woensdag 23 september 2015

Het belang van een goede Bond-song

Nog anderhalf nachtje slapen, en dan weten we het. Hoe Writing’s on the Wall klinkt. De nieuwe James Bond-titelsong, gezongen door een populaire zanger van dit moment. Het zijn één van die hoogtepunten in het jaar van een nieuwe Bond-film: wie gaat 'm zingen? Maar vooral: hoe klinkt ie!


De voortekenen zijn goed. De instrumentale flard die Sam Smith ons eerder deze week liet horen, klinkt veelbelovend. Dramatisch en vol van kleur, precies waaraan wij een Bond-song herkennen. En is dat niet wat we willen? Een nummer dat we eigenlijk al kennen, met een nieuw laagje vernis.

Over Sam Smith sprak Marcel Mandos van het Noord Nederlands Orkest op Radio 1 vandaag nog zijn zorg uit: “Het is een hoge stem. En in mijn beleving, ik wil niemand beledigen, is het een vrij uniforme, ietwat saaie stem, waar je niet veel mee kunt.”

Wat als Mandos' vrees, en we weten het gauw genoeg, gegrond is? Wat als die nieuwe titelsong toch iets tegenvalt? Hebben we dan ook meteen een slechte film?

De geschiedenis leert dat dit niet per se noodzakelijk is. Laten we het eerst eens omdraaien, omdat dat makkelijker is: You Only Live Twice mag het beste Bond-nummer aller tijden worden genoemd, maar de film is gewoon niet goed. Wel iconisch, maar niet goed. Dat zou ook voor Diamonds Are Forever en Moonraker kunnen gelden, en zeker voor A View to a Kill. Goede titelsongs, maar mindere films.




Die Another Day laten we wijzenlijk buiten beschouwing, aangezien daar titelsongtechnisch als filmtechnisch niets aan deugt. Casino Royale dan misschien? Waar Chris Cornells You Know My Name niet bij iedereen in de smaak valt, maar de film volop wordt geprezen. En All Time High van Octopussy? Ook niet bij iedereen geliefd, maar de film is hartstikke leuk.



Het komt simpelweg hier op neer: als de titelsong niet precies is wat we zouden willen horen (en dat zal voor veel mensen bekend in de oren klinken, want zoveel smaken, zoveel verschillen), kunnen we met gemak een dijk van een film voorgeschoteld krijgen.

Dan hebben we ook altijd nog de begeleidende titelsequentie van Daniel Kleinman die ons de film inhallucineert (Kleinman is nog nooit tegengevallen). Laat dat nummer vervolgens vijftig keer tot je komen voordat je naar de bioscoop gaat, zodat het diep in je poriën zit, en ik verzeker — kippenvel.

En mocht de stem van Sam Smith je straks niet bevallen, dan hebben we altijd de instrumentale B-kant nog.

Geen opmerkingen: