donderdag 9 oktober 2014

Vijf vragen aan curator Bond-expo

Curator Meg Simmonds is al twee decennia verantwoordelijk voor het beheer van de archieven van alle bijzondere attributen uit James Bond-films. Zij stelde mede de unieke expositie over 007 samen die vanaf zaterdag in de Kunsthal in Rotterdam te zien is. Vijf vragen aan Simmonds.


Wat doet een archivaris van alle Bond-parafernalia eigenlijk de hele dag?

“Mijn baan bestaat pas sinds de jaren 90: daarvoor ben ik een tijd publiciteitsmedewerker geweest voor de Bond-films. Pas rond GoldenEye zijn we er werk van gaan maken om alle attributen uit de oude films bewust te sorteren en categoriseren. En zodra er een nieuwe film klaar is, komt er weer een grote lading spullen bij. We hebben verschillende afdelingen verspreid over Londen: hier liggen bijvoorbeeld alle wapens en auto’s die Bond heeft gebruikt, alle kostuums, alle posters en scripts en alle gadgets uit de films. In totaal gaat het om vele honderdduizenden spullen.”

Van Dr. No is alleen een fles champagne bewaard gebleven. Waar zijn al die andere spullen gebleven? 

“De eerste Bond-film is voor heel weinig geld gemaakt. In de jaren 60 was het gebruikelijk om dan na het draaien van een film alle attributen en kostuums weer te verkopen. Op die manier probeerden de producenten de kosten te drukken. Van die eerste film hebben we alleen nog de fles Dom Perignon waarmee Bond zich verdedigt tijdens het diner met Dr. No. En we hebben laatst op een veiling een kostuum van Sean Connery kunnen terugkopen.”

Dom Perignon '55 in Dr. No (1962)

Hoe kies je uit die honderdduizenden objecten wat er in de expositie belandt?

“We proberen mensen een totale Bond-ervaring te geven. Alle elementen die zo belangrijk zijn voor de serie komen aan bod: van de gadgets tot de luxe, van de exotische locaties tot de schurken. En van elke titel is iets in de expositie aanwezig. De expositie is inmiddels trouwens wel iets veranderd sinds hij in 2012 begon. Inmiddels zijn er bijvoorbeeld spullen van de nieuwste film Skyfall bij gekomen.”

Zitten er nog spullen in de expositie die refereren aan de Nederlandse bijdragen aan de reeks?

“Jazeker. Er zitten kostuums bij die jullie Famke Janssen droeg in GoldenEye. En er zijn attributen van de set van The Living Daylights in Afghanistan, waar Jeroen Krabbé een belangrijke rol speelde. Ook hebben we een paar jurken van Tiffany Case, de smokkelaar die Bond helpt in Diamonds Are Forever die deels in Amsterdam is opgenomen. En in de collectie zit ook het originele boek met de kostuumontwerpen van Mr Kidd en Mr Wint, de moordenaars uit diezelfde film.”

Het kostuum van Famke Janssen dat tijdens Designing 007 te zien is

Jullie reizen met de expositie de hele wereld over. Zijn de reacties op Bond eigenlijk per continent verschillend

“Overal zijn de fans enthousiast. Maar je merkt wel dat er per land andere accenten worden gelegd. We zijn voor Rotterdam in Moskou geweest. Daar wordt erg de klemtoon gelegd op het feit dat de Russische personages zo´n opmerkelijke ontwikkeling hebben doorgemaakt. In de jaren zestig en zeventig waren de Russen altijd de schurken. Maar met The Spy Who Loved Me, waarin een Russische spion samenwerkt met Bond, is dat beeld echt gekanteld. Tegenwoordig zijn de schurken niet meer zo eenzijdig als vroeger, ze kunnen nu overal vandaan komen. Het feit dat de verhalen mee groeien met de tijdgeest is ook één van de redenen dat Bond als fenomeen al zo lang weet te overleven.”

Bron: Turbantia

Geen opmerkingen: