Films en seriesFilms en series

woensdag 1 juni 2022

Een alternatieve Bond-geschiedenis

Het is mooi om te zien hoe oud-Bond-regisseur John Glen op handen wordt gedragen. De 007-helmer is met vijf films achter zijn naam recordhouder onder de Bond-regisseurs. Daarnaast deed hij de montage en regisseerde hij de second unit van drie eerdere Bond-klassiekers. John Glen is de laatste der Mohikanen. Op 15 mei werd hij 90 jaar. En ja, hij leeft nog steeds!

John Glen (Licence to Kill, 1989)

Rond die datum stroomde het felicitaties en loftuitingen op social media: ‘de beste actieregisseur!’, ‘de man die de jaren 80 bepaalde!’, ‘Bond op z’n best!’, ‘man vol verhalen!’, ‘tijd voor een ridderorde!’. John Glen werd geëerd met de mooiste veren.

Ere wie ere toekomt. Glen is een geweldenaar. Vijf Bond-films op rij, een niet te evenaren prestatie. Dat gaat ook echt niemand hem ooit nog afpakken. Maar John Glen was ook gewoon een manager die de Bond-films uit de jaren 80 in goede banen leidde. Naast zijn ode aan Hitchcock door in ieder film zijn eigen trademark te verstoppen in de vorm van een beest dat plots krijsend door het beeld schiet, blinken zijn Bond-films niet uit in filmmagie. Met een beetje slechte wil kun je beweren dat het veredelde tv-films zijn.

Begonnen met On Her Majesty’s Secret Service (1969) als editor en second unit director, werkte hij in diezelfde functie mee aan The Spy Who Loved Me (1977) en Moonraker (1979), waarna hij door Cubby Broccoli werd gevraagd For Your Eyes Only (1981) te regisseren. Hij bleek, net als zijn voorgangers, de juiste man op de juiste plaats. Glen mocht aanblijven en perste er tot en met 1989 om het jaar een nieuwe film uit. Bij het 25-jarig Bond-jubileum zat 007 steviger in het zadel dan nu met zijn zestigste.

Timothy Dalton en John Glen (The Living Daylights, 1987)

Glen begreep de Bond-films als geen ander, en de weerslag van James Bond op het filmpubliek. Na de megalomane producties van eind jaren 70 waar onze held zich zelfs buiten de dampkring begeeft, moest het allemaal iets minder fantastisch en vooral minder kostbaar. De taak van John Glen om van de Bond-films met minder franje toch nog iets smeuïgs te maken.

Dat dat hem lukte, mag voornamelijk worden toegeschreven aan de stuntlieden en actie-experts, zoals Rémy Julienne, wiens team de meest halsbrekende capriolen uithaalde op alles met twee, drie, vier of, waar het een Kenworth-truck betrof, een veelvoud aan wielen. B.J. Worth en Jake Lombard idem dito voor alles wat zich mét of liever zónder propellers in de lucht afspeelde. Of Rick Sylvester die zijn leven tot tweemaal in de waagschaal stelde onder leiding van Glen. ‘Remember, you are James Bond.’ En gaan met die banaan.

Hiermee doe ik de aardige regisseur absoluut tekort. De jaren 80 waren voor niemand makkelijk. Daarom zijn de welgemeende accolades in het luchtledige zo aandoenlijk.

Glen behoort tot de laatste van een uitstervend ras. Van vóór hem is geen enkele Bond-regisseur meer in leven. Dat waren er, na bijna twintig jaar James Bond-films en elf rolprenten, trouwens maar vier in totaal: Terence Young (drie films), Guy Hamilton (vier), Lewis Gilbert (drie) en Peter Hunt (één). Young en Hunt zijn in middels op retour, Hamilton en Gilbert stierven enkele jaren geleden op respectievelijk 93- en 97-jarige leeftijd. Uit dit rijtje is Glen de enige die in zowel de jaren 60, 70 als 80 aan Bond heeft meegewerkt. Dat is op zichzelf al een museum waard.

Daags na de feestelijkheden van John Glen viel de eer te beurt aan Bond nummer vijf Pierce Brosnan. Ook al jarig. De erudiete Ier ziet er met zijn witte kuif nog immer Bond-waardig uit (als hij zijn buik tenminste inhoudt). Onder het mom van een felicitatie werd Brosnan de hemel in geprezen voor zijn 007-vertolking.

