maandag 27 juni 2016

De Godfather van James Bond

Albert R. ‘Cubby’ Broccoli (1909 1996)


Vandaag twintig jaar geleden overleed Cubby Broccoli. De legendarische producer van de James Bond-films.

Zonder Cubby Broccoli geen James Bond zoals wij hem nu kennen. Zonder Harry Saltzman ook niet, en ook niet zonder Sean Connery, maar Broccoli is toch een verhaal apart. Hij is degene die de serie levend heeft gehouden, tot vandaag de dag.


Het moet eind jaren vijftig zijn geweest dat de filmproducer van destijds Warwick Films zijn oog liet vallen op de spionnenromans van Ian Fleming. Bruikbaar filmmateriaal volgens hem. Zijn partner Irving Allen daarentegen zag niets in Bond en liet dat Ian Fleming haarfijn weten. In een eerste ontmoeting met de geestelijk vader van 007 beledigde Allen de auteur zodanig, dat het niet tot een overeenkomst kwam. Allen kon tevreden zijn.

Was Broccoli hierbij aanwezig geweest, dan had het gesprek blijkbaar een heel andere wending gekregen. Echter lag zijn vrouw Nedra op dat moment op sterven, de moeder van hun dochter Tina en geadopteerde zoon Tony, waardoor Broccoli verstek moest laten gaan.

Na Nedra’s overlijden hertrouwde Cubby met Dana Wilson, de moeder van Michael G. Wilson. Samen met Dana kreeg hij in 1960 een dochter: Barbara Broccoli. En tussen Broccoli en Fleming is het allemaal goedgekomen.

De Broccoli's: Albert, Michael Wilson, Dana, Tina, Barbara en Tony.

Uiteindelijk kwam het tot een tweede ontmoeting met Ian Fleming, maar opnieuw ving Broccoli bot. Het bleek dat de filmrechten inmiddels door een ander waren aangekocht, een Canadese film- en theaterproducent, ene Harry Saltzman. Saltzman piekerde er niet over om de rechten door te verkopen, maar zag in dat een partnerschap met Broccoli meer zekerheid bood: Eon Productions werd een feit.

Cubby Broccoli met Sean Connery, Ian Fleming en Harry Saltzman

Het bleek een vruchtbare samenwerking. Saltzman stond bekend als een temperamentvolle zakenman, terwijl Broccoli zich als gemoedelijke vaderfiguur ontfermde over zijn medewerkers. Twee uitersten die elkaar perfect aanvulden — getuige het succes van de vroege Bond-films.

Voor Harry Saltzman was Bond alleen niet genoeg. Na gezamenlijk één andere productie gemaakt te hebben, Call Me Bwana (1963) met Bob Hope en Anita Ekberg, produceerde Saltzman ook buiten de deur van Eon om. Waarvan de Harry Palmer-trilogie, naar de boeken van Len Deighton met Michael Caine in de hoofdrol, en Battle of Britain (1969) het meest noemenswaardig zijn. Cubby Broccoli daarentegen ontfermde zich enkel over Bond, met één uitstapje met Chitty Chitty Bang Bang, in het Bond-loze jaar 1968, eveneens naar een verhaal van Ian Fleming.

Chitty Chitty Bang Bang (1968)

Saltzmans solo-activiteiten waren niet altijd even succesvol. Dat hij zich niet volledig wilde richten op James Bond, stoorde Broccoli. Tegen de tijd dat de negende Bond-film The Man with the Golden Gun (1974) werd gemaakt, had Saltzman zichzelf grotendeels buitenspel gezet. Daarbij stapelde de financiële problemen zich op en zag hij zich uiteindelijk genoodzaakt zijn aandeel in Eon Productions te verkopen.

Voor de laatste keer samen, tijdens de première van The Man with the Golden Gun

Albert R. Broccoli stond er nu alleen voor.

De laatste Bond-films waren minder goed ontvangen dan de films uit het begin van de Eon-periode. Was James Bond nog van belang? Kon Broccoli de toekomst van 007 veiligstellen?

Het was een gok. De opening van The Spy Who Loved Me (1977), de eerste James Bond-soloproductie van Broccoli, illustreert dat ten volle: een sprong in het diepe.

De tiende film uit de Bond-reeks bleek een schot in de roos. Broccoli had bewezen dat Bond sterker was zónder Saltzman. Vanaf dat moment stond bovenaan alle credits ‘Albert R. Broccoli presents’. Een terechte zegen.

Cubby Broccoli prijst zich zichtbaar gelukkig met The Spy Who Loved Me

Broccoli had een gouden team bij elkaar verzameld: Roger Moore die in zijn derde film de rol van 007 goed in de vingers had; regisseur Lewis Gilbert die tien jaar daarvoor met You Only Live Twice had laten zien een spektakelfilm in goede banen te kunnen leiden; een uiterst creatief schrijverscollectief bestaand uit onder meer oudgediende Richard Maibaum en nieuwkomer Christopher Wood; terug van weggeweest Ken Adam die lekker grootst mocht uitpakken; een superschurk in de vorm van Jaws die we sinds Oddjob niet meer gezien hadden.

Het plezier spatte van het scherm, en nog belangrijker: The Spy Who Loved Me werd een hit. Op deze manier zou James Bond weer jarenlang mee kunnen gaan.

Ken Adam, Cubby Broccoli en Lewis Gilbert, een gouden team

Dat het team van Broccoli in de euforie iets te ver doorschoot, bewees het vervolg Moonraker (1979). Een kaskraker van jewelste, maar het was duidelijk dat James Bond niet onaantastbaar was. Lewis Gilbert werd na zijn tweeluik bedankt voor zijn bewezen diensten, Richard Kiel met zijn ijzerwerk hoefde niet meer terug te komen, evenals Ken Adam. Het was mooi geweest. Bond moest weer een beetje normaal doen.

Broccoli’s stiefzoon Michael G. Wilson, die sinds Spy nauw aan zijn zijde stond, en vanaf Moonraker tot uitvoerend producent was gepromoveerd, mocht nu ook als schrijver aan de slag. Samen met Richard Maibaum was hij verantwoordelijk voor het scenario van alle vijf James Bond-films uit de jaren tachtig. En vanaf A View to a Kill (1985), aan de hand van stiefvader Cubby, als co-producent bij de Bond-films betrokken.

Met Roger Moore en Michael G. Wilson tijdens For Your Eyes Only (1981)

Als een brand in de zomer van 1984 de 007 Stage op het terrein van Pinewood Studios (die speciaal werd gebouwd om de supertanker uit de The Spy Who Loved Me onder te brengen) volledig in de as legt, wordt deze bij de heropening in 1985 omgedoopt tot ‘Albert R. Broccoli 007 Stage’. De opnames van A View to a Kill zijn de eerste die in de hal plaatsvinden.

De opening van de Albert R. Broccoli 007 Stage in 1985

Eon Production wordt meer en meer een familiebedrijf als ook Barbara Broccoli voor Eon gaat werken. Eerst nog voorzichtig op de pr-afdeling van The Spy Who Loved Me, maar via regieassistent bij Octopussy (1983) en A View to a Kill (1985) werkt zij zich op tot associate producer bij The Living Daylights (1987).

De Broccoli’s houden de touwtjes van Bond strak in handen, met Cubby als soort Godfather.

Cubby en Barbara tijdens de opnames van The Living Daylights in Oostenrijk

Als zijn kwakkelende gezondheid hem steeds vaker in de steek laat, nemen zijn kinderen steeds meer van hem over.

Na de Bond-loze jaren begin jaren negentig is Cubby Broccoli nog wel betrokken bij de aanstelling van Pierce Brosnan als nieuwe 007, maar verder dan de rol van raadgever gaat zijn taak bij GoldenEye (1995) niet.

Juni 1994: Pierce Brosnan is de nieuwe James Bond

Michael G. Wilson en Barbara Broccoli zijn volledig klaargestoomd als het nieuwe producentenduo van de James Bond-films. Eén ding blijft onveranderlijk, de aankondiging ‘Albert R. Broccoli presents’. Het zal de laatste keer zijn.

Op 27 juni 1996 sterft de Bond-producent op 87-jarige leeftijd in zijn huis in Beverly Hills. De uitvaartdienst wordt bijgewoond door onder meer Timothy Dalton, Desmond Llewelyn, Maryam d'Abo, Gregory Peck, Robert Wagner en John Gavin, die ex-acteur uit Psycho (1960) die bijna Bond had gespeeld in Diamonds Are Forever. Timothy Dalton, een van Broccoli's dierbaarste vrienden, is één van de dragers van de kist.


Met de tweede generatie aan het roer, is het Broccoli maar mooi gelukt James Bond weer op de rails te krijgen. Zoals gebruikelijk dient het volgende avontuur zich al weer aan, Tomorrow Never Dies (1997) wordt aan hem opgedragen. Vanaf nu zullen alle films beginnen met een nieuwe credit: ‘Albert R. Broccoli’s Eon Productions presents’.

Inmiddels wordt de derde generatie klaargestoomd. Gregg Wilson, zoon van Michael, treedt als associate producer van de laatste Bond-films steeds vaker op de voorgrond. Dat hij het stokje van zijn vader over zal nemen, is enkel een kwestie van tijd.

Kerim Bey zei het al in From Russia with Love (1963): Blood is the best security in this business...

Geen opmerkingen: