Films en seriesFilms en series
Posts tonen met het label Ian Fleming. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ian Fleming. Alle posts tonen

maandag 1 juni 2026

Ba-boop-bee-doop

Zo klonk deze week uit de toren van de Haarlemse Sint Bavokerk een deuntje dat ik vaag kon thuisbrengen. Vooral het einde waarin ik de klanken van ‘ba-boop-bee-doop’ herkende — hé, dat is van Marilyn Monroe! Op 1 juni is het de honderdste geboortedag van de Amerikaanse zangeres en actrice. Toen ik in 2022 het plan opvatte om op 5 oktober zestig jaar James Bond te vieren door alle kerkklokken om 00:07 uur in heel Nederland het Bond-thema te laten spelen, kreeg ik van de Orde der Beiaardiers nul op rekest.

Toegegeven, 7 minuten over middernacht is misschien niet het beste tijdstip voor een klokkenconcert. Had het dan op een willekeurig tijdstip gedaan. Dat zou ook wel moeten, omdat er meer kerken zijn dan beiaardiers en één beiaardier meerdere kerken onder zijn hoede heeft, net als een brugwachter meerdere bruggen bedient. Mijn lumineuze plannetje maakte weinig indruk; de kerkklokken zwegen met Bond-muziek op 5 oktober 2022.

Marilyn Monroe was te beroemd om een Bond-girl te spelen. Daar was ze ook te dood voor; het sekssymbool van de jaren 50 overleed in augustus 1962 enkele maanden vóór de première van Dr. No. Toch speelt zij in de wereld van 007 een kleine rol. Ian Fleming voerde haar beeltenis op in zijn vijfde Bond-boek From Russia, with Love, in een scène die werd gekopieerd voor de film uit 1963, waarin Bond en Kerim de Bulgaarse moordenaar Krilencu doodschieten op het moment dat hij uit het raam van zijn schuiladres ontsnapt.


In het boek voerde Fleming een filmposter van de Monroe-film Niagara op. Een beetje raar om diezelfde film van, op dat moment, tien jaar oud te gebruiken voor de film From Russia with Love. Daarbij was Niagara een film van 20th Century Fox en James Bond van United Artists; die gaan echt geen Fox-film promoten, zelfs geen oude.

De filmmakers hadden daarentegen kunnen kiezen voor de United Artists-productie Some Like It Hot, de beroemde Marilyn Monroe-film uit 1959, waarin dat nummer I Wanna Be Loved By You (Ba-boop-bee-doop) zit. Bond-producenten Harry Saltzman en Albert R. Broccoli kozen er terecht voor hun eigen productie Call Me Bwana te promoten. Met in de hoofdrol een ander sekssymbool uit de jaren 50: Anita Ekberg. ‘She has a lovely mouth, that Anita’, zegt Pedro Armendáriz tegen Sean Connery. Daar gaat haar mond al open…

En zo belandde Marilyn Monroe nooit in een Bond-film.

Grappig hoe die gedachten ongeordend je hoofd binnenkomen bij het horen van een vaag carillon.

Ik zat de laatste tijd wel vaker in een oude doos. Zo bezocht ik het online portal De Schatkamer van Beeld & Geluid waarin ik, waarom ook niet, voor de lol ‘James Bond’ intypte. Er ging een wereld voor mij open, vooral door de programma’s van Simon van Collem. Van Collem heeft een bijzondere band met James Bond. Meer dan hij zelf gewild zou hebben.

Het kalende mannetje, een filmliefhebber pur sang, lukte het om alle grote filmsterren uit zijn tijd voor de camera te krijgen. Zo ook Sean Connery, Roger Moore en Timothy Dalton. Met een paar simpele vragen in steenkolenengels, waar Mark Rutte nog een voorbeeld aan kan nemen, liet hij de sterren leeglopen. Vaak hoefde hij op een antwoord alleen maar ‘why?’ te vragen en daar gingen ze weer.

Voor Diamonds Are Forever sprak hij naast Sean Connery in verschillende settings — ‘Mr Connery, how did you start as an actor?’  Waarop Connery moet lachen (‘Oh dear…’), maar wel netjes antwoord geeft. Later, bij Never Say Never Again, noemt Van Collem ‘Sean’ gewoon ‘Sean’, wat op zich al een wonder is, omdat hij door de rest van Nederland ‘Sien’ werd genoemd — maar Van Collem sprak dus ook met Harry Saltzman, Ken Adam, Guy Hamilton, Jill St. John, Bruce Glover, Putter Smith én een breed glimlachende Charles Gray! Die laatste in zijn Blofeld-kostuum had ik nog nooit in een interview gezien, laat staan over James Bond!

Op de set van Moonraker sprak Van Collem met Roger Moore, producer Cubby Broccoli, opnieuw met een allervriendelijkste Ken Adam en met een perfect Nederlands sprekende Emily Bolton, die, geboren op Aruba, via Londen in Nederland terechtkwam. Inhoudelijk stelt het allemaal weinig voor, maar ze zitten daar wel!

Het geeft een prachtig tijdsbeeld. Een tijd waarin James Bond om het jaar het hoofdonderwerp in een film was. Een tijd waarin we nog ver waren verwijderd van computergames die worden gelanceerd alsof het een filmpremière betreft. ‘Pipe down double-o-seven’, zou ik Q willen quoten als ik Patrick Gibson op de rode loper in Londen zie voor de lancering van First Light.

Iets wat ik de game-fanaten van harte gun, en wat voor het merk ‘James Bond’ een heel slimme zet is; het houdt de naam van 007 levend bij een jonger publiek dat wellicht nog nooit van de geheim agent heeft gehoord. Maar voor mij hoeft het dus niet. Wat ik van het spel heb gezien, ziet er visueel adembenemend uit, maar zodra ik een video bekijk waarin het Bond-figuurtje begint te schieten, dan ben ik weg. Ik ben binnen twee seconden kotsmisselijk van die snelle bewegingen.

Geef mij maar Some Like It Hot, From Russia with Love en Simon van Collem. In de uitzending van Simonskoop op 9 juni 1989 met uitgebreid aandacht voor Licence to Kill, kondigt Van Collem de volgende aflevering van 23 juni alvast aan: een verslag van de galapremière van de Bond-film in theater Tuschinski. Niemand kon op 9 juni weten dat het Van Collems laatste uitzending zou zijn.

Tijdens de aftiteling ontdekte ik zojuist een macaber detail. Noem het toeval of niet, maar terwijl Marilyn Monroe op de achtergrond nietsvermoedend ‘ba-boop-bee-doop’ zingt (het deuntje dat Van Collem standaard in zijn leader gebruikte), zien we als laatste beeld een fragment uit de film Wings of Fame. Daarin verschijnt een in het zwart geklede veerman in zijn boot om de doden op te halen. In de film zijn dat Peter O’Toole en Colin Firth, maar in de context van de realiteit vraag ik mij nu af: was deze veerman een voorbode op het lot van Simon van Collem…?


‘Gestorven in harnas’ stond op 22 juni te lezen in de krant. Als tienjarige kon dat voor mij niets anders betekenen dan dat de goede man een harnas droeg terwijl hij stierf. Vreemde outfit voor een filmpremière dacht ik nog.

Het beeld van een dode man in ridderkostuum in een bioscoopstoel stond mij nog lang voor de geest. Ik wist niet beter of Simon van Collem had de eindtitels van Licence to Kill niet gehaald. Dat bleek niet waar, hoorde ik later van een collega, die destijds als medewerker van UIP aanwezig was bij de première. Van Collem was tijdens de afterparty in Tuschinski in elkaar gezakt. En daarmee tegen wil en dank voor altijd verbonden aan James Bond.

Op 21 juni, een snikhete dag in 1989, trok Simon van Collem zijn mooiste outfit aan om op de galapremière van Licence to Kill in Tuschinski te verschijnen. Bij het zien van de kleine kale man op de rode loper had iedereen zich nog afgevraagd: waarom in godsnaam draagt hij een harnas?

Ba-deedly-deedly-deedly-dum-ba-boop-bee-doop.

Deze column verschijnt ook bij James Bond Nederland.

zondag 17 mei 2026

Steven Knight: ‘James Bond niet kapot te krijgen’

Steven Knight, de scenarist van de volgende James Bond-film, zegt dat hij van plan is James Bond opnieuw uit te vinden. In een interview met Screen Daily stelt de maker van Peaky Blinders dat de Bond-franchise sterk genoeg is om creatieve veranderingen te doorstaan.

Knight met Peaky Blinders-pet

„
Bond blijkt onverwoestbaar”, is de schrijver van mening. Volgens hem heeft het personage zich door de decennia heen voortdurend aangepast zonder zijn identiteit te verliezen. Hij omschrijft Bond als ‘folklore’ en vergelijkt de basis van de reeks met een diamant: niet kapot te krijgen.

In zijn jeugd speelden de James Bond-films een belangrijke rol. Sean Connery was altijd zijn favoriet. „Het was altijd Connery”, zegt Steven Knight. „Als kind keek je samen met je vader naar Bond. Die zekerheid, dat zelfvertrouwen en de ontsnapping aan de werkelijkheid — daarin gaat iedereen mee. Dat is het bijzondere aan Bond: iedereen wil zich even verliezen in die fantasie.”

Mr Cool: Sean Connery in Goldfinger (1964)

Knight voert als voorbereiding op zijn script gesprekken met leden van de SAS en andere Britse veiligheidsdiensten om een realistischer beeld te krijgen van hedendaagse spionage. Daarbij verwijst hij naar Bond-bedenker Ian Fleming, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werkzaam was binnen de Britse inlichtingendienst.

Details over de nieuwe Bond-film zijn nog onbekend. Eerder deze week werd aangekondigd dat de auidties voor de nieuwe James Bond officieel zijn begonnen.

dinsdag 24 februari 2026

Hoe zat het ook alweer met ‘Never Say Never Again’?

Even voor dat handjevol kijkers dat tijdens het kijken naar de James Bond-films op Netflix ineens Never Say Never Again tegenkomt en zich afvraagt hoe die film in de chronologie van de reeks past. Want hoezo is er weer een Largo en een Domino en gaat Bond opnieuw achter gestolen nucleair materiaal op de Bahama’s aan?


Niet verder vertellen, maar niet iedereen vindt dat Never Say Never Again bij de Bond-serie hoort. Hoe dat komt? Deze film uit 1983 met Sean Connery als James Bond in de hoofdrol is niet geproduceerd door de familie Broccoli. De familie die al die andere 25 films wél heeft gemaakt.

Dat heeft weer te maken met filmplannen van eind jaren 50 waar Bond-schrijver Ian Fleming bij betrokken was, die het samen met wannabe filmmaker Kevin McClory tijd vond voor een heuse James Bond-film. Samen met scenarioschrijver Jack Whittingham werkten zij aan een filmscript dat uiteindelijk nooit van de grond kwam.

Fleming op zijn beurt leverde in die tijd nog ieder jaar trouw een Bond-boek af en aangezien het filmplan strandde, gebruikte hij het verhaal dat hij met McClory en Whittingham had ontwikkeld, hoppa, voor zijn volgende roman: Thunderball. Zonder vermelding van het eerder genoemde tweetal.

Dat had hij beter niet kunnen doen...


Fleming voelde zich onaantastbaar; James Bond was toch immers zijn geesteskind?  

McClory spande een rechtszaak aan die Fleming niet in de koude kleren ging zitten. De fragiele vijftiger die stevig rookte en dronk, kampte al met hartklachten. Deze stressvolle periode deed hem weinig goed.

Ondertussen klopten Harry Saltzman en Albert R. Broccoli bij hem aan. Ook zij wilden films maken van zijn boeken. Thunderball, het nieuwste avontuur van dat moment, leek ze een mooi project om mee te beginnen. De filmrechten van het eerste Bond-boek Casino Royale waren namelijk al in handen van een ander, maar de rest van de filmrechten lag nog open. Het drietal kwam overeen dat alle filmrechten naar het producentenduo ging, inclusief alle verhalen die Fleming nog zou gaan schrijven.

Door de rechtszaak rond Thunderball besloten Saltzman en Broccoli zich verder niet aan dat dossier te branden, ze richtten hun pijlen op Dr. No om mee te beginnen. Er waren immers genoeg verhalen voorhanden om zich in vast te bijten.

Albert R. Broccoli, Ian Fleming, Sean Connery en Harry Saltzman

Dr. No
verscheen in de herfst van 1962 en werd een bescheiden succes. De volgende film From Russia with Love stond al in de steigers en met de komst van de derde, Goldfinger, kon niemand meer om James Bond heen. Binnen twee jaar tijd verschenen drie Bond-films, het succes van de serie werd groter en groter.

De filmrechten van Thunderball waren inmiddels bij Kevin McClory beland. Ian Flemings gezondheid ging hard achteruit. Een maand voordat Goldfinger in première ging, overleed de geestelijk vader van James Bond.

Door het succes van de films rook McClory zijn kans. Ook hij wilde een graantje meepikken van de Bond-manie die was gecreëerd door Saltzman en Broccoli. Er was alleen één probleem: hoe kon hij ooit gebruikmaken van de grote troef van Saltzman en Broccoli? Namelijk de man die voor bioscoopbezoekers over de hele wereld de belichaming was geworden van James Bond: Sean Connery.

Saltzman en Broccoli zaten op hun beurt met McClory in hun maag. De eenling had immers de filmrechten van Thunderball en daar mocht hij mee doen wat hij wilde. Wat nu als zij McClory eenmalig zouden inlijven?

Kevin McClory

McClory hapte toe. Voor de verfilming van Thunderball (1965) stelden Saltzman en Broccoli zich op als ‘presenters’, McClory kreeg de eervolle vermelding als ‘producent’. In het contract dat zij McClory lieten ondertekenen, stond dat hij de komende tien jaar niets met zijn Thunderball-rechten mocht doen. Het producentenduo had op dat moment geen plannen om nog tien jaar met James Bond door te gaan. Win-win.

Voor McClory was het een buitenkansje. Hij stapte een geoliede filmproductiemachine binnen, hij kon op de Bahama’s zijn contacten en liefde voor de duiksport inzetten, ook stond hij erop dat deze Bond-film in het brede Panavision zou worden geschoten. En wie weet kon hij voor de volgende Bond-productie ook een plaatsje veroveren naast Saltzman en Broccoli...


Na Thunderball was het exit Kevin McClory. Saltzman en Broccoli bouwden gestaag verder aan hun James Bond-filmimperium. Dit keer met het megalomane plan van een uitgeholde vulkaan. McClory had zijn dienst bij de vorige film bewezen – Thunderball was een officiële James Bond-film geworden – ze hadden hem verder niet meer nodig.

In de loop van de jaren die volgden, nam de frequentie van de James Bond-films iets af; in plaats van ieder jaar verscheen er nu om de twee jaar een nieuwe film. Tussen het ooit zo succesvolle duo Saltzman en Broccoli liep het inmiddels wat stroef. Broccoli bleef zich, met uitzondering van Chitty Chitty Bang Bang uit 1968 (ook naar een verhaal van Ian Fleming), volledig inzetten voor James Bond. Saltzman op zijn beurt produceerde talloze andere films. Soms met succes, maar ook met minder succes.

Saltzman had zijn hand verspeeld en moest zijn Bond-rechten verkopen. In plaats van die rechten te verkopen aan een andere producent, sprong filmdistributeur United Artists in dat gat. Vanaf dat moment werd Albert R. Broccoli als soloproducent verantwoordelijk voor James Bond met United Artists als mede-eigenaar.

Broccoli bracht een team samen om voor het eerst zonder Saltzman een Bond-film van de grond te krijgen: The Spy Who Loved Me. Op dat moment een enorme gok. Aartsvijand Ernst Stavro Blofeld, de baas van misdaadorganisatie SPECTE die het James Bond in vele eerdere avonturen moeilijk maakte, zou terugkeren met een nieuw wereldvernietigend plan.


Maar daar had Broccoli even niet meer op Kevin McClory gerekend. De tien jaar sinds Thunderball waren inmiddels verstreken en alles wat dat verhaal aanging, zoals Blofeld en SPECTRE die voor het eerst opdoken in het gelijknamige boek van Ian Fleming, behoorden toe aan McClory.

Broccoli zette een streep door zijn plannen en maakte van Blofeld een nieuwe boef: Karl Stromberg. Andere naam, zelfde streken. Kwestie opgelost.

Kevin McClory op zijn beurt probeerde vanaf dat moment zijn eigen Bond-film te maken, zíjn remake van Thunderball, getiteld Warhead. Grootste troef: de terugkeer van Sean Connery! Broccoli filmde stug verder met zijn James Bond, Roger Moore, die inmiddels een eigen fanschare had gecreëerd en bewezen had een lucratieve 007 te zijn.

Broccoli maakte het McClory ook niet makkelijk, want door alles wat te ver afweek van het originele Thunderball-verhaal en te veel aanschurkte tegen de James Bond van Broccoli, moest een streep. De productie van de McClory-film liet daarom jaren op zich wachten, totdat begin jaren 80 dan eindelijk het startsein kon worden gegeven. Inclusief Sean Connery na twaalf jaar terug als James Bond. Had hij bij zijn afscheid van de Saltzman/Broccoli-film Diamonds Are Forever (1971) gezworen nooit meer James Bond te spelen, daar moest hij nu op terugkomen. Dat bracht zijn vrouw Micheline op een idee: Never Say Never Again opperde zij. En zo geschiedde.

Het werd in 1982/1983 The Battle of the Bonds genoemd: Broccoli met de productie van Octopussy tegen McClory met Never Say Never Again. Oftewel: Roger Moore tegen Sean Connery. Die laatsten hadden hier echter alleen maar schik in, ze werden er immers leuk voor betaald. De acteurs gingen al jaren vriendschappelijk met elkaar om, van rivaliteit tussen die twee was geen sprake.


En ook aan de kassa mochten beide films niet klagen. Octopussy trok volle zalen in de zomer van 1983, terwijl Never Say Never Again naar het najaar van 1983 werd verplaatst. Het publiek kreeg dat jaar de kans twee James Bond-films in de bioscoop te bezoeken. En die kans werd gretig benut.

Kevin McClory heeft daarna nog verschillende pogingen gewaagd een remake van een remake te maken. Hij had immers enkel de rechten van één Bond-verhaal. Zover is het nooit gekomen. Toen de producent in 2006 overleed, bleven zijn erven met de Bond-rechten achter. Die werden in 2013 verkocht aan de erven-Broccoli, die op dat moment al jaren de Bond-films produceerden na het overlijden van hun vader Albert R. ‘Cubby’ Broccoli in 1996.

Met de filmrechten van SPECTRE terug bij de Broccoli’s, bedachten zij zich geen moment. Met wat kunst- en vliegwerk werd de misdaadorganisatie die eind jaren 50 werd bedacht, ingebed in de verhaallijn van de James Bond-films met Daniel Craig. Zie daar de film Spectre uit 2015 in de officiële Bond-canon.


Never Say Never Again
valt net als alle andere Bond-films ook onder Amazon, vandaar dat er op Netflix nu 26 Bond-films staan. Never Say Never Again werd gedistribueerd door Orion Pictures, dat later werd overgenomen door MGM en vervolgens terechtkwam bij Amazon toen de techgigant enkele jaren geleden MGM inlijfde. MGM had United Artists, de mede-eigenaar van James Bond na het vertrek van Harry Saltzman, begin jaren 80 al overgenomen.

Hoezeer Never Say Never Again ook op een James Bond-film lijkt en hoe fantastisch Sean Connery er uitziet met zijn toupet en tuxedo, de film blijft toch altijd een buitenbeentje. Geen James Bond Theme, geen gunbarrel, geen 007-logo. Je zult de film niet in een officiële Bond-box aantreffen. Zo werd Never Say Never Again recentelijk uitgesloten van de Sean Connery 6-film Collection op 4K van vorig jaar en de telling voor de volgende Bond-film gaat, na de 25e film No Time to Die, verder met Bond 26. Als ze bij Amazon MGM Studios niet opnieuw bij 1 beginnen.

Never Say Never Again verscheen op 14 februari 1990 als eerste James Bond-film op de Nederlandse tv. De commerciële zender RTL Veronique (RTL 4) was op dat moment net in de lucht en loofde prijzen uit aan kijkers die 4 op 4 zetten (het zoeken van zenders ging in die tijd nog handmatig): ‘Als ze Veronique op de voorkeuzetoets 4 van hun toestel hebben gezet en een grote opvallende 4 op hun raam hebben geplakt, lopen ze kans vier maal vierhonderd gulden te winnen en misschien een auto.’ Rob Out, destijds programmabaas bij Veronica, leek het een goede idee om James Bond voor de publieke omroep in te zetten, zodat niet iedereen op RTL 4 zou afstemmen.

De uitkomst laat zich raden. Met James Bond valt niet te spotten...

De Telegraaf, 16 februari 1990

woensdag 29 januari 2025

Verzamelde artikelen Ian Fleming in boekvorm

Ian Fleming Publications komt met een verzameld werk van Ian Flemings artikelen die hij schreef tijdens zijn carrière als journalist. Volgens de uitgever belooft het een fascinerende verzameling te zijn van zelden geziene journalistieke werken en andere artikelen van de hand van de bedenker van James Bond.

Deze artikelen schreef Ian Fleming voordat hij aan de boekenreeks van James Bond begon en omvatten onder meer recensies voor de Sunday Times, documenten uit de Tweede Wereldoorlog, reisverslagen en correspondentie met de Amerikaanse detectiveschrijver Raymond Chandler.

Het boek bevat ook twee nieuw opgedoken artikelen die al meer dan een halve eeuw niet meer beschikbaar waren plus twee zelden gepubliceerde vroege fictiewerken.

Talk of the Devil: The Collected Writings of Ian Fleming is beschikbaar vanaf 22 mei bij Ian Fleming Publications.

vrijdag 13 december 2024

Remake ‘Chitty Chitty Bang Bang’ in de maak

Doorstart James Bond nog lang niet in zicht

Eon Productions en Amazon MGM Studios slaan de handen ineen om een film te maken. Geen James Bond-film, maar een remake van de klassieker Chitty Chitty Bang Bang. Dat meldt Deadline Hollywood aan de vooravond van de 99e verjaardag van Dick van Dyke, de hoofdrolspeler uit het origineel.

Het is de eerste remake die Eon Productions gaat produceren. Van de 25 Bond-films uit hun stal zijn in de ruim zestig jaar dat het filmpersonage bestaat nooit remakes gemaakt. Met de productie van Chitty Chitty Bang Bang aanstaande, lijkt de kans op een doorstart met James Bond nog lang niet in zicht.

Het verhaal Chitty Chitty Bang Bang komt net als James Bond uit de pen van auteur Ian Fleming. Fleming schreef het boek Chitty-Chitty-Bang-Bang: The Magical Car in 1961, nadat hij herstellende was van een hartaanval. Het eerste deel van het boek werd echter pas in oktober 1964 voor het eerst uitgegeven, twee maanden na Flemings overlijden. Het derde en laatste deel volgde in januari 1965. Nadien is het boek enkel in zijn geheel verschenen.

De originele filmversie stamt uit 1968 en werd gemaakt door Bond-producent Albert R. Broccoli. Hij huurde tal van cast- en crewleden uit de Bond-films in: Roald Dahl, Ken Adam, Peter Hunt, Richard Maibaum, Gert Fröbe en Desmond Llewelyn. De muziek werd geschreven door de gebroeders Sherman, bekend van tal van Disney-films.

Albert R. Broccoli met de magische auto

In 2002 ging de musical Chitty Chitty Bang Bang in première op West End in Londen en in 2005 op Broadway. Sinds 2006 tourt de theatervoorstelling de wereld over.

maandag 12 augustus 2024

‘Geen nieuwe misdaadsprookjes meer’

Ian Fleming zestig jaar geleden overleden

dit artikel verscheen eerder op 12 augustus 2014




IAN FLEMING (schepper van James Bond) OVERLEDEN

De Telegraaf, 13 augustus 1964

IAN FLEMING, de succesvolle schrijver van avonturenromans, geestelijke vader van James Bond, is gistermorgen in een ziekenhuis in Canterbury overleden nadat hij door een hartaanval was getroffen. Fleming was 56 jaar. Hij was met zijn vrouw en zoon op vakantie. 

Zijn eerste James Bond-roman dateert van 1953: „Casino Royale”. Het boek stond spoedig bovenaan de bestseller lijst. Daarop volgden „The moonraker”, „Diamonds are forever”, „Dr. No”, „Goldfinger”, „From Russia with love” en „For your eyes only”.


Fleming deinsde niet terug voor krachtige uitspraken. Toen zijn eerste James Bond-roman een succes bleek, verklaarde hij: „Ik begrijp niet, dat dit vod, waarin een idioot van een held de hoofdpersoon is en waarin de schurk niet meer is dan een ledepop zo’n succes kan hebben”.

Hetgeen hem niet verhinderde door te gaan James Bond-romans te produceren. Zij werden in 23 talen vertaald. Drie ervan werden verfilmd. Later karakteriseerde hij James Bond als volgt: „Hij is een soort hedendaagse St. George, die gemene draken doodt. Bond mag dan wreed zijn, hij is het slechts tegenover zijn vijanden.”

Fleming gaf eens te kennen, dat een man „bijzonder goed opgevoed moet zijn wil hij behoorlijke romans kunnen schrijven”, en hijzelf beantwoordde hieraan volledig.

Hij liep Eton af en de militaire academie van Sandhurst en studeerde daarna geruime tijd aan de universiteiten van München en Genève. Tijdens de oorlog had hij een hoge rang bij de Britse marine-inlichtingendienst, hetgeen hem de kans gaf zijn ruime kennis te vergaren over de wereld van de internationale spionage, die hij in al zijn boeken heeft beschreven.

Geschat wordt dat Fleming vele malen miljonair was geworden door de verkoop en verfilming van zijn James Bondboeken.


Joop van den Broek schrijft:

DETECTIVESCHRIJVERS creëren helden, die alles overleven, maar zelf sterven ze plotseling en onverwacht. Nog niet zo lang geleden reed in Frankrijk Jean Bruce zich dood, in het Nederlandse Leeuwarden overleed Havank, nu in Engeland lan Fleming. Vooral bij hem denk je aan onoverwinnelijkheid. De „blurb” op de Nederlandse Fleming-boeken vermeldt over James Bond, Fleming’s schepping: „Hij onderging een reeks martelingen, waar de grote inquisiteur van Spanje jaloers op zou zijn geweest. Er is op hem geschoten, zijn lichaam is met een mes gekerfd, hij werd met bommen bestookt en half vergiftigd, om nog maar te zwijgen over de tarantula's, haaien en gigantische pijlinktvissen, die hem naar het leven stonden.”

JAMES BOND wandelt nog in de boeken rond en hij kreeg gestalte in drie films. Fleming is dood in Canterbury, 56 jaar oud. Een man, die er Britser dan Brits uitzag. Zo stond hij bij ons nog een paar dagen geleden in de krant: een keurige man met een vlinderdas, een sigaret in de houder, het dunner wordende haar fraai gekapt. Hij was in gesprek met Allen Dulles, het vroegere hoofd van de Amerikaanse centrale inlichtingendienst, en ze wisselden gedachten uit over het spionagevak. Daar kon Fleming over meepraten. Uit „Who’s who” heb ik nog deze cryptische aantekeningen:

„Opleiding: Eton, Sandhurst, universiteiten van München en Genève. Werkte bij Reuter en bankier. Diende in de oorlog als persoonlijk assistent van het hoofd van de Britse maritieme inlichtingendienst. Daarna journalist en uitgever. Hobby’s: verzamelt eerste drukken van boeken, vist onder water, speelt kaart, golft.” Fleming trouwde pas toen hij 43 was met het meisje Anne Geraldine; ze hebben een zoon. „Als een tegenwicht of antistof tegen de hysterische ontsteltenis over mijn huwelijk”, schreef hij zijn eerste spionage-roman: „Casino Royale”. Mooi Brits gezegd.
ZOALS wijlen president Kennedy al getuigde — en daarmee de stoot gevend aan de geweldige populariteit van James Bond in Amerika —: „Het zijn fijne boeken. De vrouwen zijn er mooi in, de gevaren enorm, het eten en drinken overvloedig en met gevoel beschreven. Het is allemaal geen geweldige literatuur, gewoon sprookjes voor grote mensen, maar kom er eens om in dit land, waar iedereen, die een schrijfmachine kan bedienen, gelooft dat hij ook nog een boodschap moet brengen en dat het verhaal er daarom niet zo erg op aankomt.”

De dood van Ian Fleming is alleen al verschrikkelijk omdat hij geen nieuwe misdaadsprookjes voor ons meer zal bedenken.

zaterdag 1 juni 2024

De nieuwe Kevin McClory’s

James Bond will return. In ieder geval in 2035. Moeten we dan zo lang wachten tot Bond 26? Liever niet natuurlijk, maar één ding staat vast: over tien jaar zijn de voorbereidingen voor een Bond-productie in volle gang. Met een beetje mazzel kunnen we zelfs in meervoud spreken: Bond-productíes.

Ian Fleming by Jeff Marshall

Ian Flemings James Bond 007 ligt per 2035 te grabbel. Dan is Bonds geestelijk vader zeventig jaar dood en vervalt de geheim agent tot het publieke domein. Iedereen mag vanaf 1 januari 2035 met hem doen wat hij wil. De Kevin McClory’s van deze wereld staan handenwrijvend in de coulissen tot het zover is, want met Bond valt een berg poen binnen te harken.

Dat betekent dat er tegen die tijd ongetwijfeld allerhande Bond-gerelateerde producten op de markt gaan verschijnen. Let wel, we hebben het hier over Ian Flemings James Bond, niet over Eon Productions’ James Bond.


Het werk van Fleming mag vanaf 2035 tot de laatste komma worden uitgeperst. Ik voorzie in ieder geval een streamingserie die het werk van de auteur eens stevig onderhanden neemt. James Bond zoals Ian Fleming heeft bedoeld. Een directe vertaling van boek naar thuisscherm verdeeld over een x-aantal seizoenen. Met één hoofdrolspeler die in twaalf avonturen en een handvol korte heldendaden de jaren 50 van de vorige eeuw doet herleven.

Bijvoorbeeld: geef Steven Zaillian de kans om er een Ripley-achtig geheel van te brouwen. In vlekkeloos zwart-wit, prettig tempo, niet te snel, met aandacht voor detail, waar Flemings werk in floreert. Een idee waar ik direct voor zou vallen.

Iets totaal anders dan de filmserie waar wij zo verknocht aan zijn. Dat kan ook niet anders. De filmserie behoort toe aan Eon Productions. Dat is de James Bond met zijn James Bond Theme, zijn gunbarrel, zijn gun symbol logo. En daar blijven anderen voorlopig van af.

De oude Kevin McClory

De vraag is natuurlijk hoe de nieuwe Kevin McClory’s hun handeltje gaan aanvliegen. Een James Bond-productie zonder James Bond Theme, zonder gunbarrel en zonder gun symbol logo is als een Never Say Never Again zónder Sean Connery.

Hoe belangrijk zijn al die vaste Eon-elementen voor het succes van James Bond? Of anders gezegd: kan James Bond ook succesvol zijn zonder dit stramien? Hoogstwaarschijnlijk is het enkel een kwestie van gewenning. Een nieuw deuntje moet wel te componeren zijn. Gooi het over een compleet andere boeg; John Barry heeft immers ook ooit de Bond-sound uitgevonden. Een heruitvinding van een nieuw Bond-thema door een beetje handige componist is echt wel te doen. Met de juiste instelling kan er veel moois voortkomen uit de vrijstelling van 007.

Dan Eon Productions. Hoe gaat de ‘officiële’ James Bond-filmproductiemaatschappij om met al die concurrentie? Als over een aantal jaren blijkt dat Eon met terugwerkende kracht al was afgehaakt na de 25e Bond-film en de hele toko in handen komt van Amazon, dan staat Amazons Eon de schone taak te wachten oude vertrouwde James Bond-films te produceren. Verstand-op-nul-vermaak met een martini en een knipoog plus de James Bond Theme, de gunbarrel en het gun symbol logo.


Amazons Eon moet het onderscheid maken tussen de ‘onofficiële’ en de ‘officiële’ kant van James Bond. Een bijltje waar het oude Eon met succes eerder mee heeft gehakt. Natuurlijk bestaat er niet zoiets als officieel en onofficieel, maar als je het wél zo kunt verkopen dat er een ‘echte
’ en een ‘nep’ James Bond is — dat is de kracht van het merk dat Eon ruim zestig jaar uitbuit. De herkenbaarheid. En daarbij het terugwinnen van de liefde voor de filmserie.

Uiteraard hoop ik van harte dat die liefde eerder terug wordt gewonnen met Bond 26 in 2025. Laten we vooral positief blijven. Echter, als dit gebeurt met dezelfde slakkengang als de tien jaar hiervoor, dan hebben we welgeteld Bond 26 en 27 voor de boeg voordat bovengenoemd scenario in werking treedt.

En die hele vrijstelling van Ian Flemings James Bond hoeft de 007-filmserie niet per definitie in de weg te zitten. Niets inspirerender voor James Bond dan concurrentie in de vorm van James Bond! Laat ze het maar uitvechten op het witte doek. Die enkele keer in 1983 dat dat gebeurde, is daar niemand slechter van geworden.


Wat dat betreft kunnen die verlopen auteursrechten niet vroeg genoeg komen. Wat is er mis met zestig jaar na iemands overlijden? Dan kan de concurrentiestrijd per direct aanvangen en zitten we de komende jaren met een palet aan James Bond-producties. Prachtig!

Voor hetzelfde geld interesseert het Eon allemaal geen barst, die hele te vervallen auteursrechtenkwestie. Als Barbara Broccoli de komende tien jaar geen nieuwe Bond-films produceert, vervaagt de naam van de geheim agent hoe dan ook. Het merk 007 verliest zijn waarde en wordt daarmee onaantrekkelijker voor geldschieters. Heeft het tegen de tijd dat Bond publiek bezit wordt überhaupt nog zin om films rond de geheim agent te maken?

Al lijkt het er momenteel op dat de honger is gestild, het knagende gevoel naar Bond zal terugkeren. De wetenschap dat er een slapend filmpersonage bestaat waar je een kwartje ingooit dat er als een euro uitrolt — dat idee blijft onweerstaanbaar. Het kan daarom niet anders dat James Bond op enig moment nieuw leven in wordt geblazen. Door Eon, door Amazon, door een nieuwe Kevin McClory. Bond heeft ooit in een lang vervlogen verleden bewezen tot de top van het filmamusement te behoren. Er is geen Bond-film die ooit verlies heeft geleden. James Bond is altijd serious business geweest.

Daarom blijf ik erbij: James Bond will return. Met een beetje geluk binnen nu en een paar jaar. En anders toch zeker in 2035.

Deze column verschijnt ook bij James Bond Nederland.

vrijdag 29 maart 2024

Walm van antisemitisme rond James Bond

Waar in Nederland afgelopen weekend een optreden van zangeres Lenny Kuhr werd verstoord door pro-Palestijnse demonstranten, richtten hun sympathisanten zich internationaal op de Brits-Joodse acteur Aaron Taylor-Johnson, die mogelijk de nieuwe vertolker van 007 wordt.

Aaron Taylor-Johnson

Onaanvaardbaar in een tijd dat de oorlog in Gaza voortwoedt, vinden ze. Op sociale media voeren ze actie met #BoycottJamesBond. Anderen noemen de actie net als het protest tijdens het concert van Kuhr regelrecht antisemitisme.

Ian Fleming en zijn creatie James Bond kregen in het verleden soortgelijke verwijten. De schrijver, opgeleid op traditionele instituten als Eton en de militaire academie Sandhurst, werkte aanvankelijk als journalist en geheim agent van de marine. Behoudende ideeën over de rol van het Britse Rijk, de witte mens, en de man waren zeer aan Fleming (1908-1964) besteed. Volgens zijn biograaf Matthew Parker keek de schrijver neer op zo’n beetje iedereen die niet voldeed aan zijn eigen Britse, masculiene profiel.

De uitgever van zijn boeken in het Engels besloot vorig jaar onder meer daarom om alle delen in de Bond-reeks te voorzien van een soort voorwaarschuwing. De boodschap: dit werd geschreven in een tijd waarin mensen er andere ideeën op nahielden. Sensitivityreaders haalden er bovendien passages uit die al te racistisch, seksistisch of homofoob zouden zijn. Ze werden vervangen door onschuldigere formuleringen die niemand voor het hoofd kunnen stoten.

Ian Fleming

Het verwijderen van de vermeend antisemitische gedeeltes zou ingrijpender zijn. De vraag is hoeveel dan over zou blijven van de oorspronkelijk door Fleming gecreëerde wereld.

Veel van de kritiek richt zich op de slechteriken in de boeken en films rond de geheim agent. Vrijwel altijd zijn het mannen die volledig geobsedeerd zijn door het verwerven van zoveel mogelijk macht en rijkdom en door controle over de wereld. Dat lijkt volgens de Canadees-Joodse schrijver Mordecai Richler verdacht veel op stereotypen van joden als nietsontziende geldwolven en konkelaars die azen op joodse wereldheerschappij. In antisemitische geschriften als de Protocollen van de wijzen van Zion en nazistische propaganda vormden dit soort beelden de giftige hoofdmoot.

Ernő Goldfinger

Fleming baseerde zijn boef Goldfinger in het gelijknamige boek en de gelijknamige film zelfs op een bestaande figuur, de Brits-Joodse architect van Hongaarse komaf Ernő Goldfinger. De schrijver hoorde over hem en zijn woede-uitbarstingen op de golfbaan en had toegekeken hoe in Hampstead oude woningen werden gesloopt om plaats te maken voor modernistische architectuur. Fleming veranderde voor zijn schurk Goldfingers voornaam Ernő naar Auric.

De architect, die toch al niet bekendstond als iemand met een talent voor relativeren, was woedend over zijn ‘rol’ in een Bond-verhaal. Hij dreigde met een rechtszaak. Dat kon uiteindelijk worden voorkomen met zes gratis exemplaren en een vermelding voorin het boek dat personages niet waren gebaseerd op bestaande figuren.

In Israël kwam het in 1965-1966 tot een tijdelijke boycot van de film Goldfinger. Ook in de Verenigde Staten drongen sommige Joodse organisaties daar op aan. Dat had niets te maken de mogelijke verwijzing naar de architect, maar alles met de vertolker van de schurk. De Duitse acteur Gert Fröbe was, zo bleek, tussen 1934 en 1937 lid geweest van Hitlers NSDAP, was blijven acteren tijdens de oorlog en had tegen het einde van het Derde Rijk nog gediend in de Wehrmacht.
 

De Tijd-De Maasbode, 17 december 1965
(klik op het artikel voor een vergroting)

Fröbe deed niet geheimzinnig over zijn verleden. „Natuurlijk was ik een nazi”, zei hij. De ophef verbaasde hem wel. Alsof hij net als Adolf Eichmann een van de hoofdverantwoordelijken voor de Holocaust was geweest. Toen kort daarna bleek dat Fröbe en zijn verwanten tijdens de oorlog hadden geholpen bij de onderduik en verzorging van een Joodse familie, hield de controverse rond zijn persoon op.

Bron: Paul van der Steen in Trouw

vrijdag 1 maart 2024

De toekomst van James Bond

Barbara en ik zijn het er over eens; we willen dolgraag een nieuwe James Bond-film. Of eigenlijk: films. En we zijn eruit hoor! Het heeft ons liters latte macchiato van drie perfecte laagjes gekost. Er waren momenten bij dat we dachten: het lukt ons verdomme niet! Dan konden we er net de vinger niet achter krijgen. Of we dachten dat we de code hadden gekraakt, blijkt er één puzzelstukje niet te passen. Ken je dat? Na vele middagen koffiedrinken waarbij de cafeïne letterlijk mijn oren uitkwam (ze vergeet die foto steeds te appen), weten we welke kant we met onze liefdesbaby uit moeten.


Wat in eerste aanzet een fijn idee leek, is die jaren 50/60 vibe terug. De tijd waarin de boeken werden geschreven en de films hun grootste successen vierden. Een period piece, midden in de Koude Oorlog, waarin mooi goed was en lelijk kwaad. Lekker overzichtelijk allemaal.

Ik heb het zelf ook vaker genoemd: ga terug naar de basis en plaats James Bond in de tijd waarin hij het beste tot zijn recht kwam. Barbara heeft daar altijd haar twijfels over gehad. Vooral het kostenplaatje baart haar zorgen, daar heeft zij kijk op. Films die zich afspelen in een andere tijd zijn zoveel duurder door alle aanpassingen die moeten kloppen. Daarbij: welke sponsor is gek genoeg om te investeren in technologische achteruitgang? Ja, het Archeon had er wel oren naar. Sympathieke lui, daar niet van, en ze dachten ook goed mee. Kon Bond gelijk naar Avifauna, hoefden we niet helemaal naar de tropen te gaan.

Ian Fleming (1908 - 1964)

Het idee van een period piece hebben we uiteindelijk naast de koelkast gezet. Dat is meer voor over tien jaar als 007 in publiek domein valt. Een sterke literaire vertaling door Amazon Prime. Prima tegen die tijd. Voor nu hebben wij iets anders nodig, dat ontbrekende puzzelstukje…

En opeens was daar dat lampje: pling! Als in een stripverhaal. De energie die vrijkomt na een krachtige brainstormsessie. Dit is de sleutel!

Waar Barbara en ik keer op keer nog steeds van kunnen genieten, zijn de oude James Bond-films. En dat zijn er inmiddels tientallen. Met geen nieuwe films op komst, worden die oudere films vanzelf alleen maar ouder. Hoef je niks voor te doen. Maar, en nu komt het, die oude films doen het alleen nog goed bij een bepaald publiek. Voor de tieners van deze tijd is het allemaal echt te traag en het lukt ze simpelweg niet door de green screen-achtergrond te prikken. En ik moet zeggen, ze hebben een punt.

Sean Connery níet op locatie in Miami

Voor dat probleem hebben Barbara en ik een oplossing. In het kielzog van Disney die al die animatieklassiekers in een live-action jasje gooit, gaan we de Bond-films re-maken. De grote vraag: waar beginnen we? Bij Dr. No? Bij Casino Royale? Nee, bij Goldfinger! De James Bond-klassieker bij uitstek.

En nu mogen Purvis en Wade lekker losgaan. Wat wordt de nieuwe insteek? Bond die in het eerste shot met een vogel op zijn kop komt aanzwemmen, dat trucje kennen we uit de voorbeeldfilm. Nee, de remmen moeten los en de heren mogen verzinnen wat ze willen, als ze maar trouw blijven aan die man die verzot is op goud en, wellicht, Fort Knox wil ‘beroven’ of iets van dien aard. Verder krijgen ze carte blanche om van de nieuwe Goldfinger een moderne film maken.

Fleming wordt er opnieuw bij gepakt; wat is blijven liggen bij de eerste verfilming? Er wordt geleend van Richard Maibaum en Paul Dehn, mag allemaal, met uiteraard een eervolle vermelding in de credits.

Wat betreft de muziek: ook John Barry blijft overeind. Zij het met een moderne touch aangevuld met nieuw gecomponeerde muziek. De titelsong; daar kunnen we niet omheen. Die ligt bij veel van de oude Bond-films zo in het gehoor verankerd, daar blijven we in principe van af, bij de nieuwe Disney-vertellingen zingen ze immers ook nog hetzelfde lied. Echter, Shirley Bassey maakt voor de huidige plaat ruimte voor een nieuwe strot. Beatje eronder en knallen!

Bond met trouwring

Goldfinger in een compleet nieuw jasje. Barbara en ik zien het helemaal zitten. De klassieker blijft wat het is; de nieuwe moderne versie hoeft de oude niet te overtreffen, het ziet er alleen uit als een film die vandaag de dag is geschoten. Niet zo gek, want dat is ook zo. Geen achtergrondprojectie waar dat niet nodig is. De acteurs worden gewoon ingevlogen als er aan de andere kant van de wereld een scène wordt opgenomen. Suggestie: een iets andere kledingkeuze dan het blauwe rompertje? Ik noem maar iets geks hoor. Dan de vliegmachines: die komen niet uit de Thunderbird-fabriek. En de Bond-acteur schuift gewoon zijn trouwring af als hij zich in zijn rol begeeft, zodat we het niet met een afplakkertje hoeven te doen.

Alles wat de vorige keer niet werkte, of niet meer door de beugel kan in deze moderne tijd, wordt sowieso overboord gekieperd. Sta dus niet gek te kijken als straks Kitty Galore opduikt. Het is zoals Casino Royale in 2006 onderhanden is genomen. Het stramien geschapen door Fleming blijft overeind, alles eromheen is aangepast aan deze tijd.

Casino Royales martelscène: overgenomen en aangepast

We krijgen een vooruitzicht om van te smullen. Wat zullen de schrijvers gaan doen met From Russia with Love, met Thunderball, met Diamonds Are Forever? Want ook die komen aan de beurt. Het is iedere keer weer een feest om te ontdekken welke elementen uit de originele films en uit de boeken is overgenomen en welke nieuwe draai de makers aan de re-make hebben gegeven. Het gevecht in de Orient Express, Fort Knox, Piz Gloria. Het is niet te overtreffen, totdat je ziet wat de huidige filmmakers ervan hebben gebrouwen.

Op deze manier kunnen we echt weer eens verrast worden met iets dat we denken te kennen, maar met wat slimme vondsten een totaal andere kijk op de zaken geeft. ‘Ik vond het origineel toch echt beter.’ Natuurlijk! Die film zit in je poriën. Het heeft even tijd nodig, maar vind je ook niet dat het veel logischer is om On Her Majesty’s Secret Service éérst te verfilmen en dan pas You Only Live Twice? Dáárom herkent Blofeld Bond niet, ze hebben elkaar nog nooit ontmoet! ‘O, moest dat Blofeld voorstellen…’

Nogmaals: de oude films blijven de oude films. Daar blijven we van af en daar blijven we van genieten. Maar die nieuwe films verdienen ook een kans. Barbara Cavolfiori en ik hebben er in ieder geval zin in. Nu het plan onder ogen van Barbara Broccoli zien te krijgen. Dat zal nog een hele missie worden…

Deze column verschijnt ook bij James Bond Nederland.

maandag 22 mei 2023

‘Bondesque Magazine’ is terug

Het Nederlandstalige James Bond-magazine Bondesque is terug. Het blad belooft originele, informatieve en verrassende artikelen over de wereld van 007 te brengen. De inhoud is samengesteld door hoofdredacteur Merlijn Kuiper in samenwerking met James Bond-kenners van over heel de wereld.


De eerste editie van Bondesque Magazine verscheen in 2011, toen nog onder de paraplu van James Bond Nederland. Destijds bleef de teller steken op vijf edities; Bondesque Magazine nummer 6 verschijnt halverwege juni voor het eerst als zelfstandig magazine.

Geïnteresseerden kunnen zich gratis en vrijblijvend inschrijven om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen rondom Bondesque Magazine 6. De eerste kopers ontvangen vervolgens een gelimiteerde Bond-print van Reuben Wakeman.


In het nieuwe nummer onder meer aandacht voor: Jamaica, de thuisbasis van Ian Fleming; een blik achter de schermen bij de setontwerpen van de laatste Bond-film No Time to Die en een duik in de geschiedenis van de titelsongs. Niet alleen de bekende nummers komen aan bod, ook de songs die het witte doek niet haalden.

Verder in Bondesque 6: een interview van Pjotr Zajac met still-fotograaf van No Time to Die Nicola Dove; de posterontwerpen van Vic Flair en de spectaculaire sneeuwopnamen van de Bond-films door cameraman Willy Bogner.

Zie voor meer informatie Bondesque Magazine.

zondag 21 mei 2023

The Other Fellow

Het is een intrigerende film geworden, de documentaire The Other Fellow van Matthew Bauer, over mannen die allemaal dezelfde naam dragen, die van Bond, James Bond. De film is deze week in Engeland in première gegaan.


Bauer volgde zo’n tien jaar lang honderden James Bonds over de hele wereld. De film spitst zich toe op een klein gedeelte van die Bonds, met allemaal een eigen verhaal over hun naam en hoe die naam voor verwarring, hilariteit, ongemak of zelfs een uitweg zorgde.

De interviews met de James Bonds worden afgewisseld door archiefbeelden van Ian Fleming en de Amerikaanse ornitholoog James Bond (van wie Fleming de naam stal) en met nagespeelde scènes waarin diezelfde ornitholoog wordt geportretteerd door acteur Gregory Itzin. Het levert een levendig beeld op van de voors en, in meerdere gevallen, de tegens die de beroemde naam met zich meezeult.

De echte James Bond (links) met de echte Ian Fleming

Uiteraard is er ruimte voor het verhaal van de Zweed Gunnar Schäfer die zijn naam in 2006 officieel liet veranderen in James Bond. De Zweed beheert in Nybro het James Bond Museum en leeft als echte James Bond zijn droomleven, zonder tussenkomst van de Blofelds en Goldfingers. Hij belichaamt de andere kant van de medaille: de superfan die niets anders wil zijn dan James Bond. Al is dit echt wel een geval apart.

De van geboorte James Bonds hebben vaak niets met de geheim agent van Ian Fleming en nemen ‘het geintje’ hun ouders nog steeds kwalijk. James Hart is veel gelukkiger dan toen hij nog Bond heette. Als de James Bond uit New York, waar er overigens zo’n acht wonen, incheckt bij een hotel, spelt hij zijn naam: B-O-N-D. De nietsvermoedende baliemedewerker: ‘En uw voornaam is zeker James?’ James Bond beaamt dit voor zoveelste keer in zijn leven. ‘Really?’, klinkt de baliemedewerker verrast.

Een van de meest opmerkelijke verhalen is van een vrouw die inmiddels ook Bond heet en een uitweg zocht voor zichzelf en haar zoontje. Zij was getrouwd met een bruut die zowel haar als hun zoontje terroriseerde. Toen zij op een goed moment de moed had verzameld om te vluchten, besloot zij haar naam te veranderen. Om zo onopvallend mogelijk door het leven te gaan, gaf zij haar zoontje de naam James Bond. Probeer daar online maar eens serieus naar te zoeken. Voor zo’n drama is de beroemde naam een zegen.

De documentaire ziet er gelikt uit. De muziek is uitstekend en doet in veel gevallen denken aan de muziek uit de films.

Voor fans lijkt het misschien een droom, maar wie Bond heet, denkt beter twee keer na voordat hij zijn nagelslacht de naam James geeft. De documentaire kwam net te laat voor de familie Vader die nu met een krijsend zoontje Darth zit opgescheept.

In november staat de Nederlandse première van The Other Fellow gepland op IDFA.

zaterdag 8 april 2023

‘Casino Royale’ zeventig jaar

Een taai voorgerecht

Ik ben geen fan van Ian Flemings eersteling Casino Royale, het boek dat op 13 april zijn platina jubileum viert. Toen ik het in de zomer van 2003 voor de tweede keer las, ben ik blijven steken op bladzijde 101, bij het hoofdstuk La vie en rose. De boekenlegger moet nog steeds op diezelfde pagina steken. De Engelse versie deed het enkele vakanties later iets beter, maar het blijft dat ik Casino Royale een taai voorgerecht vind.

Casino Royale verscheen in vertaling voor het eerst begin jaren zestig in de Zwarte Beertjes-reeks van A.W. Bruna. Hoewel in de eerste druk geen jaartal staat vermeld, is 1960 het meest aannemelijk. Daarvoor, in 1959, was namelijk het tweede Bond-boek Moord onder water als eerste Bond-titel in vertaling uitgegeven; boek nummer vier, Doden voor diamanten, verscheen als nummer drie in het Nederlands in 1961. Uitgever Bruna nam het niet zo nauw met de oorspronkelijke volgorde en publiceerde de afleveringen kriskras door elkaar.

Vermoedelijk 1960

Over Casino Royale oordeelden de critici in diverse dagbladen als volgt: ‘Een spannende, knap opgezette en uitgewerkte detectivegeschiedenis tegen een spionage-achtergrond van Ian Fleming’, schreef de Friese Koerier op 30 maart 1961. ‘Veel ruwheid (de onmisbare martelingsscènes), voldoende erotiek en overvloed aan spanning’, aldus de Leeuwarder Courant op 20 april. ‘(...) Dit vraagt wel wat veel van ’s lezers goedgelovigheid’, oordeelde Algemeen Dagblad op 31 mei. ‘Trouwens, de tegenpartij vindt dit blijkbaar ook nogal kinderachtig en probeert Bond met heel wat krachtdadiger middelen om zeep te helpen, wat natuurlijk niet lukt. De schrijver heeft er nog een Mata Hari aan toe gevoegd, maar het verhaal wordt er alleen nog onwaarachtiger door.’ 

1964

De recensies bleven allemaal wat karig, James Bond was in 1961 nog steeds geen grote naam. Maar die paar regels waren altijd nog beter dan een beoordeling van Johan Winkler in Het Parool van 26 april 1961: ‘Het is de liefdeshistorie tussen de westerse meesterspion James Bond en zijn communistische tegenspeelster Vesper Lynd, en het is me het drama wel. Want het loopt, als zij dat communisme ineens niet meer hárden kan, op Vespers zelfmoord uit. En daarmee op James’ ontgoochelde verbittering: „De rotmeid is dood!” Toen ik die slotwoorden van „Casino Royale” gelezen had, zei ik het James met gepaste wijziging na: „Het rotboek is uit!”’

1974

Het kan ook anders, zoals op 24 juni 1961 te lezen in Het Vrije Volk: ‘Ian Fleming weet hoe hij er de spanning in moet houden. Iedere keer als de lezer denkt, dat hij het ergste nu wel heeft gehad, geeft de schrijver hem een dreun tussen de ribben die hem de adem beneemt. Maar ook ons incasseringsvermogen heeft grenzen. De martelscène in dit boekje, om uit de Engelsman te persen, waar hij de cheque met de gewonnen miljoenen franken verborgen heeft, gaat alle perken te buiten. Dit is ronduit weerzinwekkend.’ 

Nieuwsblad van het Noorden sprak in de krant van 17 augustus 1961 van ‘een goed opgezette crime-story, spelend in de sfeer van spionnage en contra-spionnage waarin de spanning op prikkelende wijze tot een weldoordacht hoogtepunt wordt opgevoerd’. ‘Spionnage’, het zal niet de eerste en de laatste keer zijn…

1978

Casino Royale kreeg in die dagen in meer of mindere mate de nodige aandacht. Dat er op dat moment inmiddels vergevorderde filmplannen waren met James Bond, daarvan leek niemand zich nog bewust. De zoektocht naar een geschikte hoofdrolspeler was in volle gang. Op 3 november 1961 werd officieel bekendgemaakt dat Sean Connery de rol van geheim agent 007 had verworven. Een feestje dat totaal langs Nederland heenging.

In mijn studententijd gingen de boekjes van Fleming er in als koud pils op een zonnige lentedag. Nadat ik jaren daarvoor een aantal verwoede pogingen had gedaan Goldfinger en Octopussy door te worstelen, stonden de Zwarte Beertjes een tijd lang gesorteerd op de boekenplank en zo nu en dan vulde ik een exemplaar aan. Hoewel ik ze niet las, wilde ik ze wel graag hebben.

1984

Flemings Goldfinger leek weinig op de frivole verfilming die ik er van had gezien. Mijn tienerbrein kon die twee verschillende uitingen niet scheiden, waarna de boekjes stof mochten gaan verzamelen.

Bij de studie journalistiek waarmee ik in het schooljaar 1998/1999 begon, kreeg ik dagelijks vijftig minuten treintijd naar Utrecht te verstouwen. Met Bond-muziek op mijn discman, begon ik deze keer serieus aan de Bond-serie van Fleming. De versie van Casino Royale uit de serie van 1991 had ik inmiddels voor een paar gulden weten te bemachtigen bij De Slechte; het moest er maar eens van komen.

1991

Dat viel niet mee. Ik vond het saai, langdradig, humorloos. Maar je bent Bond-fan of niet, dus de boeken die aan de basis liggen van de jou zo geliefde filmserie horen er nu eenmaal bij. Gelukkig maar, want vanaf de tweede, Live and Let Die, of zoals hier Moord onder water, werd het lezen een heel stuk plezieriger.

In dat tweede boek trapte Fleming hem flink op z’n staart. Met name de helse onderwatertocht die Bond onderneemt tegen het eind van het boek, met alle gevaren die hij tegenkomt, is zo spannend beschreven, dat ik bijna vergat uit te stappen op mijn eindbestemming. Als dit de maat gaf voor de volgende avonturen, dan werd het een makkie!

2006

En zo geschiedde. Het derde boek Moonraker (Hoog spel) was nóg beter. Het bridgespel tussen Bond en Drax is zo waanzinnig knap neergezet, zo tergend spannend, met de zogenaamde ‘blinker’ waarmee de schurk valsspeelt, dit bekoorde mij zoveel meer dan het baccaratspel tegen Le Chiffre in het eerste boek. Daarmee kwam het tussen Fleming en mij alsnog goed.

Terwijl het einde van het negende boek Thunderball (Kalm aan, Mr. Bond) naderde, zat ik met nog één gat: nummer tien The Spy Who Loved Me (De spion de mij beminde) ontbrak aan mijn collectie.

Dat weekend was er een boekenbeurs pal bij mij voor de deur. Geloof het of niet: schuin tegenover mijn huis lag inderdaad dat laatste Bond-boekje op mij te wachten, het enige dat ik nog moest hebben om mijn serie compleet te maken. Precies op tijd. Ik kon na het weekend, zonder onderbreking, gewoon doorlezen in het volgende avontuur.

2008

De uren aan treinreizen vlogen voorbij; het Bond-universum werd met de pagina uitgebreider. Er zat heus wel eens een hoofdstuk bij waar geen einde aan leek te komen. Van het iets te fantastische Doctor No was ik toch wel blij dat ik de laatste bladzijden bereikte, van You Only Live Twice sloeg ik de paginalange plantenbeschrijvingen over.

Het gaf wel aan in welke mate Fleming met zijn beschrijvingen omging. Geen soort werd onbenoemd, geen merknaam werd overgeslagen. De Disco Volante uit Thunderball werd aangedreven door het befaamde Schertel-Sachsenberg-systeem. Toe maar, dat klinkt als een imponerende boot — die merknaam had de auteur compleet uit zijn duim gezogen.

2022

Nadat alle Bond-boekjes van Fleming met smaak waren verorberd, waren de overige auteurs aan de beurt: Kingsley Amis, John Gardner en Raymond Benson. Later kwamen daar Sebastian Faulks, Jeffery Deaver en William Boyd bij. Van Anthony Horowitz en de Young Bond-boeken heb ik nooit een letter gelezen.

Casino Royale wist mij pas echt te bekoren op de dag van mijn 28e verjaardag, tijdens de persvoorstelling van de 21e Bond-film bij Pathé Arena. De verfilming van het eerste Bond-boek blies mij werkelijk omver. Het werd de opmaat naar een nieuwe Bond-geschiedenis waar we recentelijk pas het definitieve einde van hebben mogen aanschouwen.

Terugkeren naar de romanfiguur van Fleming is tijdens de langlopende filmserie meermaals een gouden greep gebleken. Als het de filmmakers iets teveel in de bol was geslagen, belandde Bond de volgende film weer met beide benen op de grond. Met dank aan het bronmateriaal, dat tot de dag van vandaag schatplichtig is aan dat ene boek waarin ik niet verder ben gekomen dan bladzijde 101...


© Bond Blog 2009 — 2026
Video- en fotorechten voorbehouden aan
Danjaq LLC. / Eon Productions, United Artists Co., Amazon MGM Studios, Columbia Pictures, 20th Century Fox Home Entertainment, Sony Pictures Inc., Universal Pictures