Niet verder vertellen, maar eigenlijk is het helemaal niet belangrijk
wie de nieuwe James Bond wordt. James Bond is enkel de katalysator om over de
wereld te reizen, in dure auto’s te rijden en luxueuze producten aan te
prijzen. Daaromheen wordt een verhaaltje bedacht met een aantal ludieke stunts
als lokkertje en voor je het weet zijn we twee uur verder.
Welke jongen ons meesleept in die avonturen, is van
secundair belang. Toch hechten we er extreem veel waarde aan naar welk hoofd we
twee uur moeten kijken. Want wat als dat hoofd jou niet aanstaat?
Smaken verschillen, dus bovenstaand probleem zul je altijd
houden. Zo is er nog steeds een groep die zich Bond-liefhebber noemt en toch niet
naar Daniel Craig kan kijken. De James Bond van een hele generatie — volgende
maand 21 jaar geleden werd hij benoemd.
Toegegeven, ook ik zag in Daniel Craig geen 007 toen zijn
naam in het voorjaar van 2005 ineens opdook. Barbara Broccoli zag dat als een
van de weinigen wél en zij drukte haar zin door. Toen Craigs benoeming (met
zwemvest) op 14 oktober van dat jaar officieel werd bevestigd, hadden we één
zekerheid die belangrijker was dan de man die de tuxedo zou gaan dragen: we
krijgen een nieuwe Bond-film!
Daar zou de focus op moeten liggen, op die nieuwe film. Het
verleden heeft namelijk uitgewezen dat Sean Connery niet per se in On Her Majesty’s
Secret Service hoefde te spelen om er een grandioze film van te maken. In The
Spy Who Loved Me werd hij ook niet gemist.
Gek idee dat er op dit moment iemand rondloopt die zich
binnen niet al te lange tijd de nieuwe James Bond mag noemen. Volgens de geruchten
gaat het om drie kandidaten, waarvan er twee Jack heten en die andere een voornaam
draagt die geen voornaam is. Als je andere geruchten mag geloven, wisselen die
namen, inclusief de percentages die eraan hangen. De bookies hebben het er maar
druk mee.
Toen oud-castingdirector Debbie McWilliams eerder dit jaar met
honderd procent zekerheid wist te melden dat géén van de namen in het
geruchtencircuit de juiste naam was, zat zij duidelijk een potje te jokken.
Namen lekken vroeg of laat altijd uit. Ook de goede. De kans
dat we de nieuwe James Bond al voorbij hebben horen komen, is 99,9% volgens
deze bookmaker. Jammer voor de fan wiens favoriet nooit werd genoemd, spannend
voor degene die op een bepaalde kop hoopt.
En wat als het tóch een vrouw wordt? Dat zou pas een James
Bond-stunt zijn!
In het geval deze wereldstunt uitblijft, opteer ik – ondanks
dat het ontzettend onbelangrijk is – toch voor een jongen die niet te jong of
te oud is, hetzelfde kan brengen als we gewend zijn, maar dan net even anders,
en vooral dat ze iemand kiezen die er PLEZIER in heeft de rol te spelen.
Laatst zette ik voor mijn oude vader Moonraker op, met de Bond
waar het plezier van het scherm afspat. Ik dacht dat ik na vijf minuten wel
weer kon gaan, maar ik heb de hele film met hem uitgekeken. Zoals ik deze zomer
The Lord of the Rings terugkeek door de ogen van mijn oudste dochter, zag ik
Moonraker door de ogen van mijn vader, die precies reageerde zoals je bij een
Bond-film hoort te reageren: de terugkeer van Jaws (‘Wat gemeen!’ toen hij Bond
uit het vliegtuig duwde), Jaws die verliefd wordt (‘Prachtig!’) en Jaws en Dolly
die achterblijven op een afgeketst gedeelte van het ruimtestation (‘Ze overleven
het toch wel?’). Jaws maakt blijkbaar nog steeds veel indruk. En dat maakt het
terugzien door andere ogen een waardevolle bezigheid.

Het bleek maar weer dat een oudje als Moonraker, zeker één
van mijn guiltiest guilty pleasures, na bijna vijftig jaar nog steeds doet wat
het moet doen: entertainen. Dat is gelijk de reden dat ik de film kan blijven
zien. Voorheen zette ik Moonraker vaak op voor John Barry. Nu we gezegend zijn
met die prachtige soundtrack-cd van La-La Land is Moonraker nog steeds een schijfje
dat ik graag in de spelers stop; James Bond zoals James Bond bedoeld is.
Ook de neefjes van 7 en 9 moesten eraan geloven. Nu waren
zij in Sölden al eens bij 007 Elements geweest en kenden ze al een aantal stunts.
Toch mocht ik ze tijdens een logeerpartijtje opnieuw trakteren op de
Asgard-jump, de Lotus submarine, de gondola chase, de waterskiscène uit Licence
to Kill en de sprong van de dam uit GoldenEye. Momenten voor open monden, zeker
in die leeftijdscategorie. En zo zullen er in de toekomst meer van deze hoogtepunten
volgen. Ik kan niet wachten op de onthulling van Blofelds vulkaanbasis, de crocodile
walk en de kitesurf-scène uit Die Another Day. Die laatste is natuurlijk een grapje.

En zo begin ik dit schooljaar tijdens mijn Engelse lessen voor
groep 8 voortaan met een scène uit James Bond plus het commentaar uit de making-of
erachteraan. Want dat is wat ik mijn pupillen meegeef als het om de Engelse
taal gaat: kijk iets wat je leuk vindt met de Engelse ondertiteling erbij, dan
gaat het bijna vanzelf. Ik was een woord als ‘discombobulated’ nooit eerder
tegengekomen dan in de making-of van Licence to Kill. Een woord dat ik te pas
en te onpas gebruik. Hoe handig is dat!
Toen ik jaren geleden een taalles moest geven over het
schrijven van een nieuwsbericht, mijn oorspronkelijke beroep, had ik allemaal
feitjes op het digibord gezet over wat we tot dan toe wisten over Bond 25. Naar
aanleiding daarvan moesten de leerlingen een bericht schrijven. Er was één
jongen die huilend onder zijn tafel verdween: ‘Maar ik weet niks van James
Bond!’ Het was diezelfde jongen, inmiddels een middelbareschoolganger, die jaren
later nog eens naar mij toekwam om te vertellen dat hij inmiddels alle James
Bond-films had gezien. Hij vond het prachtig.
Omdat ik mijn neefjes en al mijn leerlingen graag wil
blijven voeden met hoogtepunten uit de James Bond-films, moeten ook de nieuwe
filmmakers hoogtepunten blijven produceren. Lijkt mij een reden genoeg om films
te blijven maken.
Daarbij maakt het dus helemaal niet uit wie de nieuwe James Bond is. Als hij maar Jack Lowden heet…
Deze column verschijnt ook bij James Bond Nederland.