donderdag 10 maart 2016

Sir Ken Adam (1921 — 2016)

Bond-architect


Een hoofdstuk uit de historie van James Bond is definitief afgesloten. Sir Ken Adam. Hij was de laatste van de iconische crewleden uit het begin van de James Bond-films. Vandaag is de production designer van zeven Bond-films op 95-jarige leeftijd overleden.

Wat is deze man belangrijk geweest voor 007.


Het hoofdkwartier van Dr. No, de goudopslag van Fort Knox, de briefing room van SPECTRE in Parijs, de vulkaan van Blofeld, het penthouse van Willard Whyte, de Liparus-supertanker van Stromberg, het ruimtestation van Hugo Drax... Dit is zoals wij James Bond ons voor altijd zullen herinneren: groots. Iedere uitgegeven cent is terug te zien op het scherm.

Zijn ideeën waren soms krankzinnig. Waarschijnlijk de meest megalomane: de uitgeholde vulkaan van Blofeld uit You Only Live Twice (1967). Adam blufte dat hij het voor een miljoen voor elkaar kon krijgen. Hij mocht zijn gang gaan.




Torenhoog stak het bouwwerk boven het terrein van Pinewood Studios uit. Zijn medewerkers bouwden dag en nacht door aan het decor, in het weekend namen zij hun gezinnen mee die met open mond stonden te kijken — hier werd geschiedenis geschreven.

En geschiedenis heeft Ken Adam geschreven. Al vanaf de eerste film Dr. No (1962). De film waar het allemaal vanaf hing. De totale kosten van het debuut van 007 waren net zoveel als de vulkaanset van You Only Live Twice. Maar Adam deed het lijken alsof er miljoenen waren uitgegeven. De set waarin professor Dent wordt ondervraagd door Dr. No is huiveringwekkend. Een eenzame stoel op een klein podium, een dak met een groot rond gat, een grote spin in een kooitje. Vervreemdend allemaal, en daardoor zo effectief.


Fort Knox in Kentucky, de goudopslag van de Verenigde Staten. Het productieteam van Goldfinger (1964) mocht er wegens veiligheidsredenen niet naar binnen. Geen probleem voor Ken Adam, hij verzon wel een interieur. Goud, stapels goud. Muren van goud. Alles goud. Veel prachtiger dan Fort Knox in werkelijkheid ooit kon zijn. Op beeld ziet het er oogverblindend uit. Hiervoor ging het bioscooppubliek naar een James Bond-film. Dromen werden waargemaakt.



En zo zijn er legio voorbeelden van veelal imposante filmsets te bedenken. Tweemaal won Adam een Oscar: voor zijn bijdrage aan Stanley Kubricks Barry Lyndon (1975) en voor The Madness of Kind George (1994). Beroemder is zijn War Room uit Dr. Strangelove, eveneens van Kubrick, uit hetzelfde jaar als Goldfinger. Het verhaal wil dat Ronald Reagan bij zijn aantreden als president graag de War Room van het Pentagon wilde zien — die bestaat helemaal niet.



Na een afwezigheid van enkele Bond-films, werd Adam voor The Spy Who Loved Me (1977) opnieuw gevraagd om Bond te laten sprankelen als nooit tevoren. De ronde vormen van de spinvormige Atlantis, het interieur van Strombergs onderkomen. Zo stijlvol, zo prachtig aangekleed. Met die schermen die naar beneden gaan als de onderwaterschuilplaats afdaalt.



Voor de binnenkant van de Liparus-supertanker werd er een studio om de filmset heen gebouwd. Opnieuw was Adam te groot voor Pinewood Studios, de 007 Stage werd in het leven geroepen. Stanley Kubrick schoot te hulp om de immense set te verlichten. In beeld ziet het er adembenemend uit.

Zijn laatste klus voor 007 bleken de gigantische sets voor Moonraker (1979) te zijn. Het ruimtestation is wederom een sterk staaltje Adam. Ook het hoekige ontwerp van de Mondriaan-set mag niet ongenoemd blijven.




Het werd allemaal alleen wel een beetje duur. Voor de volgende films moest opvolger Peter Lamont het met beduidend minder centen doen, wat resulteerde in geloofwaardiger sets, maar weinig om echt van te smullen.

Wat Ken Adam voor James Bond heeft betekend, is onbeschrijflijk. Gaat dat gewoon zien. En nog eens, en nog eens, en nog eens...