Zo klonk deze week uit de toren van de Haarlemse Sint Bavokerk een deuntje dat ik vaag kon thuisbrengen. Vooral het einde waarin ik de klanken van ‘ba-boop-bee-doop’ herkende — hé, dat is van Marilyn Monroe! Op 1 juni is het de honderdste geboortedag van de Amerikaanse zangeres en actrice. Toen ik in 2022 het plan opvatte om op 5 oktober zestig jaar James Bond te vieren door alle kerkklokken om 00:07 uur in heel Nederland het Bond-thema te laten spelen, kreeg ik van de Orde der Beiaardiers nul op rekest.
Toegegeven, 7 minuten over middernacht is misschien niet het beste tijdstip voor een klokkenconcert. Had het dan op een willekeurig tijdstip gedaan. Dat zou ook wel moeten, omdat er meer kerken zijn dan beiaardiers en één beiaardier meerdere kerken onder zijn hoede heeft, net als een brugwachter meerdere bruggen bedient. Mijn lumineuze plannetje maakte weinig indruk; de kerkklokken zwegen met Bond-muziek op 5 oktober 2022.
Marilyn Monroe was te beroemd om een Bond-girl te spelen. Daar was ze ook te dood voor; het sekssymbool van de jaren 50 overleed in augustus 1962 enkele maanden vóór de première van Dr. No. Toch speelt zij in de wereld van 007 een kleine rol. Ian Fleming voerde haar beeltenis op in zijn vijfde Bond-boek From Russia, with Love, in een scène die werd gekopieerd voor de film uit 1963, waarin Bond en Kerim de Bulgaarse moordenaar Krilencu doodschieten op het moment dat hij uit het raam van zijn schuiladres ontsnapt.
In het boek voerde Fleming een filmposter van de Monroe-film Niagara op. Een beetje raar om diezelfde film van, op dat moment, tien jaar oud te gebruiken voor de film From Russia with Love. Daarbij was Niagara een film van 20th Century Fox en James Bond van United Artists; die gaan echt geen Fox-film promoten, zelfs geen oude.
De filmmakers hadden daarentegen kunnen kiezen voor de United Artists-productie Some Like It Hot, de beroemde Marilyn Monroe-film uit 1959, waarin dat nummer I Wanna Be Loved By You (Ba-boop-bee-doop) zit. Bond-producenten Harry Saltzman en Albert R. Broccoli kozen er terecht voor hun eigen productie Call Me Bwana te promoten. Met in de hoofdrol een ander sekssymbool uit de jaren 50: Anita Ekberg. ‘She has a lovely mouth, that Anita’, zegt Pedro Armendáriz tegen Sean Connery. Daar gaat haar mond al open…
En zo belandde Marilyn Monroe nooit in een Bond-film.
Grappig hoe die gedachten ongeordend je hoofd binnenkomen bij het horen van een vaag carillon.
Ik zat de laatste tijd wel vaker in een oude doos. Zo bezocht ik het online portal De schatkamer van Beeld & Geluid waarin ik, waarom ook niet, voor de lol ‘James Bond’ intypte. Er ging een wereld voor mij open, vooral door de programma’s van Simon van Collem. Van Collem heeft een bijzondere band met James Bond. Meer dan hij zelf gewild zou hebben.
Het kalende mannetje, een filmliefhebber pur sang, lukte het om alle grote filmsterren uit zijn tijd voor de camera te krijgen. Zo ook Sean Connery, Roger Moore en Timothy Dalton. Met een paar simpele vragen in steenkolenengels, waar Mark Rutte nog een voorbeeld aan kan nemen, liet hij de sterren leeglopen. Vaak hoefde hij op een antwoord alleen maar ‘why?’ te vragen en daar gingen ze weer.
Voor Diamonds Are Forever sprak hij naast Sean Connery in verschillende settings — ‘Mr Connery, how did you start as an actor?’ Waarop Connery moet lachen (‘Oh dear…’), maar wel netjes antwoord geeft. Later, bij Never Say Never Again, noemt Van Collem ‘Sean’ gewoon ‘Sean’, wat op zich al een wonder is, omdat hij door de rest van Nederland ‘Sien’ werd genoemd — maar Van Collem sprak dus ook met Harry Saltzman, Ken Adam, Guy Hamilton, Jill St. John, Bruce Glover, Putter Smith én een breed glimlachende Charles Gray! Die laatste in zijn Blofeld-kostuum had ik nog nooit in een interview gezien, laat staan over James Bond!
Op de set van Moonraker sprak Van Collem met Roger Moore, producer Cubby Broccoli, opnieuw met een allervriendelijkste Ken Adam en met een perfect Nederlands sprekende Emily Bolton, die, geboren op Aruba, via Londen in Nederland terechtkwam. Inhoudelijk stelt het allemaal weinig voor, maar ze zitten daar wel!
Het geeft een prachtig tijdsbeeld. Een tijd waarin James Bond om het jaar het hoofdonderwerp in een film was. Een tijd waarin we nog ver waren verwijderd van computergames die worden gelanceerd alsof het een filmpremière betreft. ‘Pipe down double-o-seven’, zou ik Q willen quoten als ik Patrick Gibson op de rode loper in Londen zie voor de lancering van First Light.
Iets wat ik de game-fanaten van harte gun, en wat voor het merk ‘James Bond’ een heel slimme zet is; het houdt de naam van 007 levend bij een jonger publiek dat wellicht nog nooit van de geheim agent heeft gehoord. Maar voor mij hoeft het dus niet. Wat ik van het spel heb gezien, ziet er visueel adembenemend uit, maar zodra ik een video bekijk waarin het Bond-figuurtje begint te schieten, dan ben ik weg. Ik ben binnen twee seconden kotsmisselijk van die snelle bewegingen.
Geef mij maar Some Like It Hot, From Russia with Love en Simon van Collem. In de uitzending van Simonskoop op 9 juni 1989 met uitgebreid aandacht voor Licence to Kill, kondigt Van Collem de volgende aflevering van 23 juni alvast aan: een verslag van de galapremière van de Bond-film in theater Tuschinski. Niemand kon op 9 juni weten dat het Van Collems laatste uitzending zou zijn.
Tijdens de aftiteling ontdekte ik zojuist een macaber detail. Noem het toeval of niet, maar terwijl Marilyn Monroe op de achtergrond nietsvermoedend ‘ba-boop-bee-doop’ zingt (het deuntje dat Van Collem standaard in zijn leader gebruikte), zien we als laatste beeld een fragment uit de film Wings of Fame. Daarin verschijnt een in het zwart geklede veerman in zijn boot om de doden op te halen. In de film zijn dat Peter O’Toole en Colin Firth, maar in de context van de realiteit vraag ik mij nu af: was deze veerman een voorbode op het lot van Simon van Collem…?
‘Gestorven in harnas’ stond op 22 juni te lezen in de krant. Als tienjarige kon dat voor mij niets anders betekenen dan dat de goede man een harnas droeg terwijl hij stierf. Vreemde outfit voor een filmpremière dacht ik nog.
Het beeld van een dode man in ridderkostuum in een bioscoopstoel stond mij nog lang voor de geest. Ik wist niet beter of Simon van Collem had de eindtitels van Licence to Kill niet gehaald. Dat bleek niet waar, hoorde ik later van een collega, die destijds als medewerker van UIP aanwezig was bij de première. Van Collem was tijdens de afterparty in Tuschinski in elkaar gezakt. En daarmee tegen wil en dank voor altijd verbonden aan James Bond.
Op 21 juni, een snikhete dag in 1989, trok Simon van Collem zijn mooiste outfit aan om op de galapremière van Licence to Kill in Tuschinski te verschijnen. Bij het zien van de kleine kale man op de rode loper had iedereen zich nog afgevraagd: waarom in godsnaam draagt hij een harnas?
Ba-deedly-deedly-deedly-dum-ba-boop-bee-doop.








