zondag 31 mei 2009

Oneven

Bond 23. Wordt het dan toch echt 2011?

Volgens producer Michael Wilson is dat het meest waarschijnlijk. Precies 49 jaar na de release van Dr. No, zodat het vijftigjarig jubileum onmogelijk gevierd kan worden met een nieuwe film. Een slimme zet.

'Met dat jubileum hebben we niks te maken. Het gaat om de nieuwe film en daarmee is alles gezegd.' Aldus het meest ideale antwoord dat Wilson kan geven.

Iedere nieuwe Bond-film genereert automatisch veel aandacht, daar hebben ze helemaal geen jubileum voor nodig. En sterker nog: een nieuwe film in 2011 betekent in dát jaar een Bond-hausse, en het jaar daarop vanwege het jubileum opnieuw. Twee Bond-jaren voor de prijs van één film! Kassa!

Het betekent ook dat ze een jaar langer de tijd hebben dan voor Quantum of Solace. Ook al kan het publiek niet wachten om Daniel Craig nu écht de doorgewinterde Bond te zien spelen 'die wij allemaal liefhebben' – ze zullen wel moeten.

Nu hoeft een jaar langer sleutelen en schaven niet per definitie een goede film op te leveren: zie Die Another Day (2002), dat het veertigjarig jubileum markeerde. Ook kan dit de reden zijn om het bij de vijftigste editie net even anders te doen.

Waar ik mij het meest op verheug is dat er eindelijk weer een Bond-film uitkomt in een oneven jaar. Slechts 6 van de 22 Bond-films dateren uit een even jaar: Dr. No (1962), Goldfinger (1964), The Man with the Golden Gun (1974), Die Another Day (2002), Casino Royale (2006) en recentelijk Quantum of Solace (2008). En zeker voor de films uit het laatste decennium geldt dat ik deze jaartallen met argwaan aanschouw. Noem het een principekwestie. Of oubollig. Of ronduit een belachelijke gedachte, maar ik vind een oneven jaartal nu eenmaal beter staan.

Bond 23 in 2011... ik kan niet wachten.

dinsdag 26 mei 2009

Honderd jaar Richard Maibaum (1909 — 1991)

Eén van de belangrijkste krachten van de James Bond-films zou vandaag honderd jaar zijn geworden: scenarioschrijver Richard Maibaum. Hij werkte mee aan dertien James Bond-films, van Dr. No (1962) tot en met Licence to Kill (1989).


Hoewel hij betrokken was bij meer dan helft van de James Bond-films, kreeg hij alleen voor On Her Majesty's Secret Service een solo-credit. Verder werkte hij altijd samen met andere schrijvers:
  • Dr. No: Johanna Harwood en Berkely Mather
  • From Russia with Love: Johanna Harwood 
  • Goldfinger: Paul Dehn 
  • Thunderball: John Hopkins 
  • Diamonds Are Forever: Tom Mankiewicz 
  • The Man with the Golden Gun: Tom Mankiewicz 
  • The Spy Who Loved Me: Christopher Wood 
  • For Your Eyes Only: Michael G. Wilson 
  • Octopussy: Michael G. Wilson en George MacDonald Fraser 
  • A View to a Kill: Michael G. Wilson 
  • The Living Daylights: Michael G. Wilson 
  • Licence to Kill: Michael G. Wilson
Zijn overlijden werd in januari 1991 in diverse Nederlandse kranten gemeld met het volgende bericht:

'Jams Bond-schrijver' overleden

SANTA MONICA — In het Californische Santa Monica is vrijdag op 81-jarige leeftijd Richard Maibaum, die het scenario schreef voor een dozijn James-Bondfilms, overleden aan een hartaanval.

Maibaum werd geboren in New York en begon zijn carrière in 1933 als toneelspeler in die stad. Enkele jaren later toog hij naar Hollywood met op zak een contract voor het schrijven van scenario's.

Aan het eind van de jaren '50 vestigde Maibaum zich in Groot-Brittannië. Daar kreeg hij boeken van lan Fleming onder ogen. Hij bewerkte die voor bekende films als 'Dr. No', 'From Russia with Love', 'Goldfinger', 'The spy who loved me', en 'Licence to kill'.

maandag 25 mei 2009

Vals

Op zoek naar een Youtube-filmpje van a-ha's The Living Daylights, ben ik een hoop crap tegengekomen. Eigenlijk is alles wat de Noorse band live ten gehore brengt bagger. Zanger Morten Harket heeft een stem als een bos wortelen.

The Living Daylights is mijn favoriet onder de Bond-songs. Goed tempo, fijne afwisseling – alles klinkt lekker. Zelfs Harket, zeker op de momenten dat hij niet de hoogte in hoeft.

Bij ieder live-optreden komt de klassieker uit 1987 uit de oude doos. Het publiek is ook dol op de Bond-song. Maar wat een teleurstelling. Op de muziek is niets aan te merken, maar de zang is bar en boos. En dat blijft zo. Harket grijpt naar zijn oortje – om de schuld bij de techniek te leggen. Dan denk je: het zal een eenmalige uitglijder zijn. Maar nee hoor, tijdens ieder optreden is het weer mis. In Chili (1991), Noorwegen (2001), Switzerland (2005), Senegal (2006). Het is overal even triest. Zeker als Harket de hoogte in moet. En dan de uitspraak van 'going' en 'showing'. Uitgesproken alsof Sean Connery drie flessen Scotsh achter de kiezen heeft.

Wat is hier aan de hand? Of a-ha had moeten stoppen na de hoogtepunten uit de jaren tachtig óf de band is gewoon slecht – want in een opname zuiver zingen, kan iedereen met wat trucjes. Als we het voordeel van de twijfel bij a-ha zelf leggen: misschien is dit het Noorse antwoord op zuiver óf de Youtube-filmpjes zijn gewoon te slecht en live is het prachtig. Dat laatste zou ik graag willen geloven, maar lijkt mij een sprookje.

Wie ook zijn medelijden aan castraatzanger Morten Harket wil betuigen: zoek de optredens zelf maar op via Youtube. En denk je met het optreden in Montreux in 1987 een zuivere versie te hebben gevonden – dit is playback.

maandag 18 mei 2009

Mensen die ik niet ken

'Ja hallo, u kent mij niet, maar ik heb een vraag over James Bond. We zitten er al uren over te tobben, maar hoe heet nou die dwerg met die dodelijke bolhoed?' Dat soort vragen, van mensen die ik niet ken.

Sinds mijn telefoonnummer staat vermeld op de site van 007 Nederland, word ik regelmatig gebeld met trivia over James Bond. Gisteren nog: 'Ja hallo, u kent mij niet. Mijn zoon wil graag een Bond-film op dvd. Ik weet alleen hoe de film eindigt: een man met een stalen gebit wordt opgetild door een magneet en in een pan met kokende soep gegooid…' Gedwee geef ik antwoord, met als waarschuwing dat als de pan soep het hoogtepunt van deze film moet zijn, zijn zoon bedrogen uitkomt.


Ook verenigingen hangen aan de lijn: 'Ja hallo, u kent mij niet, maar onze hockeyvereniging wil een casino-avond organiseren.' Of ik ze allerhande Bond-zooi van Casino Royale zou kunnen toesturen. Posters, pokerfishes, flessen wodka, kartonnen Craigs (en Brosnans mogen ook). 'En nu denkt u vast: een hockeyvereniging, allemaal keurige mensen, die spullen krijg ik netjes terug. Haha, nou, wij zijn beesten hoor!'


Of een schreeuwerd met klachten over een dvd: 'JA HALLO, U KENT MIJ NIET! MIJN DVD VAN CASINO ROYALE IS STUK! IK WIL NU MET DE UITGEVER SPREKEN!' Momentje. Ik verbind u even door.


Maar gelukkig belt de pers ook regelmatig. Vorig jaar kon je de klok erop gelijkzetten. Met de honderdste geboortedag van Ian Fleming stond de telefoon roodgloeiend, en ook rond de première van Quantum of Solace later dat jaar. De enige waar ik niet aan mee heb gedaan is Man bijt hond. Leuk programma, daar niet van, maar ze wilden mij verkleed als James Bond allerlei rare snufjes laten uittesten. Daar pas ik voor. Ik ga niet als kneus door het beeld rennen. Daar hebben we andere mensen voor, die kunnen dat veel beter.


Kortom, ik neem mijn taak als ambassadeur zeer serieus. Allemaal onder het mom 'iemand moet het doen'. En dan kan het maar beter goed gebeuren.

donderdag 14 mei 2009

Buonaparte Ignace Gallia

Nog één hoofdstuk en Flemings Live and Let Die is uit. Opnieuw met ontzettend veel plezier gelezen, daarover later meer. Voor nu aandacht voor de schurk uit dit tweede Bond-avontuur: Mr. Big, de Big Man ofwel Buonaparte Ignace Gallia.

Prachtige schurk, zoals we van Fleming gewend zijn. Een reusachtige neger met een zwak hart. Vandaar zijn grijze gelaatskleur. Door zijn onderdanen gezien als de zombie van Baron Samedi. Iedereen siddert van hem en gehoorzaamt de Big Man zonder meer.


Voor velen zal de figuur die acteur Yaphet Kotto in de gelijknamige film speelt voor de geest staan. Dit is echter niet de Mr. Big uit het boek. Kotto is zeker niet slecht, maar heeft moeten werken met een mank scenario. In plaats van de Big Man van Fleming te gebruiken, hebben de filmmakers hier drie personages uit weten te peuren: naast Mr. Big spelen ook Dr. Kananga en Baron Samedi een rol. Een veel grotere rol zelfs. Het is een eigenaardige keuze, omdat voor een film meestal het omgekeerde wordt gedaan; van meerdere boekpersonages één filmkarakter maken.

Julius W. Harris, Yaphet Kotto, Jane Seymour en Roger Moore in Live and Let Die (1973)
Nu wordt in de film uitgelegd waarom deze drie karakters een rol spelen – en Mr. Big is in wezen een niet bestaand persoon in de film, want hij is niemand minder dan een vermomde Dr. Kananga. En nu ik het boek weer gelezen heb, vind ik het bijzonder spijtig dat ik zo weinig van de echte Mr. Big in de film terugzie.

Wat wel op het witte doek te zien is, is uitgesmeerd over meerdere films. Uiteraard in de gelijknamige prent uit 1973, maar misschien nog wel meer in Licence to Kill (1989). Zoals de aanval op Felix Leiter en het gebruik van de exotische vishandel, in de film bestierd door Milton Krest – een naam die weer afkomstig is uit het verhaal The Hildebrand Rarity. Het boek eindigt met de kielhaalscène, in de filmreeks bekend uit For Your Eyes Only.

Blijft er nog materiaal over dat we nog niet in de films hebben gezien? Genoeg! Het zou best kunnen dat de figuur Mr. Big in aangepaste vorm alsnog een rol in de filmserie krijgt. Evenals zijn handel in gouden munten afkomstig van Bloody Morgan. De tocht onder water die Bond naar het eiland van Mr. Big maakt is werkelijk fantastisch beschreven, dat zou ik Daniel Craig in de nabije toekomst graag zien doen.

En dan natuurlijk de werktitel van dit verhaal: The Undertaker’s Wind. Prachtig toch!

woensdag 13 mei 2009

Waar is Caroline Munro?

Een speciale barbecue bij Pinewood Studios. Ter ere van de honderdste geboortedag van Cubby Broccoli eerder dit jaar. Verschillende medewerkers aan de Bond-films knabbelen op 23 augustus een sateetje weg. 

Niets ten nadele van de personen die wél acte de présence geven – maar de gastenlijst stelt een beetje teleur. Het zijn de standaard namen die ook iedere massale handtekeningenbeurs (à raison de 25 euro per krabbel) hun neus laten zien. Geen Sean Connery of Roger Moore te bekennen. Dat is toch een schamele verzameling.

Leuk om te zien hoe kneuterig de dag is ingedeeld. Te beginnen met een ontvangst met koffie en thee. En waarschijnlijk ook een koekje. Vervolgens ruim baan voor wandelstokken en looprekken, want de Bond-veteranen komen eraan. Samen fijn kijken naar een opgepoetste versie van From Russia with Love (1963) en dan waar iedereen op heeft gewacht, de heerlijke (jawel!) barbecue in de prachtige tuinen van Pinewood.

Met nog vette vingers van de kippenvleugeltjes, krijgen de aanwezigen een rondleiding langs de locaties die zojuist op het scherm te zien zijn geweest. Jan Williams fleurt even op, is daar inderdaad een glimp van herkenning bij een van de aanwezigen? Dan moeten de oudjes hun hersenen laten kraken in de Bond-quiz, want hoe kunnen regisseurs Lewis Gilbert (drie Bond-films) en John Glen (vijf stuks) nu weten in welke film ze Bond als een banaan door de besneeuwde bergtoppen laten skiën? Al die films lijken zó op elkaar, vinden ook zij. Dat vonden ze toen trouwens al.

Pas daarna wordt het eindelijk cashen, de viltstiften worden ontbloot. Met zere enkels van het strompelen ploft actrice Madeline Smith achter haar bureautje. Vermoeid krabbelt ze haar handtekening op de poster van Licence to Kill – van Live and Let Die had ze echt nog nooit gehoord. En who cares, Licence to Kill is toch ook een film met Roger Moore! Hij leek toen alleen wat meer op Timothy Dalton dan nu!

De hoogbejaarde Eunice Gayson zit tegen het eind van de feestelijke dag ingedut tegen een pilaar – ze gaat graag naar dit soort bijeenkomsten, ze heeft al weken last van slapeloze nachten. En terwijl de laatste special guests per vijf in een taxi worden gepropt, verschijnt een lampje boven het hoofd van Lewis Gilbert.

Waar was krabbelkoningin Caroline Munro eigenlijk?

Die ligt na dertig jaar signeren heerlijk te luieren in de Spaanse zon. Ze heeft er inmiddels zoveel sessies doorheen gejaagd dat het niet meer hoeft. Caroline Munro is binnen. Die zien we nooit meer terug.

dinsdag 12 mei 2009

Onderkast

Fout, voor de zoveelste keer. De schrijfwijze van zangeres k.d. lang. Zonder kapitalen dus. Onthoud dat toch eens!

Gisteren bij De wereld draait door (een enkele hoofdletter want een Nederlandse titel) werd een opsomming gemaakt van artiesten die Hallelujah van Leonard Cohen hebben gezongen. Van zuiver tot vals stond ook de zangeres van de prima Bond-song Surrender hier tussen.

Nog zo één: a-ha. De band die het gelijknamige nummer voor The Living Daylights verzorgde. Ook zo'n perfecte Bond-song. En ook hier geldt: zónder kapitalen (en met een streepje ertussen). Waarom? Omdat de muzikanten dat zo willen! Zo heten de zangeres en de band nu eenmaal.

En in het geval van a-ha werd de bandnaam vroeger ook nog eens geschreven in Times New Roman met de A's cursief gedrukt. Dus: a-ha. Dat hoeft tegenwoordig niet meer. Nu zit er een raar kringeltje aan de eerste A dat het streepje vervangt.

Toegegeven, ze maken het niet makkelijk die artistieke bende. Daar zijn het nu artiesten voor.

maandag 11 mei 2009

For Your Eyes Only opnieuw onder het mes

De film Wit licht van Jean van de Velde krijgt een hermontage. Zodat het Borsato-vehikel tijdens het filmfestival van Venetië voor een wereldwijd publiek toegankelijk wordt.

Persoonlijk ben ik een voorstander van hermontages. Sterker nog, ik juich dit initiatief zelfs sterk toe. Als er één Bond-film is die een nieuwe montage verdient, is het For Your Eyes Only. Zonder de huidige pre-title sequence is de Bond-film uit 1981 beslist één van de beste uit de serie.
 

James Bond bezoekt het graf van zijn vrouw. Hij wordt weggeroepen voor 'some sort of emergency'. Per helikopter wordt 007 afgevoerd en wat blijkt: Blofeld blijkt de chopper in zijn macht te hebben en vergast Bond op een ritje door Beckton Gasworks. Prima stunt als Bond buiten de vliegende helikopter klautert. Maar dan weet hij Blofeld de baas en krijgt Bond zelf controle over het gevaarte. Hij pikt de kale boef op en kiepert hem vervolgens in een enorme schoorsteen. De titelsong begint.

