dinsdag 13 september 2016

Honderd jaar Roald Dahl

Welcome to Japan, Mr. Bond


Bij de naam Roald Dahl denkt niet iedereen gelijk aan James Bond. Terecht natuurlijk. Sjakie, Matilda, Daantje, heksen en griezels, fantastische vossen en vriendelijke reuzen. Ze zijn allemaal kleurrijker dan 007 ooit zal zijn. Maar toch heeft Dahl een wezenlijke bijdrage geleverd aan de James Bond-films.


Hij gooide bijna alle het bronmateriaal van Ian Fleming weg en creëerde van You Only Live Twice een compleet nieuw verhaal. Je moet maar durven. Uit dat vaatje zouden de filmmakers jaren later nog veel vaker gaan tappen. Zonder Dahl, dat wel. Het bleef bij één Bond-film én Chitty Chitty Bang Bang.

Het zal niemand zijn ontgaan, vandaag zou de schrijver van gruwelijke kinderboeken, en van één van de meest fantastische Bond-films, honderd jaar geworden zijn.


Roald Dahl en Ian Fleming. Ze kenden elkaar. Een foto van de heren samen is echter niet bekend, helaas. Beiden werkten in de oorlog voor de Britse veiligheidsdienst. Ze hadden allebei een voorkeur voor vrouwen, drank en gokken. En beiden een passie voor schrijven.

Fleming zou het spionnenverhaal schrijven dat alle andere spionnenverhalen overbodig zou maken. Dahl schreef korte verhalen over zijn tijd als RAF-gevechtspiloot. Geen van tweeën had kunnen vermoeden dat hun namen na honderd jaar nog steeds genoemd zouden worden.

Sprookjesschrijvers werden ze. De ene verzon fantastische verhalen voor volwassenen, de andere voor kinderen.

Fleming op de set van Goldfinger
Na de eerste James Bond-verfilming Dr. No (1962) bleek dat de geheim agent op het witte doek naar meer smaakte. De avonturen van 007 bleken een goudmijn en al gauw groeide Bond uit tot een fenomeen. Flemings verkoopcijfers schoten omhoog, maar voor hij hier goed en wel van kon genieten, overleed de auteur op 56-jarige leeftijd. De voltooiing van de film Goldfinger (1964) heeft hij niet meer mee mogen maken.

Met de derde Bond-film hadden de filmmakers de formule pas echt goed in de vingers. Op deze manier, met veel humor en spanning, konden ze nog jaren verder. Het mocht allemaal wat uitbundiger. De avonturen van Bond werden alleen maar groter en groter.

Bij de vijfde film, You Only Live Twice (1967), was het de filmmakers redelijk in de bol geslagen. Een eerste versie van Harold Jack Bloom viel niet in de smaak, Broccoli en Saltzman klopten daarom aan bij de fantasie van Roald Dahl.

Roald Dahl te midden van Bond-producenten Broccoli en Saltzman

Dahl vond het gelijknamige boek van Fleming het minste werk van de Bond-auteur, beschrijft hij in Playboy Magazine van 1967. Behalve een prachtige titel, de locatie Japan en een aantal personages, liet hij weinig over van het origineel. De filmmakers waren er al achter dat de zelfmoordtuin van Dr. Shatterhand niets voor de film was. Daarbij konden ze aan de kust van Japan geen enkel kasteel vinden, zoals Fleming had beschreven. Wat ze wel vonden: vulkanen. En daar begon de fantasie van de filmmakers te borrelen.

Ken Adams beroemde vulkaanset

Dahls script van You Only Live Twice 
gedateerd op 17 juni 1966
Production designer Ken Adam wist Broccoli en Saltzman ervan te overtuigen dat hij het voor één miljoen dollar voor elkaar kon krijgen. De grootste set, tot dan toe, van de James Bond-films werd een feit. Dahl kon zijn fantasie met de uitgeholde vulkaan de vrije loop laten, als hij zich maar aan de volgende standaard hield: Bond bleef Bond, punt. Er moesten drie vrouwen in voor komen: eentje pro-Bond die halverwege dood moet, eentje anti-Bond die ook op spectaculaire wijze moet worden opgeruimd en eentje pro waarmee hij het tot einde zou volhouden.

Met dit uitgangspunt begon Dahl in sneltreinvaart te schrijven. Er was haast geboden. De film moest de volgende zomer in première.


Uitgebreide making of van You Only Live Twice uit 1967, Roald Dahl komt op 18:27 aan het woord

De door Lewis Gilbert geregisseerde Bond-film werd een wereldhit. Sean Connery had er duidelijk geen trek meer in, maar dat donderde niet, het decor voerde de boventoon. De ene iconische scène volgende de andere op. Daarmee is You Only Live Twice, met dank aan de fantastische meneer Dahl, een voltreffer van formaat.

Kort daarop werd Roald Dahl opnieuw aangetrokken door Cubby Broccoli. Ditmaal om een heel ander verhaal van Fleming voor film te bewerken: Chitty Chitty Bang Bang (1968). Dahl bedacht de angstaanjagende Child Catcher die in het origineel van Fleming niet voorkomt.

Robert Helpmann als de Child Catcher in Chitty Chitty Bang Bang

Echter was Broccoli ontevreden met wat de schrijver hem aanleverde. Regisseur Ken Hughes en Bond-scenarist Richard Maibaum, die bij hoge uitzondering niet betrokken was bij You Only Live Twice, moesten de boel redden. Dahl werd niet uitgenodigd voor de koninklijke première en daarmee eindige na twee producties de samenwerking met Broccoli.

Het zal Dahl verder worst geweest zijn. Met You Only Live Twice heeft hij een succesvol hoofdstuk aan de Bond-saga toegevoegd, de boeken die hij daarna nog zou schrijven werden niet minder populair.

Roald Dahl overleed op 22 november 1990. In het NRC van 24 november was deze necrologie te lezen:

Brompot solidair met kinderen 

Door BREGJE BOONSTRA

Roald Dahl is dood. Gisteren heeft zijn altijd gepijnigde lijf — nadat zijn vliegtuig in de oorlog neerstortte, werd hij zesmaal geopereerd — het opgegeven. Hij is 74 jaar geworden.



NOS Laat liet oude beelden zien van de morsige 'schrijfhut' in Dahls tuin. In bretels en een flodderig poloshirt installeert de beroemdste kinderboekenschrijver van deze tijd zich in een soort Waterlooplein-crapaud, de lange benen uitgestrekt op een stokoude, op de grond gemonteerde koffer, een kartonnen koker dwars over de armleuningen en daarop de schrijfplank in de juiste helling. Zorgzaam schuiert hij het groene vilt, spreidt de gele vellen, slijpt de gele potloden en peinst. Zo is het dertig jaar gegaan.

Daar zijn ze bedacht: straatarme, engelachtige Sjakie, de slimme meneer Vos, Daantje en zijn supervader, het weerzinwekkende echtpaar Griezel, de kinderhatende heksen, het leeswonder Mathilda, de sadistische juffrouw Bulstronk en Dahls mooiste schepping: de Grote Vriendelijke Reus. En ongeveer overal ter wereld hebben kinderen die wonderlijke, grappige, griezelige en soms knap onvriendelijke verzinsels met open armen ontvangen. Sjakie en de chocoladefabriek ging in ruim 5 miljoen exemplaren de aardbol over — waarvan 2 miljoen naar China — en van Mathilda werd een pocketoplage van een half miljoen gemaakt.



Vooral in ons land genoot Dahl de laatste tien jaar een populariteit, die door geen enkele andere schrijver werd geëvenaard. De volwassen beroepslezers kenden hem vijfmaal een Zilveren Griffel toe, maar vooral de kinderen zelf kunnen niet genoeg van hem krijgen. Op de in 1988 door de Bijenkorf gepubliceerde Jeugdboeken Top 100 Allertijden zijn de plaatsen één, drie, acht en tien voor Dahl-titels.

De echte pedagogische bezorgdheid en verontwaardiging heeft bij ons nooit zo geklonken als bijvoorbeeld in Engeland: „Dahl caters to the streak of sadism in children which are not yet experienced enough to know what sadism is". Dahl kwam hier dan ook graag om zijn narrige, besliste uitspraken over van alles en nog wat te doen, en om handtekeningen uit te delen — principieel alleen aan kinderen — bij welke gelegenheid soms een halve binnenstad verstopt raakte.



Hoewel Roald Dahl een groot aantal knappe en bizarre verhalen voor volwassenen schreef, gebundeld in onder andere M'n liefje, m'n duifje en Op weg naar de hemel heeft hij zijn echte bekendheid te danken aan zijn werk voor jonge lezers. Zelf zag hij als groot voordeel dat je in een kinderboek fantasie kunt gebruiken. En die had hij nodig om zijn eigen realiteit te ontvluchten.

Daarin gebeurden vreselijke dingen: geslagen en vernederd op kostschool, het vliegtuigongeluk, een dochtertje dat overleed aan de mazelen, een zoontje dat als baby met zijn hoofd tussen een dichtslaande taxideur kwam, zijn vrouw die een hersenbloeding kreeg. Met ijzeren wil ging de schrijver de moeilijkheden te lijf, leerde zijn vrouw weer praten, ontwikkelde met de medische wereld een apparaat om te voorkomen dat zijn zoon een waterhoofd kreeg en verdroeg zijn eigen pijn. In al zijn werk klinkt ergens een echo van dit bestaan door.



Hij was een man van controversiële standpunten: tegen de staat Israël, tegen De duivelsverzen van Rushdie en vóór de oorlog, want die houdt de jeugd van de straat.

Toen ik hem vijf jaar geleden interviewde, heb ik flink moeten slikken. Ik verwachtte een spitse oude kindervriend, maar trof een zure, conservatieve brompot. Thuisgekomen las ik snel een aantal van zijn boeken opnieuw en wist weer waar het om ging: een schrijver die kinderen als de Rattenvanger van Hamelen naar zijn fantastisch verhalenrijk weet te lokken. Wat daar gebeurt is opwindend, vreemd, lachwekkend en onvoorspelbaar. Het gaat altijd over goed en kwaad en de slechteriken delven onveranderlijk het onderspit nadat zij zich eerst lekker hebben mogen uitleven.



Door de onder kinderboekenschrijvers zeldzame combinatie van kwaliteit en toegankelijkheid heeft Dahl veel kinderen tot het boek verleid die niet van huis uit de aanvechting tot lezen hadden. Dat is een niet hoog genoeg te schatten prestatie. Bovendien klinkt onder alle onzin, grappen en taalvirtuositeit een grondtoon door van oprechte verontwaardiging over de machtsongelijkheid tussen kinderen en volwassenen.

Daarom creëerde hij helden als Sjakie, Mathilda en het weeskind Sofie die het opnemen tegen absurd wrede, autoritaire en kleinerende grote mensen. Misschien schuilt in deze solidariteit het echte geheim van Dahls schrijverschap voor kinderen.

Geen opmerkingen: