Films en seriesFilms en series

zaterdag 24 juli 2021

What’s in a name?

Mildheid overstemt bij het terugzien van Spectre, de vooralsnog laatst uitgekomen James Bond-film van zes jaar geleden. Toen ik de film voor de eerste keer zag, bleef ik met gemengde gevoelens achter. Wat mij destijds al opviel, maar ik nooit verder heb uitgediept, is het nonchalante gebruik van aliassen die Bond-onwaardig zijn. Duik even mee.


Direct na de begintitels, als Bond een standje heeft gekregen van M vanwege de ravage die hij in Mexico City heeft achtergelaten, verschijnt Max Denbigh ten tonele. Max zou aanvankelijk Bruce heten, een betere naam in mijn optiek, al was het maar omdat we al een handvol Maxen kennen in de Bond-serie, van een papegaai tot een steroïde-experiment.

Bij zijn eerste ontmoeting met James Bond, heeft de geheim agent zonder aarzelen gelijk een alias voor Denbigh in petto:

„I suppose we should call you C now.”
„No no, Max please.”
„No, I think I’ll call you C... C.”
„As you wish.”

Het is een leuk plagerijtje van Bond en past in de lijn M, Q en R. Al rijst de vraag: waar komt die willekeurig klinkende letter zo ineens vandaan?

Het simpele antwoord is dat C staat voor ‘chief’, aangezien Denbigh op dat moment de chef van de samengevoegde geheime diensten MI5 en MI6 is. De échte baas van MI6 ondertekent zijn officiële documenten ook altijd met een C, maar dat heeft niets met de films te maken. Ian Fleming heeft van deze C een M gemaakt. De fictieve M is als hoofd van de geheime dienst inmiddels bekender dan de echte C.

Een iets verder gezochte optie is dat C in Spectre staat voor het Engelse ‘c-word’: cunt. Dat zou betekenen dat iedere keer als Denbigh C wordt genoemd, hij wordt aangesproken met ‘kut’. En Bond maar gniffelen.

Vervelender wordt het als iedereen Denbigh vanaf dat moment C gaat noemen. De volgende dag als Bond en Tanner over de Thames naar Q varen, is de naam C al gemeengoed geworden:

„So that’s C’s new digs.”
„You’ve met him, have you?”

Tanner weet gelijk over wie Bond het heeft. Dat kom omdat M hierover de vorige middag direct een berichtje in de groepsapp heeft geplaatst:

Klik op de afbeelding voor een vergroting

De naam Denbigh wordt één keer in de hele film genoemd, daarna is het alleen nog maar C. Ook Oberhauser/Blofeld is hiervan op de hoogte. De aftiteling conformeert zich eveneens aan Bonds snedige vondst.

Dan Blofeld. Bond is een pestkop, blijkt al uit zijn eerste contact met Denbigh/C. Franz Oberhauser noemt zich sinds twintig jaar Ernst Stavro Blofeld, maar Bond zou Bond niet zijn al hij daar maling aan heeft. Laat hem lekker lullen die gek. Juíst Bond is degene die hem daarin zijn kinderachtige zin niet wil geven, die had Blofeld consequent Franz moeten blijven noemen:

„You’re a hard man to kill, Franz.”
„Whatever.”

Moneypenny met doos

Moneypenny, nog zo iemand. Na het onderonsje met M en C (kijk, daar ga ik al), loopt Bond met vastberaden tred het terrein van MI6 af, Moneypenny achter hem aan: ‘James.’ Ze heeft een doos voor hem. Dit is hoe zij haar lievelingsagent noemt, bij zijn voornaam. Als hij even later vanuit de Aston Martin DB10 in Rome belt, neemt Moneypenny de telefoon op: ‘Bond?’

Wat is er ineens met James gebeurd?

Natuurlijk is er veel meer aan de hand met Spectre dan deze details. Dat ik de film zonder veel moeite terugkijk, heeft ook te maken met het vakmanschap waarmee deze rolprent is gemaakt. Het ziet er allemaal mooi uit, er gebeurt genoeg, de muziek van Thomas Newman ligt fijn in het gehoor en het niet zo beste einde van de film is minder langdradig dan ik mij herinnerde.

Als No Time to Die beter is dan zijn voorganger, en opnieuw zijn mijn verwachtingen torenhoog, draagt Spectre niet meer dat juk van de laatste in de reeks en behoort het 24e filmavontuur tot de middenmoot van de Bond-films.

Een veilige plaats, want bevinden de meeste films zich daar niet?

vrijdag 23 juli 2021

We’re not a country club, double-o-seven!

Honderd jaar Robert Brown (M)

Vandaag is de honderdste geboortedag van Robert Brown. De Engelse acteur speelde in de jaren 80 vier maal de rol van Bonds meerdere M. Eerder was hij te zien als Admiral Hargreaves in The Spy Who Loved Me (1977). De acteur overleed in november 2003 op 82-jarige leeftijd.


Het is één van die onbeantwoorde vragen uit de James Bond-filmgeschiedenis: is Admiral Hargreaves enkele films later gepromoveerd tot hoofd van de geheime dienst? Met andere woorden: speelt Robert Brown één en dezelfde persoon sinds The Spy Who Loved Me?

Bijrolacteur Brown had al een film- en televisiecarrière achter de rug toen hij zich voor de eerste keer bij een Bond-film meldde. Zo was hij onder meer eind jaren 50 naast Roger Moore te zien als diens hulpje Gurth in de tv-serie Ivanhoe. Robert Brown werd tevens de peetvader van Moores oudste kind, dochter Deborah (1963).

Met het overlijden van Bernard Lee in 1981, moest het James Bond-team op zoek naar een nieuwe M. Lee was op dat moment in iedere Bond-film te zien geweest. Uit eerbied voor zijn jarenlange bijdrage aan de Bond-films werd deze rol in For Your Eyes Only (1981) niet direct vergeven. Dit is dan ook de enige Bond-film waarin geen M optreedt.

In het vervolg Octopussy (1983) doet Robert Brown zijn intrede als Bonds chef. In de film wordt niet vermeld dat hij een nieuwe M is, noch dat hij als Admiral Hargreaves promotie heeft gemaakt. Brown blijft in deze rol te zien in A View to a Kill (1985), The Living Daylights (1987) en Licence to Kill (1989).

Op het hoofdkantoor bij MI6 met Roger Moore, Desmond Llewelyn, Geoffrey Keen en Lois Maxwell

De rol van M was in de loop der jaren al verworden tot een verplicht nummer, dat werd met de komst van Robert Brown niet veel anders. Zijn laatste optreden in Licence to Kill is wellicht zijn sterkste, waarin James Bond (Timothy Dalton) zijn ontslag indient. M is het hier duidelijk niet mee eens.

Vanaf de jaren 80 is Brown, behalve in de Bond-films, in nog maar weinig producties te zien. Begin jaren 90 speelt hij zijn laatste filmrol.

donderdag 22 juli 2021

De Bond-trilogie

Bond 26 lijkt nog een ver-van-ons-bedshow. Juist daarom is het van belang vooruit te kijken. De volgende James Bond-acteur, Bond nummer 7 die op 5 oktober volgend jaar wordt gepresenteerd, gun ik een filmtrilogie. De lijnen van die drie films moeten nu al worden uitgezet.


De Craig-pentalogie is inclusief No Time to Die één lang verhaal sinds Casino Royale, ofwel een miniserie binnen de Bond-reeks, ofwel een miniserie binnen de Bond-reeks. Toen Craigs debuutfilm Casino Royale (2006) werd gemaakt, konden de producenten niet weten dat: A) deze Bond tot 2021 zou aanblijven, B) Craig vijf Bond-films zou maken en C) het allemaal zo lang ging duren.

Een hoop gepuzzel achteraf kan Eon Productions gespaard blijven als schrijvers Neal Purvis en Robert Wade nú aan het werk worden gezet om de rode draad voor een trilogie uit te zetten.

Wat mij over het algemeen stoort aan films en series die pas later (na bewezen succes) tóch niet blijken afgerond, is dat met alle macht wordt geprobeerd verhaallijnen aan elkaar te lijmen. Ik begrijp dat het zo werkt, maar artistiek gezien is het een wurggreep.

Om bij het voorbeeld van de Bond-films van Daniel Craig te blijven: Quantum of Solace (2008) werd aangekondigd als een direct vervolg op Casino Royale. Het was voor het eerst in de geschiedenis van de Bond-films dat in een vervolgfilm de draad werd opgepakt. Oké, From Russia with Love (1963) is ook een sequel op Dr. No (1962), maar staat net zo stevig op eigen benen.

Mijn commentaar sluit aan bij de aanvang van Casino Royale; toen was het idee om de directe verhaallijn in de volgende film door te trekken er namelijk nog niet, dat is pas ontstaan bij het uitzetten van een vervolg. Veel verder dan die ene film van dat moment kijkt Eon Productions namelijk niet.

Skyfall (2012) staat verhaaltechnisch weer los van de vorige twee delen, mede ontstaan door het gat van vier jaar tussen deze film en diens voorganger, wat op zich weer vreemd is, omdat Quantum of Solace nogal wat open eindjes heeft.

De hele Quantum-organisatie, wat een nieuw SPECTRE (de misdaadorganisatie, niet de latere filmtitel) had kunnen worden, was net op de rails gezet, maar ontspoort met dezelfde vaart als waarin de film is gemonteerd. Want wat er precies van Quantum is geworden en enkele van diens leden, zoals de mysterieuze Guy Haines, wordt nergens duidelijk. Ook niet in Spectre (2015). In die film wordt recht geluld wat krom is om de tetralogie te overkoepelen. En plots blijkt ook Skyfall onderdeel van het grote verhaal te zijn; filmschurk Silva is met terugwerkende kracht gewoon een SPECTRE-agent. Dat wist alleen niemand toentertijd, ook hijzelf niet.

SPECTRE-agent Silva

Bovenstaande is een ordinair simpel te verklaren: Eon Productions had in 2012 de rechten van SPECTRE nog niet terug. Een smet op het blazoen van de ‘officiële filmreeks’ dat teruggaat naar de jaren 60, waarin de rechten na een jarenlange strijd tussen Ian Fleming en Kevin McClory aan laatstgenoemde werden toegekend. McClory overleed in november 2006, op het moment dat de nieuwe Bond Daniel Craig furore maakte in Casino Royale. Zeven jaar later mocht Eon Productions zich eindelijk weer met Blofeld en diens misdaadorganisatie bemoeien. Een kans die de filmmakers iets te gretig hebben aangepakt, want ineens moest de man met de witte poes worden ingepast in de Craig-films.

Christoph Waltz als Blofeld

In No Time to Die (2021) keert Blofeld voor de tweede maal terug in de gedaante van Christoph Waltz, ze konden hem na zo’n lange tijd ook niet negeren. Waltz wilde alleen terugkomen als Craig dat ook zou doen. Wat impliceert dat het na de komende film ook afgelopen is voor het misdadig brein van SPECTRE, althans gespeeld door Waltz. Na zo’n lange afwezigheid had Blofeld op zijn minst een trilogie verdiend.

Vandaar de wijze raad om eens gek te doen en wél een keer vooruit te kijken. Dat is richting de nieuwe eigenaar van MGM ook een aardig gebaar, en ik zie daarin met Amazon ook serieus perspectief. Op die manier kan er sneller worden geleverd en weet iedereen veel duidelijker waar hij aan toe is; de producenten, de James Bond-acteur, de bioscoopketens en het publiek.

Peter Jackson

Voor het uiteindelijke product zelf kan het ook alleen maar goed uitpakken. Eén doorlopende verhaallijn uitgesmeerd over zeven uur film, waarin personages zich kunnen ontwikkelen, waarin naar één ultieme climax wordt toegewerkt, met twee megacliffhangers aan het eind van de eerste twee delen... Wellicht een leuk klusje voor Peter Jackson.

Bijkomend nadeel van de trilogie is dat we daarna wéér aan een nieuwe Bond moeten wennen. Ook blijkt het financieel onverantwoord een succesvolle James Bond aan de kant te zetten. Maar helaas, het zal moeten, anders krijg ik mijn lijstje nooit kloppend: de Lazenby-solo, de Dalton-duologie, de Bond 7-trilogie, de Brosnan-tetralogie, de Craig-pentalogie, de Connery-hexalogie en de Moore-heptalogie.

Bond nummer 8 wacht een schone taak...

dinsdag 20 juli 2021

Debuutfilms

Als de traditie wordt voortgezet, belooft Bond 26 veel goeds. Daniel Craig bereikt met Bond 25 (aka No Time to Die) zijn welverdiende 00-pensioen; tijd voor een nieuwe nul-nul-zeven. En dat is goed nieuws voor de volgende film, want alle debuterende double-o-sevens leverden in hun tijd een prima product af.

Sean Connery debuteert als James Bond in Dr. No (1962)

Soms nog een beetje eenkennig in de rol, eindigen de eerste films van de Bond-acteurs doorgaans hoog in de rankings. Dit ten opzichte van veel laatste films, die in de meeste gevallen juist achteraan bungelen.

In Dr. No (1962), de eerste aller Bond-films en dus ook die van Sean Connery, moest het wiel nog worden uitgevonden. Desondanks staat dit eerste Bond-product nog steeds overeind. Bij de film van bijna 60 jaar oud speelt de gunfactor sterk in het voordeel. Ten opzichte van volgende avonturen is deze film nogal lineair, heeft het overgrote deel van de muziek weinig om het lijf (waardoor het Bond-gevoel sporadisch wordt aangeboord) en oogt het allemaal minder spectaculair. Toch wordt ons hier een stevig spionnenverhaal voorgeschoteld dat zó’n goede aftrap voor een langlopende serie blijkt te zijn, dat we er meer van willen zien. Véél meer. En dat krijgen we. 

George Lazenby

Als George Lazenby in On Her Majesty’s Secret Service (1969) zijn intrede doet, is James Bond inmiddels een filmbegrip van wereldformaat. Lazenby mag zich bewijzen als opvolger van de geliefde Connery. Daar slaagt hij in de winter van 1969/1970 niet in. De nieuwe Bond moet in de nonchalante branie van Connery ontegenzeggelijk zijn meerdere erkennen. Maar wat een film levert de nieuwe Bond af! On Her Majesty’s Secret Service is in mijn optiek het beste dat Eon Productions ooit heeft voortgebracht. Een mening die in de loop der jaren door een groot deel van de wereldbevolking wordt gedeeld. En dan die muziek! John Barry op de toppen van zijn kunnen.

Dan is er niet lang daarna Live and Let Die (1973) met Roger Moore als debuterend geheim agent 007. Hij geeft een compleet andere invulling aan de rol. Een invulling die aanslaat bij een nieuwe generatie Bond-liefhebbers. Zijn debuutfilm is spectaculair, zit vol met originele stunts, is bij tijd en wijle behoorlijk grappig en kijkt daardoor makkelijk weg. De heerlijke muziekscore is deze keer van Beatle-producer George Martin en Paul McCartney levert een klassieke titelsong af. Al met al een prima aftrap voor een luchtiger Bond-tijdperk.

Roger Moore in zijn Bond-debuut Live and Let Die (1973)

Timothy Dalton

De volgende James Bond presenteert zich pas in The Living Daylights (1987) in de gedaante van Timothy Dalton; de tegenpool van Roger Moore. Dalton is de Bond die het personage direct in de vingers lijkt te hebben. Hij heeft Fleming gelezen en modelleert zich naar de literaire 007. Met een ervaren regisseur als John Glen zitten de actiescènes weer pico bello in elkaar en deze Bond lijkt ze dan ook nog eens zelf uit te kunnen voeren. Na de kluchtiger aanpak van Roger Moore mag Dalton een welkome vernieuwing heten. The Living Daylights belooft dat James Bond met zijn verse hoofdrolspeler de dertig wel haalt. Prima film met een fijne inbreng van Jeroen Krabbé.

Dat de geheim agent begin jaren 90 op sterven na dood is, ligt niet aan zijn vertolker. Als Bond na een afwezigheid van zesenhalf jaar eindelijk weer van zich laat horen in GoldenEye (1995), heeft hij inmiddels het toegankelijke gezicht van Pierce Brosnan gekregen; de enige Bond na Sean Connery aan wie ik niet heb hoeven wennen. Het publiek was na zoveel jaar duidelijk toe aan een nieuwe film en de nieuwe Bond levert een instant klassieker af waarin oude en nieuwe elementen lenig in elkaar overlopen. GoldenEye bewijst dat James Bond ook in de jaren 90 nog bestaansrecht heeft en 007 mag voorzichtig gaan warmlopen voor een volgend millennium.