Beetje flauwe scène die niet misstaat in een Roger Moore-film, maar in dit geval is het andere koek. De minuten die na de titelsong volgen zijn zo overduidelijk bedoeld als pre-title sequence: het zinken van de St. George, Frederick Gray die hiervan op de hoogte wordt gesteld, generaal Gogol die aangeeft het verloren ATAC-systeem te willen hebben en ten slotte de moord op de Havelocks. Bovendien eindigt deze laatste scène met een close up op Melina’s ogen. Een perfecte open deur om Sheena Easton te laten klinken.

Ik zou dus graag een hermontage van bovengenoemde scène zien. Blofeld er helemaal uit en meteen met het verhaal beginnen. Tikkeltje dramatisch, maar dat mag best voor deze realistische Bond-film.

Bij dezen doe ik een oproep aan regisseur John Glen (een van de meest trouwe lezers van deze blog) om van de beste Bond-film van Roger Moore een nóg beter film te maken.

zondag 10 mei 2009

We Have All the Time in the World

Sinds lange tijd heb ik het album Shaken and Stirred van David Arnold weer beluisterd. Een van de beter geslaagde herkauw-uitgaven.

Toen ik het album in 1997 kocht, was ik bang dat het een nieuwe verzamel-cd zou zijn van nummers die ik allang had. Alleen Space March zou in dat geval een nieuwe track zijn. Niets bleek minder waar en tot mijn grote verrassing hoorde ik oude bekende Bond-songs in een compleet nieuw jasje.

Toegegeven: in de meeste gevallen is het origineel beter. In het geval van de James Bond Theme van LTJ Bukem is het zelfs goed zoeken naar een herkenbare melodie. Veelal hebben de extra’s geen toegevoegde waarde. Zoals een ruis-intermezzo in Nobody Does It Better, geluid van een ademautomaat voor duikers in From Russia with Love, een pianoklep die dichtslaat in Thunderball.


Een aantal tracks daarentegen is juist weer erg goed uitgewerkt. Space March heeft een zeer prettige deun, ook On Her Majesty’s Secret Service (die ik later trouwens in drie verschillende versies heb aangeschaft) van Propellerheads klinkt heerlijk, maar het hoogtepunt van deze cd is het laatste nummer: We Have All the Time in the World van Iggy Pop. Wat is dat een goed nummer!

Het origineel van Louis Armstrong (geschreven door John Barry en Hal David) is al een heel fijn nummer, hoewel atypisch voor een Bond-song. Maar deze versie van Iggy Pop ruilt een oubollige gitaarklank in voor een ruige elektrische. Afgewisseld met een prima orkestratie van David Arnold (of eigenlijk dirigent Nicholas Dodd) en natuurlijk het prachtig donkerbruine geluid van engerd Iggy Pop zelf. Dit nummer is overigens een van de meest herkauwde van alle Bond-songs. Fun Lovin’ Criminals, Vic Damone, Michael Ball, Amalia Grè, The Puppini Sister, The Fairly Handsome Band en Thindersticks deden ook al eens een duit in het zakje.

Tijdens de opname van dit album kreeg David Arnold trouwens het telefoontje van Eon Productions dat hij de muziek voor de volgende Bond-film, Tomorrow Never Dies, mocht maken. Zoals Arnold met Shaken and Stirred al had bewezen: het werk van John Barry past hem als gegoten.

donderdag 7 mei 2009

Geen Bond-fan

Regisseur Alex van Warmerdam houdt niet van James Bond. Ik wel. En ik ben ook gek op de films van Van Warmerdam.

Vandaag is de zevende speelfilm van Alex van Warmerdam uitgekomen in de bioscoop: De laatste dagen van Emma Blank. Een zwarte komedie. Nog niet gezien, maar reuze benieuwd.


De kritiek van Van Warmerdam op Bond had vooral te maken met de achterhaalde gadgets. Was een draagbare telefoon in de jaren tachtig nog een hot item – al snel werd het oubollig. Als je de charme hiervan niet inziet, geloof ik graag dat het storend is.
Het is eigenlijk gek dat ik deze kritiek mijzelf aantrek (en ook dat ik mij het betreffende artikel van meer dan tien jaar geleden nog herinner). Alsof ik de Bond-films zelf produceer. Toen Another Way to Die van Jack White en Alicia Keys net was uitgekomen, en ik daar toch best positief op reageerde, zei een collega mij dat ik ‘alles wat met Bond te maken heeft’ bijna automatisch goed vind. Of dat ik mijzelf ertoe dwing om het goed te vinden. Daar valt wat voor te zeggen.

Nadat ik Quantum of Solace in de bios had gezien was ik als een van de weinigen best enthousiast over de film. Ik verliet de zaal ook met een prettig gevoel, dat is wat telt. En ik kan het ook maar beter een goede film vinden dan die horde filmjournalisten, want als liefhebber blijf ik de films continu bekijken. Om met Van Warmerdam te spreken: 'Filmjournalisten zijn volgens mij niet zo talentvol. Het zijn een beetje de sukkels van de journalistiek.'

Emma Blank staat hopelijk voor volgende week op het programma. En ook bij deze zevende Van Warmerdam hoop ik straks op dvd een vrolijk weerzien. Bond en Blank naast elkaar op een plank. Wat mij betreft kan dat prima samen.

woensdag 6 mei 2009

Olifant in porseleinkast

Oud-bondscoach Van Basten stapt nu ook al op bij Ajax. Hij is het gezeur beu en gaat lekker golfen. Geef hem eens ongelijk. 

Eind 1969 gebeurde hetzelfde. Niet met een voetbalcoach, voor zover ik weet, maar met de splinternieuwe 007. George Lazenby had er geen zin meer in – de filmmakers niet meer in hem – en nog voordat de première gevierd was, had hij al aangekondigd de Walther in de wilgen te hangen. Het zou zijn verdere carrière schaden, luidde zijn verweer. Dat had hij mis.

De 30-jarige Bond ruziede met alles en iedereen. Een olifant in een porseleinkast. Met regisseur Hunt kon hij niet meer door één deur. Lazenby beweert zelfs dat Hunt via via met zijn hoofdrolspeler sprak. De regisseur verwees deze boze woorden in zijn laatste interview (met Andere tijden: de vergeten James Bond) naar het rijk de fabelen en verweet Lazenby teveel fantasie.

Het blijft jammer dat de ‘vergeten James Bond’ niet even heeft doorgezet. Het had zijn carrière vast niet veel slechter gemaakt dan het uiteindelijk is geworden. De Bond-reeks had een totaal andere wending gekregen als hij het was geweest die eigenhandig achter Blofeld aan was gegaan in Diamonds Are Forever. Zijn wraak zou veel zoeter zijn en Diamonds minder slap.

Toch lijkt me dat het besluit nemen om op te stappen een beter gevoel geeft dan jezelf te laten wegjagen. Zoals bij Pierce Brosnan het geval was in 2005. Hij had er best nog één willen doen. En ook daarvoor geldt dat de Bond-reeks op die manier een andere wending had genomen. Voor beiden geldt dat ik ze zeker nog een film had gegund. En Van Basten, in navolging van 1988, de winst van nog een kampioenschap.

dinsdag 5 mei 2009

The Real James Bond Collection

Het had zo mooi kunnen zijn: plak het dvd-logo op een willekeurige James Bond-poster, et voila, de mooiste dvd-cover die je je kunt voorstellen. De sfeer, de kleuren, de afbeeldingen, alles klopt. Niet alleen zijn de huidige samengestelde covers niet om aan te zien – ze rommelen ook maar wat met de foto’s.

Zo worden oudere en nieuwere foto’s van Roger Moore door elkaar gebruikt. A View to a Kill pronkt bijvoorbeeld al jaren met een foto van Moore uit Octopussy. Ook hebben bijna alle Bond-acteurs op de cover een hand die niet van henzelf is. Toppunt is de uitgave uit 2006 van Live and Let Die en Licence to Kill: Moore en Dalton hebben exact dezelfde vlerk.


De nieuwe lichting van zowel dvd als blu-ray doet er nog een schepje bovenop. You Only Live Twice en Tomorrow Never Dies plaatsen een foto in spiegelbeeld! Dat hoeft geen probleem te zijn als je het bijna niet ziet (zoals bij GoldenEye uit 2006), maar dit is zo overduidelijk.


Verder zien sommige koppen er niet uit (Dalton in The Living Daylights uitgave 2008 en Connery op bijna alle uitgaven van Thunderball) en worden domme achtergronden gebruikt, zoals bij The Spy Who Loved Me van 2006. Daar is een foto van de opname te zien waar een onderwatercameraman de Lotus filmt. Op zich spectaculair, maar het klopt niet. Wat we hier zien is het 'filmen' van de film, niet de film zelf.

Het probleem is dat het alleen maar erger wordt. Nummer één fluistert het woord ‘oliebol’ en als nummer tien het uiteindelijk ontvangt is het een pannenkoek geworden.

Om verdere blunders te voorkomen: terug naar de oorsprong. Gebruik die prachtige posters. Zorg dat de zijkant aangeeft dat het een serie betreft (door bijvoorbeeld ‘007’ aan de zijkant weer te geven als je ze naast elkaar zet – zie de uitgave uit 2000) en iedereen is blij. Reken maar dat de dvd's uit The Real James Bond Collection als warme broodjes over de toonbank gaan!

maandag 4 mei 2009

Bond was al eerder blond

Daniel Craig werd bespot als eerste blonde Bond. Maar Bond was al eerder blond.

Mijn eerste bewuste kennismaking met Pierce Brosnan had in de zomer van 1994 moeten zijn. Op tv werd de film The Deceivers (1988) uitgezonden, vlak na mijn tv-première van For Your Eyes Only.

In de gids stond bij de aankondiging van The Deceivers dat de hoofdrolspeler in deze film tot nieuwe Bond was verkozen. Ik was liefhebber van de 007-films, maar bij lange na nog geen kenner. Ik had ze nog niet eens allemaal gezien. Ik was in ieder geval razend benieuwd naar de nieuwe 007 en internet was nog ver weg. Deze film kwam daarom als welkome verrassing.

Met het indrukwekkende For Your Eyes Only net achter de kiezen, begon de Brosnan-film uit 1988. Daar liep minutenlang een blonde gozer door de jungle. Moest dit nu de nieuwe Bond worden? Het zal wel. Echt overtuigd was ik niet. Er kwam vervolgens nog een andere vent in beeld - zal dit Pierce Brosnan zijn? De film boeide niet, en die nieuwe Bond ook niet. Uit die tv.

Geen van deze acteurs leek uiteindelijk op de foto van de nieuwe 007 die ik pas maanden later zag. Al die tijd is acteur David Robb voor mij Pierce Brosnan geweest.

David Robb, Pierce Brosnan en Helena Michell in The Deceivers (1988)
Pas jaren later kreeg ik Mrs. Doubtfire weer te zien, de Robin Williams-film die ik in 1993 in de bios had bekeken. Met daarin een grote rol voor Pierce Brosnan. Bleek ik destijds al die tijd naar de nieuwe Bond gekeken te hebben! En inderdaad, wat mij toen overigens niet was opgevallen, deze man leek inderdaad veel meer op James Bond.

zondag 3 mei 2009

Bond met bril

Mijn dochter denkt dat James Bond een bril draagt en Michael Caine heet. Ze heeft vanochtend gebiologeerd naar The Ipcress File gekeken.

Deze spionagethriller uit 1965 lijkt inderdaad op een Bond-film. Zij het dat hoofdpersoon Harry Palmer (Caine) in dit eerste avontuur naar minder exotische locaties reist. Hij werkt voornamelijk veel dossiers door, zoals de Bond van Ian Fleming ook doet. Het grootste deel van het werk van een geheim agent zit nu eenmaal in papier. Daar hoeft geen ambtenaar jaloers op te zijn.

Naast het spionnengenre, werkt aan The Ipcress File ook een reeks aan Bond-veteranen mee: Harry Saltzman (producer), John Barry (muziek), Ken Adam en Peter Murton (decors), Peter Hunt (montage), Norman Wanstall (geluidbewerking), Weston Drury (casting), Guy Doleman (Count Lippe uit Thunderball). Geen wonder dat deze film een Bond-aftreksel lijkt.

Harry Palmer heeft het vijf films volgehouden. De volgende jaren kwamen respectievelijk Funeral in Berlin en Billion Dollar Brain uit. Toen was het lange tijd stil om halverwege de jaren negentig weer terug te komen met Bullet to Beijing en Midnight in St. Petersburg. Allemaal met Michael Caine in de hoofdrol. Dat zou hetzelfde zijn als Sean Connery James Bond was geweest in GoldenEye.

Ik ken de overige Harry Palmer-films niet, maar ik geloof graag dat Caine er na een gat van dertig jaar nog steeds mee wegkomt. Hij is van dezelfde generatie als Connery en Moore, maar ten opzichte van de twee oude Bond-acteurs speelt Michael Caine (1933) nog immer de sterren van de hemel. Die gaat echt door tot hij erbij neervalt.

zaterdag 2 mei 2009

Goldfinger de tweede

Goldfinger had nog geleefd als hij door Theodore Bikel was gespeeld.

Screentest Goldfinger

Bijna was het er van gekomen. De Oostenrijkse acteur heeft een bijzonder indrukwekkende screentest afgelegd, te zien in de documentaire Inside Goldfinger. Maar het is Gert Fröbe die qua postuur perfect voldeed aan de beschrijving van Fleming, vandaar dat niemand anders dan Fröbe Goldfinger is. Van die hele reeks Bond-boeven in bijna vijftig jaar is hij toch een van de beste schurken, zo niet dé beste, ooit.

Fröbe is al bijna een kwart eeuw dood. Bikel viert daarentegen vandaag zijn 85e geboortedag.

Natuurlijk zou een rol in een Bond-film hem eeuwige roem hebben opgeleverd. Desondanks is de Oostenrijker niet onopgemerkt gebleven en heeft hij in bijna iedere Amerikaanse tv-productie gespeeld. Van Dr. Kildare tot Rawhide, van Mission: Impossible tot Hawaii Five-O en van Knight Rider tot Dynasty en van Beauty and the Beast tot ... En nog steeds is de bejaarde acteur actief, zij het met mate.

Gert Fröbe is Goldfinger en deed dat fantastisch, geen twijfel over mogelijk. Maar Theodore Bikel is een zeer goede tweede. Sommige zaken in de geschiedenis vallen gewoon heel mooi op hun plaats. En wie weet hebben ze in de nabije toekomst nog een goede oude kop nodig tegenover Daniel Craig...

vrijdag 1 mei 2009

Wat is er mis met Pierce Brosnan?

Hij moet een sprongetje in de lucht gemaakt hebben eind 2005.

Honey, de moeder van Max, viel het als eerst op, hij had het zelf niet direct in de gaten. De nieuwe James Bond Daniel Craig leek als twee druppels water op haar zoon! Tijdens de presentatie van de nieuwe 007 op 14 oktober van dat jaar was het niet in hem opgekomen. Craig droeg toen nog langer haar – geen echte Bond, had Max nog gedacht. Wat is er mis met Pierce Brosnan?

Maar nu zag hij het ook met die korte blonde coupe. Zijn moeder schikte een linker scheiding, Max kneep zijn kaken op elkaar en liet zijn mondhoek wat hangen. Vlug pakte Max’ moeder het donkere colbertje van vader. Weliswaar bruin, maar voor het gezicht kon het ermee door. Max pupillen kregen de vorm van dubbele nullen. Toen moeder de spiegel erbij pakte was het beeld compleet – de nullen maakten plaats voor dollartekens. Hij wist nu ook meteen wat er al die jaren mis was met Pierce Brosnan; die lijkt voor geen meter op Max Ryder!

Kwam dat even goed uit. Max trok al jaren steun. Niks mis mee, vond hij zelf. Bier drinken met zijn gabbers en schelden op zijn club Tottenham Hotspur. Maar dit was zijn roeping: vanaf nu zou hij door het leven gaan als Daniel Craig.

Wie Daniel Craig in het echt wil zien – Max Ryder is
hier te boeken.