Pierce Brosnan als James Bond in GoldenEye (1995)

In het licht van het definitieve einde van Daniel Craigs Bond blijkt dat met weemoed wordt teruggekeken naar de Bond-films uit de jaren 90. Daar waar Bond nog echt Bond mocht zijn en Brosnan, net als Glen in zijn tijd, de juiste man op de juiste plaats was. Want wat je ook vindt van Brosnans interpretatie van de wereldberoemde spion, en de acteur is zelf allerminst tevreden over zijn vertolking, hij flikte het ’m wel om de geheim agent die op sterven na dood was naar een nieuw millennium te loodsen.

Als belichaming van Bond is Brosnan perfect. Hij is de enige Bond-vertolker na Sean Connery (mijn eerste) aan wie ik niet heb hoeven wennen. Zolang Brosnan zijn beknepen mond maar houdt. Zodra hij die opendoet, verdwijnt alle dreiging. Kan de man niks aan doen. Ze hadden alleen beter een oral-signature tape in zijn nek kunnen implanteren. Een voice box zou de rest van het werk doen. Den beste Bond den es je gab!

Binnen de Bond-canon behoren Glen en Brosnan tot de middelmaat. Maar man man man, hoe groot is de behoefte aan een middelmatige Bond-film? Een avontuur zonder pretenties onder regie van John Glen waarbij je precies weet wat je krijgt. Met Pierce Brosnan in de hoofdrol; geef die man een voice box cadeau. Gun beide heren minus 25 jaar — ik vermoed dat zelfs Craig-dweper Barbara Broccoli dan overstag gaat.

Pierce Brosnan en John Glen, augustus 1986

Het tijdperk John Glen, het tijdperk Pierce Brosnan; ze liggen een kwart tot half mensenleven achter ons. Het waren achteraf gezien heerlijke onbekommerde Bond-jaren. Die mannen wisten van aanpakken.

James Bond is het filmisch hoogtepunt uit hun leven, dat kan niet anders. Glen heeft na Bond weinig noemenswaardigs meer gemaakt. Zijn Columbus-film uit 1992 was een faliekante mislukking. Brosnan is sinds Bond een veelgevraagd acteur, maar om te zeggen dat hij erg succesvol is. Mamma Mia! deed het tot tweemaal lekker aan de kassa. Die credits moeten toch echt aan Björn en Bennie en niet aan Brosnan worden toegeschreven.

Laat de online felicitaties aan wie dan ook lekker uitbundig zijn. John Glen wás immers de beste Bond-regisseur in de periode 81-89; Pierce Brosnan de beste 007 tussen 95-02. Andy Glen, John Glens zoon, beloofde een paar dagen na 15 mei mijn gelukwens aan zijn vader over te brengen, want zolang het kan, vier ook ik dit jubileum zonder enige terughoudendheid mee. Glens glorieuze reputatie zal met zijn ouder worden en daar voorbij enkel toenemen. Hij behoort inmiddels tot het eregilde der Bond-legendes.

Zijn voorgangers hadden allen iets onbereikbaars; niet in de laatste plaats omdat ze dood zijn, maar ook voor die tijd. Die vonden het niet meer dan logisch een Bond-film te regisseren. Glen was hoogst verbaasd dat hij werd gevraagd. Voor hij het wist had hij zijn eerste film gemaakt, en omdat hij alles opmerkelijk netjes binnen de tijd en het budget had gehouden, mocht hij gelijk aan een tweede beginnen. Opnieuw deed John Glen wat van hem werd gevraagd en zo had hij met gemak tot No Time to Die kunnen doorgaan. Met één levensgroot verschil: hij was zonder morren om het jaar komen opdraven. Bond 30 was inmiddels in de pocket geweest en Pierce Brosnan wegens succes veel langer geprolongeerd. Met méér John Glen hadden we een compleet alternatieve Bond-geschiedenis gehad. Heerlijk middelmatig, ongecompliceerd, ononderbroken en puur Bond.

Deze column verschijnt ook bij James Bond Nederland.

Geen opmerkingen:


© Bond Blog 2009 — 2021
Alle fotorechten voorbehouden aan Danjaq LLC. / Eon Productions, United Artists Co., MGM Studios, Columbia Pictures, 20th Century Fox Home Entertainment, Sony Pictures Inc., Universal Pictures