De nieuwe James Bond Pierce Brosnan in GoldenEye (1995)

Als voorlopig laatste James Bond dient Daniel Craig zich aan in Casino Royale (2006). Een film die mij bijna letterlijk uit mijn bioscoopstoel heeft geblazen: de cold open in Praag, de keiharde vuisten van Craig, de nieuwe gunbarrel met de titelsong van Chris Cornell, de koprol van de Aston Martin. En dan dat ultieme einde: ‘The name’s Bond. James Bond.’ Dit is een droomdebuut. De tegenstand was niet mals voor de Bond met de boksersneus. Inmiddels hoeft niemand zich daar meer aan te storen, want Daniel Craig mag zich langer James Bond noemen dan wie dan ook van zijn klassieke voorgangers.

Daniel Craig in Casino Royale (2006)

Dr. No
, On Her Majesty’s Secret Service, Live and Let Die, The Living Daylights, GoldenEye en Casino Royale: stuk voor stuk noemenswaardige James Bond-klassiekers. Vaak worden de derde films uitgelicht als de films waarin de Bond-acteur de rol het beste te pakken heeft, met als bijkomend voordeel een lekkere film die vaak moeten wedijveren met die eerste rolprent. Dat geldt zeker in het geval van Connery (Goldfinger, 1964), Moore (The Spy Who Loved Me, 1977) en Craig (Skyfall, 2012) en in mindere mate voor Brosnan (The World Is Not Enough, 1999). Lazenby en Dalton hebben een derde film niet gered.

De laatste films van de acteurs laten meestal wel wat steekjes vallen. Zoals het kolderieke Diamonds Are Forever (1971) met Sean Connery, A View to a Kill (1985) met een bejaarde Roger Moore en Pierce Brosnan die in Die Another Day (2002) in een onzichtbare auto moest rijden en over drijvende ijsbergen surfte. Spectre (2015) had volgens deze traditie een waardige afsluiter voor Daniel Craig geweest, maar de acteur zag ook wel in dat hij beter met een goede film kon eindigen.

En mocht No Time to Die onverhoopt tegenvallen, laten we afspreken dat we tegen Daniel Craig zeggen dat het zijn beste is. Anders krijgen we nooit een nieuwe debuutfilm.

maandag 19 juli 2021

Een miniserie binnen de Bond-reeks

Na een pauze van twee jaar vond Daniel Craig dat er genoeg tijd was verstreken om zijn tuxedo uit de mottenballen te halen. De James Bond-acteur begon na te denken over Casino Royale, over Vesper Lynd en over SPECTRE en hij voelde dat er nog een verhaal was dat afgerond kon worden, iets wat alles met elkaar verbond. Zie hier het uitgangspunt van No Time to Die, de laatste Bond-film met Daniel Craig in de hoofdrol die na zes lange jaren eind van de zomer in première moet gaan. 


Craig en zijn collega’s spraken ten tijde van het filmen van de nieuwste nog te verschijnen Bond-film met Total Film. Het filmmagazine doet nu uitgebreid verslag van No Time to Die. Hierin is een aantal interessante wetenswaardigheden te vinden. Wie bang is voor spoilers, kan beter een boek van Ian Fleming ter hand nemen.

Wat geen verrassing mag heten, is dat James Bond in No Time to Die met vervroegd pensioen is. Dit werd al bekend tijdens de presentatie van de toen nog titelloze nieuwe Bond-film, inmiddels ruim drie jaar geleden. Maar als er problemen om de hoek komen kijken, dan kan Bond het niet helpen en móet hij in actie komen, verklaart scriptschrijver Neal Purvis tegenover Total Film.

Een Bond-film zou geen Bond-film zijn als die problemen zich niet snel zouden aandienen. Het is zijn oude vriend Felix Leiter van de CIA die James Bond vraagt ‘een pakketje uit Cuba’ op te halen. De inhoud van dit pakketje luistert naar de naam Valdo Obruchev, een gekidnapte wetenschapper. Deze Obruchev zou tijdens Bonds diensttijd bij MI6 zijn overgelopen, weet Felix’ collega Logan Ash. Bond zelf weet van niets en lijkt ook van niets te willen weten, totdat Felix het S-woord laat vallen: SPECTRE.

James Bond (Daniel Craig) met Felix Leiter (Jeffrey Wright)

‘Dit rondje is van mij’, zegt Bond tijdens het verlaten van de bar, de locatie waar zich bovenstaand gesprek afspeelt. Met deze woorden keert James Bond terug naar een wereld die hij na veel blauwe plekken achter zich had gelaten.

Natuurlijk keert SPECTRE terug. De misdaadorganisatie uit de beginjaren van de Bond-films liet bij de vorige film, Spectre uit 2015, na ruim veertig jaar afwezigheid weer van zich horen; het gevolg van een jarenlange juridische strijd. Zie daarvoor deze analyse van een tijdje terug. In No Time to Die is het echter niet Blofeld die aan de touwtjes trekt.

In gevangenschap: Ernst Stavro Blofeld (Christoph Waltz)

Het misdadig brein achter SPECTRE zit inmiddels vijf jaar achter slot en grendel. Als een kroonjuweel wordt hij, volgens het artikel in Total Film, gevangengehouden bij MI6. Iets wat de geheime dienst niet heel veel films geleden ook deed met Silva (met desastreuze gevolgen).

In beperking of niet, Blofeld waant zich volgens producent Barbara Broccoli nog immer oppermachtig. Het is echter de nieuwe schurk Safin die de grote poppenspeler uithangt. Hij is de drijvende kracht achter al die megalomane schurken tegen wie Bond het opneemt of heeft opgenomen.

Of Safin de honneurs van Blofeld waarneemt of zelfs bóven SPECTRE staat, moet één van de verrassingen van de film blijven. Evenals het gerucht dat al tijden de ronde doet dat Safin de hedendaagse Dr. No is. Het is een vrolijk gerucht dat acteur Rami Malek graag voedt. Wegwuiven, zoals Christoph Waltz eerder deed met roddels als zou hij de nieuwe Blofeld zijn, doet Malek niet. Op de vraag van Total Film welke Bond-films Malek ter voorbereiding op zijn schurkenrol heeft gezien, antwoordt de acteur schalks: alleen Dr. No

Medeproducent Michael G. Wilson ziet de films met Daniel Craig als een miniserie binnen de Bond-reeks (met Casino Royale als boekensteun). Vandaar dat er voor het eerst in de zestigjarige geschiedenis van de filmserie een duidelijk laatste hoofdstuk is geschreven; nooit eerder heeft een James Bond-acteur een film gekregen waarvan bij voorbaat vaststond dat het zijn laatste was. Lees daarvoor het artikel No good about goodbye nog maar eens na.

Regisseur Cary Fukunaga op zijn beurt heeft No Time to Die niet benaderd als een sluitstuk, maar als een klassieke Bond-film. De film eindigt niet voor niets met de bekende belofte: James Bond Will Return. De vraag is alleen: in welke gedaante?

De Bond-familie: Michael G. Wilson, Daniel Craig, Barbara Broccoli en Cary Fukunaga

No Time to Die
markeert ontegenzeggelijk het einde van een tijdperk, het tijdperk Daniel Craig. Hoewel Barbara Broccoli stiekem hoopt dat háár James Bond nog één keer terugkomt, voegt zij daar aan toe dat de cirkel rond is. Het voelt af.

Daniel Craig tot slot reageerde nogal gepikeerd toen hij de trailer van No Time to Die voor het eerst zag, waarin de Aston Martin gave mitrailleurtjes achter de koplampen bleek te hebben. Hij vond het zonde om die verrassing te verklappen. Maar deze verrassing haalt het volgens Craig niet bij de rest van de film. De vijfvoudig James Bond-acteur belooft dat er in No Time to Die dingen gebeuren die nooit eerder zijn vertoond.

Of al deze beloften worden ingelost, is hopelijk vanaf 30 september te zien in de bioscopen. In Engeland mag iedereen elkaar vanaf vandaag weer in het gezicht hoesten. Dat bleek in Nederland niet zo’n heel strak plan…

vrijdag 9 juli 2021

60 Years of Bond

In eerste instantie dacht ik dat het een ontwerp van een fan was: het logo van 60 jaar James Bond. Volgend jaar is het zo ver, dan viert uw bioscoopheld zijn diamanten jubileum. Het nieuwe logo is vooralsnog op de kalender van 2022 te zien (te koop in de 007 Store). Veel meer ruchtbaarheid heeft Eon Productions nog niet gegeven aan dit heuglijk feit. Veel te vieren valt er dan ook niet...


Eerst eindelijk No Time to Die maar eens in première laten gaan. De laatste Bond-film die al een olifantendracht op de plank ligt. Deze film mag geen jubileumfilm worden, is daar ook helemaal niet voor gemaakt. Daarom waarschijnlijk blijft dat jubileum nog even op afstand. Die twee gaan namelijk niet goed samen.

Tijd voor feestvreugde is er vooralsnog niet. De premièredatum van de 25e film staat weliswaar genoteerd op 30 september, maar hé: stijgende besmettingscijfers, vakantie voor de deur. Eer we veilig en wel in een rood pluche fauteuil plaats kunnen nemen, daarvoor lijkt de tweeënhalve maand die voor ons ligt koffiedik.

Zolang No Time to Die niet uit is, en Daniel Craig daarmee nog steeds de huidige James Bond, ook al draaide hij twee jaar geleden zijn laatste scènes, zolang die film nog geen publiek heeft bereikt, is er voor James Bond geen toekomst. En daarmee geen reden voor een groot feest.

Wat er in de nabije toekomst moet gaan gebeuren, is het vinden van een verse James Bond. Nu 2022 onmogelijk is geworden om te feesten met een nieuwe film, is de presentatie van een nieuwe nul-nul-zeven een goed alternatief. Dan kan er vanaf eind volgend jaar begonnen worden met filmen en hebben we in het najaar van 2023 een officieel 26e bioscoopavontuur. ‘Gewoon’ twee jaar na de vorige. Het diamanten jubileum valt daarmee tussen twee kolossen, want een nieuwe film is logischerwijs toch nog altijd het grootste goed van een filmfranchise. Het feestje valt daarmee een beetje in het niet.

Dat ik niet gelijk een vreugdedansje om dat nieuwe logo maakte, heeft te maken met de amateuristische inborst van het ontwerp. Ik heb het gevoel dat die tweede nul niet eens lekker in het midden van de 6 staat, en dat zwarte uiteinde van de pistoolloop oogt rommelig. Vandaar bij dezen twee gratis alternatieven:



Het is een aardig idee dat oude logo te gebruiken, het zogenaamde 007-retrologo. Maar helemaal de eerste was dit niet. Het eerste ontwerp (ontworpen door de dit jaar honderdjarige Joseph Caroff) heeft nog een schroef rechtsboven de trekker. Zie de evolutie van de officiële 007-logo’s in dit veel geraadpleegde artikel.

Voor de veertigste verjaardag van James Bond werd het huidige 007-logo gebruikt, de versie die volgend jaar twintig jaar lang ongewijzigd is gebleven. Dit is toch wel de ultieme en meest uitgebalanceerde versie. Het is uniek dat deze laatste versie al zo lang wordt gebruikt. Eerder werd het logo per film aangepast. Soms subtiel, soms rigoureus. Bij Bonds vijftigste jubileum werd het 007-logo overgeslagen en enkel de gunbarrel gebruikt. Dit fraaie jubileumlogo werd ook gebruikt in de aftiteling van Skyfall.


Nog tien jaar, dan kan iedereen lekker los op het logo voor het 70-jarig jubileum. Met die 7 moet toch iets originelers te doen zijn...

Nu maar hopen dat 007 dat überhaupt haalt.

vrijdag 2 juli 2021

Playmobil komt met Aston Martin DB5-set

Na het Lego-model van drie jaar geleden, brengt Playmobil nu ook een versie uit van de Aston Martin DB5 uit de James Bond-film Goldfinger (1964). De auto is, net als in de film, uitgerust met allerhande technische snufjes en komt met de figuren van James Bond, Goldfinger, Oddjob en een naamloze handlanger van de schurk.



Of Playmobil meerdere James Bond-modellen gaat brengen, is nog niet bekend. Bij Lego is het bij die ene Aston Martin gebleven.

De Playmobil-set komt op 15 oktober op de markt en gaat €75,- kosten.


© Bond Blog 2009 — 2021
Alle fotorechten voorbehouden aan Danjaq LLC. / Eon Productions, United Artists Co., MGM Studios, Columbia Pictures, 20th Century Fox Home Entertainment, Sony Pictures Inc., Universal Pictures