want zo’n globale ramp had zelfs Blofeld in zijn stoutste dromen niet kunnen bedenken. Laat staan de mogelijkheid voor een tweede golf: dé dreiging van dit moment op huis-tuin-en-keukenniveau, want iedereen voelt hier de gevolgen van.

De nieuwe Bond-film is klaar en ingeblikt, al geruime tijd; The Royal Albert Hall was voor eind maart al gereserveerd. Het kan bijna niet anders of er moeten elementen in No Time to Die zitten die met de kennis van nu anders worden geïnterpreteerd. De grote schurk afkomstig uit een pre-coronatijdperk moet heel wat voor de dag halen om ons écht aan het schrikken te maken. Van een maskertje aan de balie deinzen we tegenwoordig niet meer terug. Iedereen wordt even vriendelijk behandeld, als je maar afstand houdt.


James Bond heeft niets met ‘het nieuwe normaal’. No Time to Die zal altijd een film blijven uit een tijd dat de wereld er anders uitzag, zoals iedere oudere Bond al snel achterhaald lijkt, meestal door toedoen van de technische vooruitgang. Dat wil beslist niet zeggen dat de nieuwe Bond-film waardeloos is geworden, al is de waarde van een film die op de plank ligt moeilijk te bepalen.

In de eerste plaats moet Bond entertainment bieden. Dat zal No Time to Die ongetwijfeld doen. Het betreft de afronding van het tijdperk Daniel Craig met veel luide toeters en bellen. Wat ons in de vele trailers is toegeworpen, ziet er oogverblindend mooi uit. Bedenk daar een lyrische score van maestro Hans Zimmer onder en we bevinden ons dik tweeënhalf uur in wonderland.

Hoopgevend zijn de oudere Bond-films, waarbij de nostalgische waarde een belangrijke rol speelt voor de houdbaarheid van de film. Die films werken nog steeds, ongeacht een achterhaald of buitenproportioneel thema. Het is bij Bond net als bij fantasy: je moet er even in willen geloven, dan werkt het.


Dat No Time to Die bij voorbaat de minst actuele Bond-film uit de reeks is, daaraan valt niet te ontkomen. Hoe langer een film blijft liggen, hoe verder deze af komt te staan van de tijd waarin hij is gemaakt. Pas als deze nieuwste Bond tot het collectieve geheugen gaat behoren als vast onderdeel van de serie, ebt de waan van de dag uit de film.

In dat licht maakt het niet veel uit als achter No Time to Die het jaartal 2020 of 2021 komt te staan. Dat is meer iets voor de annalen; een almaar groter wordend gat tussen de voorlaatste en deze Bond, een gat dat in dit geval makkelijk te verklaren valt.

Het zou fijn zijn als de nieuwste James Bond op enig moment en zonder al te veel anderhalve meters kan worden afgedraaid. En dat gaat ook gebeuren. Ik blijf erbij dat ik de film met alle liefde voor een eerste bezichtiging best op mijn thuisscherm wil aanschouwen. Als hij daarna nog een keer in de bioscoop verschijnt, ga ik er alsnog wel heen.

De hoop blijft voorlopig nog op 12 november 2020. Gaat dat feest onverhoopt weer niet door, dan zullen de producenten op enig moment absolutely thrilled reageren om de film voor de zoveelste keer te verschuiven.

Voor nu: blijf vooral gezond. Dat is voor alle partijen het beste.

zaterdag 4 juli 2020

Earl Cameron (102) uit ‘Thunderball’ overleden

Hij was al enige tijd het langstlevende castlid uit de James Bond-films: Earl Cameron. Hij speelde Pinder Romania in Thunderball (1965), de lokale sidekick van 007 op de Bahama’s. Gisteren is de Engelse acteur, die in 1917 in Bermuda werd geboren, op 102-jarige leeftijd overleden.


In een interview met The Guardian in 2017, ter ere van zijn honderdste geboortedag, klinkt hij op papier nog opvallend kwiek voor zijn leeftijd. En dat voor iemand die het al bijna zijn hele leven met één long moet doen.

Meest recent viel Cameron mij op in Inception (2010), waar hij even vlug voorbij komt. Getekender en vooral witter van haar, maar onmiskenbaar de acteur die ik kende uit Thunderball.

Earl Cameron met Rik Van Nutter en Sean Connery in Thunderball (1965)

In 2009 ontving hij uit handen van prins Charles een CBE en in 2013 een eredoctoraat van de Universiteit van Warwick voor zijn bijdrage aan de Engelse cultuursector.

Op dat moment de negentig al gepasseerd, werd Inception de laatste film waaraan Earl Cameron meewerkte.

woensdag 1 juli 2020

De Nederlander die bijna James Bond werd

Het mysterie rond ‘Hans de Vries’ verder ontrafeld


Het grote raadsel rond ‘Hans de Vries’ heeft mij altijd geïntrigeerd. Wat doet een acteur met de meest Nederlandse naam denkbaar op de eindlijst om James Bond te spelen? Na vele zoekpogingen naar deze speld in een hooiberg is er in de loop der jaren nagenoeg niets bruikbaars naar boven gekomen. Totdat de puzzel vorige week in korte tijd zichtbaar werd.

De hernieuwde belangstelling voor Hans de Vries begon om precies te zijn op 4 juni om 14:21 uur toen ik een appje kreeg van Teun van het NPO Radio 1-programma Jaren die ook geen lieverdjes waren, een geschiedenisprogramma waar ik nog nooit van had gehoord. Wat niet zo gek is, want het bestaat nog maar net, als alternatief voor de plotselinge sportloze zomer.

Voor de uitzending van 25 juni stond een item over de enige serieuze Nederlandse James Bond-kandidaat op de planning, of ik daar over wilde komen praten. Ook al weet ik niets meer over Hans de Vries dan zijn niet bestaande Wikipediapagina (zelfs niet of hij inderdaad een Nederlander van geboorte is); ik ben de beroerdste niet. Voor kletspraat over James Bond ben ik altijd wel te porren.

Tijl Beckand
Jaren geleden nam Tijl Beckand contact met mij op over een documentaire die hij wilde maken over diezelfde Hans de Vries. Ook hij was in hoge mate geïnteresseerd in het verhaal van de bijna-Bond: ‘Alsof een Nederlander bijna de paus is geworden.’

Het enige aanknopingspunt wat ik Beckand kon aanleveren, was deze tweet van ene Terence Harding, die Hans “de Vries” zijn schoonvader noemt. Bij die aanhalingstekens had meteen een lampje moeten gaan branden. Dat deed het destijds niet.

Tijl Beckand is verder gaan speuren en stond op het punt zijn documentaire te gaan draaien over zijn zoektocht naar Hans de Vries. Via via was hij inmiddels op het spoor gekomen van de vrouw van de bijna-Bond, en wat bleek: Hans de Vries heet helemaal geen Hans de Vries maar Hans Weerdmeester. Niet minder Nederlands, wel minder algemeen. De Vries, laten we hem zo nog maar even noemen, was in 2014 wel al ziek. Het mysterie rond Hans de Vries had op dat moment opgelost kunnen worden, toen BNNVARA plotseling de stekker uit het project trok.

Tot zover de bijna-documentaire over de bijna-Bond. Wat overblijft is meer dan genoeg materiaal om tien minuten radio mee te vullen.

Hans de Vries in 1968

Maar dan ineens, als Tijl Beckand in de uitzending vertelt over zijn zoektocht, maakt presentator Roelof de Vries het ouderwetse telefoongebaar. Als Beckand is uitgesproken komt de grote verrassing: aan de telefoon, het is echt waar, hangt de halfbroer van Hans de Vries, Klaas Weerdmeester.

Hans de Vries ís inderdaad een Nederlander van geboorte, na de oorlog vertrok hij samen met zijn oma naar Engeland, waar grootmoeder een kostschool bestierde. Hans is in Engeland gebleven, in Stratford-upon-Avon, de geboorteplaats van Shakespeare. Na zijn acteercarrière is Hans Weerdmeester een taxibedrijf begonnen. Helaas is de Nederlandse bijna-James Bond twee jaar geleden na een lang ziekbed overleden. Dat is natuurlijk een treurige mededeling, maar het mysterie rond Hans de Vries begint zich wel te ontrafelen.

Bij thuiskomst na de radio-uitzending maar eens gezocht op de combinatie Weerdmeester + Stratford. Daar rolt al gauw de taxilink uit, waar ene Hans Ernest Weerdmeester korte tijd de scepter heeft gezwaaid. Ook op die naam maar eens een zoekopdracht loslaten. De Utrechtse editie van de krant Het Volk meldt op 28 juni 1941 bij de burgerlijke stand, geboren op 25 juni van dat jaar: ‘Hans Ernest, z. van G. Weerdmeester en H. Bassen, Grietstraat 9.’ In Utrecht is inderdaad een Grietstraat. Dat zou betekenen dat Hans de Vries geboren is op 25 juni 1941 in Utrecht. Ik kijk nog eens goed naar de datum op mijn From Russia with Love-horloge: het is vandaag ook 25 juni…

Het Volk, 28 juni 1941

Bijna overtuigd dat ik de juiste Hans Ernest Weerdmeester heb gevonden (eerlijk gezegd vind ik hem nogal jong om als 27-jarige als James Bond-kandidaat op te gaan), wordt mijn sterke vermoeden de volgende dag bevestigd. Een appje van de radioredacteur, er heeft zich een tweede familielid gemeld, de schoonzus van Hans de Vries. Zij schrijft: ‘Hans was mijn zwager. Vandaag was zijn verjaardag, hoe bizarre is dat?’

Bingo!

Maar het meest opmerkelijke nieuwtje stuurt zij in een tweede bericht: ‘Hans veranderde zijn artistenaam in Luke Hanson. Hij speelde de rol van Lofty in 8 episodes van de Britse TV serie ‘Dick Barton’ in 1979.’

Luke Hanson, actor. De eerste hit in combinatie met die naam is Indiana Jones and the Last Crusade. Het zal toch niet? En ja hoor. Deze Luke Hanson zat inderdaad in Dick Barton en in Indiana Jones en in tal van tv-producties. De loopbaan van Luke Hanson begint pas nadat die van Hans de Vries halverwege jaren 70 ophoudt. Hans de Vries is dus helemaal niet gestopt met acteren, hij heeft alleen een andere naam aangenomen!

Luke Hanson in Indiana Jones and the Last Crusade (1989)
Luke Hanson in Indiana Jones and the Last Crusade (1989)

Het is The Last Crusade die de beste kans biedt om Hans de Vries eindelijk eens te zien spelen en te horen. In deze film heeft hij een kleine rol als SS-officier. Op 0:50:24 komt hij binnen met drie regels tekst: ‘Dr. Jones. (...) I will take the book now. (...) You have the diary in your pocket.’

Het is een goeie kop met een opvallende kin en priemende ogen. Zijn stem, voor deze gelegenheid voorzien van een vet Duits accent, klinkt krachtig. James Bond-materiaal, ik geloof het meteen. Bovendien houdt hij in deze scène niemand minder dan Sean Connery onder schot, met wie hij, destijds nog als Hans de Vries, ook in de western Shalako (1968) zat.

Hans de Vries is Hans Weerdmeester is Luke Hanson was bijna James Bond. Binnen een paar dagen ben ik meer te weten gekomen over hem dan in de tien jaar daarvoor. Tijl Beckand moet nog maar eens bij een van zijn werkgevers aankloppen met een ideetje voor een documentaire. Moet lukken voordat No Time to Die een keer in de bioscoop verschijnt…

Deze column verscheen ook bij James Bond Nederland.

donderdag 25 juni 2020

Bijna-Bond Hans de Vries al twee jaar dood

Ex-acteur begon taxibedrijf


Hans de Vries, de bijna-James Bond in On Her Majesty's Secret Service (1969), is twee jaar geleden overleden. Dat meldt zijn halfbroer Klaas Weerdmeester vandaag op NPO Radio 1.

Hans de Vries. Eén van de vijf kandidaten die Sean Connery had kunnen opvolgen in de rol van 007. Een Nederlander als James Bond. Het is bijna zo geweest.

De zoektocht naar iemand met de naam 'Hans de Vries' is als een speld in een hooiberg. Met de wens een documentaire over hem te maken, is Bond-liefhebber Tijl Beckand er rond 2014 mee bezig geweest. Via degelijk speurwerk kwam hij erachter dat Hans de Vries eigenlijk Hans Weerdmeester heet en dat de Nederlander nog steeds in Engeland woonde.

Hans Weerdmeester, volgens de website van Rada in 1960 afgestudeerd als acteur, bleek omstreeks 2014 al ziek. Beckand stond echter op het punt zijn film te gaan draaien, met als idee de documentaire over zijn zoektocht naar de bijna-Bond rond de première van Spectre (2015) op tv te brengen. Kort voordat de opnamen zouden beginnen, trok BNNVARA er de stekker uit.

Tot zover de bijna-documentaire over de bijna-James Bond.

Screentest Hans de Vries voor On Her Majesty's Secret Service

Vandaag in het radioprogramma Jaren die ook geen lieverdjes waren spraken Tijl Beckand en ik over deze periode uit de James Bond-geschiedenis. Als ineens een bericht binnenkomt: het is de halfbroer van Hans de Vries, Klaas Weerdmeester, die toevallig naar de radio zit te luisteren. Aanvankelijk wil hij helemaal niet in de uitzending, maar na enig aandringen stemt de goede man toch toe.

En wat blijkt: Hans de Vries is twee jaar geleden na een lang ziekbed overleden. Na zijn acteercarrìere is De Vries een taxibedrijf begonnen. Als tiener vertrok hij met zijn oma naar Engeland, die daar een kostschool had. Tot aan zijn dood is Hans de Vries in Engeland gebleven. Zijn halfbroer zag hij sporadisch en ze hebben het, aldus Klaas Weerdmeester, eenmalig over James Bond gehad. Het was blijkbaar geen issue voor de bíjna opvolger van Sean Connery.

Of Tijl Beckand zijn documentaire over de zoektocht naar Hans de Vries alsnog kan oppakken — het verhaal blijft intrigerend. In ieder geval zijn we door tien minuten radio heel veel meer wijzer geworden dan al die jaren daarvoor. Met dank aan De jaren die ook geen lieverdjes waren en met dank aan Klaas Weerdmeester. Laten we hopen: wordt vervolgd...

maandag 8 juni 2020

Voorkennis

Geef mij het script van No Time to Die en ik ben dagenlang zoet. Voor mij persoonlijk hoeft een nieuwe James Bond-film geen geheimen te hebben. Ik schaar mij liever bij het schrijverscollectief om een leuke plottwist te bedenken. Maar zoals zo vaak: mij wordt niets gevraagd.


Ik zie het als mijn taak als James Bond-ambassadeur om álles van te voren te weten over de nieuwe film en om de keuze te maken dit wel of niet naar buiten te brengen. Want er is namelijk ook een groep Bond-liefhebbers die nu al meer dan een jaar onder een steen leeft. Zij proberen al het James Bond-nieuws te vermijden, bekijken de trailer niet, blokkeren zichzelf op sociale media.

En dat blijkt een onmogelijke taak. Je hoeft op dit moment ‘No Time to Die’ maar in te tikken op Google en het laatste plotdetail prijkt zonder waarschuwing op je scherm.

Fans die normaal gesproken met de neuzen dezelfde kant op wijzen, buitelen momenteel over elkaar heen. Wat overigens een goed teken is; als wij ons druk kunnen maken over een dergelijke futiliteit, gaat het de goede kant op met de wereld. Maar het maakt het de fan onmogelijk om nog verrast te worden.


De nieuwe Bond-film heeft de pech dat hij langer is uitgesteld dan plottechnisch houdbaar. Een dam die op springen staat. Tussen nu en november ligt genoeg ruimte om het complete filmverhaal te spuien. Probeer je daar maar eens tegen te weren. Dat lukt niet.

No Time to Die is verpest voor degene die niets wil weten. Het zal de filmmakers een zorg zijn. Die halen lachend hun schouders op, want ook zij weten dat die fan toch wel komt kijken.

Toch kan ik de teleurgestelden een hart onder de riem steken: met al deze voorkennis wordt de film er niet slechter op. Na de eerste keer dat je On Her Majesty's Secret Service (1969) zag, wist je voor de rest van je leven dat Tracy het er niet levend van af zal brengen, en de film is er daarna alleen maar beter op geworden. Voor de liefhebber van die tijd was alles trouwens al lang en breed door Ian Fleming zelf verklapt.

Op het verspreken van het einde van Skyfall na de persvoorstelling op 25 oktober 2012 stond zelfs een boete. Ook die film is er in de loop der jaren niet slechter op geworden. En wat mij persoonlijk betreft; na het volgen van het James Bond-nieuws van de laatste 25 jaar werd ik bij iedere nieuwe film nog steeds verrast, positief of negatief. Waarbij ik wel eerlijk moet bekennen dat Casino Royale (2006) de enige Bond-film is die mij compleet omverblies.

Over niet al te lange tijd behoort ook No Time to Die tot het collectieve geheugen en zijn alle nieuwigheden uit die film opgenomen in de Bond-canon.

Ik zeg: geniet straks vanaf 12 november van de eerste nieuwe James Bond-film in ruim vijf jaar. Geniet van de complete ervaring, van de muziek en het geluid, van de prachtige locaties, van de decors en van de halsbrekende stunts. Het verhaal is maar een bijzaak. En geniet van de gedachte dat er met de kennis van nu in de toekomst nog veel meer mogelijk is met James Bond...

© Bond Blog 2009 — 2020
Alle fotorechten voorbehouden aan Danjaq LLC. / Eon Productions, United Artists Co., MGM Studios, Columbia Pictures, 20th Century Fox Home Entertainment, Sony Pictures Inc., Universal Pictures