Films en seriesFilms en series
Posts tonen met het label recensies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label recensies. Alle posts tonen

zondag 29 januari 2023

De Nederlandse bioscooppremière van ‘Dr. No’

Deze week zestig jaar geleden

Het is bijna niet voor te stellen, maar de opnamen van de eerste Bond-film gaan grotendeels aan ons neus voorbij. Dat er een film van een boek wordt gemaakt — er worden zoveel boeken verfilmd. Dat dat een heuse James Bond-film is — who cares?


De Volkskrant is op 14 april 1962 de eerste krant die Ursula Andress in de smiezen heeft. In een artikel, geïllustreerd met enkele foto’s van de actrice, wordt zij gepresenteerd als ‘de Zwitserse Greta Garbo’, zodat we enig idee krijgen met wat voor type we te maken hebben.

Overdag filmt ze in de Pinewood Studios, ’s nachts is zij in het Londense nachtleven te vinden, van de vergelijking met Greta Garbo wil zij niets weten: ‘Terecht wil Ursula Andress dus zichzelf zijn. Dàt ze het is, bewijst ze ook tijdens de opnamen van de spionagefilm „Dr No”, waarin zij de hoofdrol vertolkt. Ze is een fascinerende vrouw: ze is wilskrachtig, ze is zeer aantrekkelijk maar ook koel tegelijk; een klassieke schoonheid is ze, die zes talen spreekt, volledig is overgegeven aan haar werk, maar haar uitgesproken gevoel voor humor èn voor geliefde sporten behoudt.’ 

Verzonken in gedachten, zich nauwelijks bewust van haar imposante schoonheid, rust Ursula Andress even van de enerverende filmopnamen in Londen

Zo komen in ieder geval de lezers van De Volkskrant te weten dat de spionagefilm Dr. No eraan zit te komen (en dat de hoofdrolspeelster humor heeft). Daar zal het voorlopig bij blijven. Dr. No genereert vóór zijn Nederlandse première in januari 1963 namelijk geen enkele aandacht. Misschien daarom wel dat in de koudste winter in Nederland sinds 1789 de film inslaat als… Oordeel zelf.

Allereerst zijn er op 31 januari de krantenadvertenties die door de bioscoopketens worden aangeleverd. Hun taak om zelfs de beroerdste film de hemel in te prijzen, dus enige reserve is op zijn plaats: ‘De held van Ian Flemings internationale thrillers voor het eerst in de bioscoop! Speler…. Avonturier…. Spionnen-vanger…. Vrouwen-veroveraar…. James Bond Geheim Agent 007 Contra Dr. NO…. Mis niet dit eerste James Bond-filmverhaal! Nieuwe adembenemende 007-avonturen zullen volgen.’

James Bond Contra Dr. No, zoals de film hier staat aangekondigd, draait vanaf 31 januari 1963 in slechts twee Nederlandse bioscopen. Zo oordeelt de pers op 1 februari:

Han G. Hoekstra in Het Parool: ‘De Engelsen, toch niet flauw als het op thrillers en verwante produkten aan komt, hebben er zich nooit — bij ons weten — aan gewaagd. Maar nu hebben ze toch eindelijk het strijdperk betreden zelfs met enig fanfaregeschal. (…) Uit de hele aanpak blijkt dat de zaak op seriewerk berekend is en dat men er wat duiten voor over heeft — royale decorbouw, ongebruikelijke finesse en zorgvuldige kleur — om James tot een kasmagneet te maken. Hij zal het wel redden.’ 

De Volkskrant: ‘Begin van een veelbelovende detective-serie — naar de boeken van Ian Fleming — over de superspeurder van de Engelse geheime dienst James Bond, een luxe-uitgave in technicolor van Dick Bos en Eddie Constantine te zamen. Hij drinkt, doet aan judo, schiet met geluidloze revolvers, bevecht giftige spinnen en springt in zijn vrije kwartiertjes vlot met de dames om. Het verhaal — opgelegd pandoer — speelt zich af op Jamaica.’ 

De Tijd–De Maasbode: ‘Baarlijke nonsens, met vaak geslaagde grappen, waarbij Bond, in de persoon van Sean Connery, er natuurlijk in slaagt dr. No onschadelijk te maken. Voor de liefhebbers van het genre een heel leuke tijdspassering, deze „James Bond 007 contra dr. No.”’ 

Henk ten Berge in De Telegraaf: ‘James Bond 007 lijkt een nieuwe mister Moto, een moderne dr. Fu Manchu te worden. (…) Het eerste avontuur van de nieuwe filmserie-held is er en belooft heel wat. De vraag rijst of dergelijke serie-figuren niet uit de tijd zijn. Maar de film antwoordt snel: modern opgezet, aangepast aan de verbeeldingskracht van de bioscoopganger van nu, zal hij beslist zijn weg vinden.’ 

De nieuwe filmserie-held James Bond – gespeeld door SEAN CONNERY – in een scene uit zijn eerste avontuur „Contra Dr. No”. Zijn tegenspeelster is de Zwitserse Ursula Andress.

Anthony Bosman in Algemeen Dagblad: ‘Alle wensdromen van die man en misschien ook wel van de vrouw worden in deze film vervuld. Voeg daarbij alle sensatie, alle gewetenloosheid, de juiste dosering geweld met een behoorlijk tikje griezel, alles competent en in de juiste afwisseling uitgewerkt door de meester in dit genre Terence Young en men weet dat het succes verzekerd is. Swan [sic] Connery heeft als James Bond de rol van zijn leven gevonden.’ 

En tot slot, voor wat betreft 1 februari, Jan Blokker in het Algemeen Handelsblad: ‘Een uiterst gesmeerde toestand treft men in Nöggerath en Royal — titel: James Bond 007 contra dr. No. Aan de orde is een contra-spion die uit het hout van Eddie Constantine is gesneden, die er hard op los slaat en van tijd tot tijd een dame pakt. Voortreffelijk vakwerk — overigens niets.’ 

Dr. No draait in de eerste week vanaf 31 januari 1963 in twee zalen: Royal en Nöggerath in Amsterdam, dagelijks om ‘1.30, 3.45, 7.00 en 9.30 uur’. Royal houdt het na één week voor gezien en vervangt Dr. No vanaf 7 februari voor de film Inspecteur Gorilla slaat erop los; Nöggerath kondigt in de krantenadvertenties aan dat Dr. No zijn derde week ingaat, echter is dit pas de tweede week. Ergo, in zijn tweede week draait de eerste James Bond-film in Nederland slechts in één zaal.

In de derde week staat bij de advertentie van Dr. No de toevoeging ‘Enorm succes’, om vervolgens verkeerd door te tellen met de ‘vierde’ week in Nöggerath. Royal vervangt Inspecteur Gorilla met Salvo’s in het hooggebergte; het ligt niet aan James Bond dat daar iedere week een andere film te zien is. Bioscoop Carolus in Nijmegen vertoont Dr. No die week van vrijdag tot en met donderdag.


De vierde week wordt aangekondigd als de ‘vijfde’ in Nöggerath en voor het eerst is de film te zien in de Rembrandt-bioscopen van Utrecht en Arnhem. Om op de laatste dag van februari de ‘zesde’ week (de vijfde dus) bij Nöggerath in te gaan, de tweede week bij Rembrandt in Utrecht en de eerste en (voorlopig) enige week bij Cinema in Groningen.

Nieuwsblad van het Noorden op 2 maart 1963 over de eerste vertoning van Dr. No in Groningen: ‘(…) een nieuw succes in de befaamde thrillerserie van producent Ian Flemings met zijn politieheld James Bond, geheim agent 007, deze keer gespeeld door Sean Connery. Het is het mooie gladde werk, dat nu eenmaal hoort bij zo’n rol: altijd een tikje slimmer dan de slimste tegenstander, voortvarend in de al dan niet „toegepaste” liefde en onfeilbaar op de revolver. Behalve het „atoomgegeven” is het verhaal tamelijk conventioneel. Maar de uitwerking is filmtechnisch zeer knap. De opening van de film met de cast verdient bijzondere vermelding vanwege het originele aanhefsbeeld en vervolgens het spel met ritmisch bewegende kleurenfiguren.’ 

Sean Connery als James Bond in actie
Dan is Dr. No voor de ‘zevende’ week in Nöggerath te zien en één week in Doelen-Kino in Delft en dat geldt ook voor de week daarna. Na zeven weken, of ‘acht’ volgens Nöggerath, verdwijnt Dr. No uit Amsterdam, om plaats te maken voor de Europees-Amerikaanse co-productie Sodom en Gomorra, waarvoor Ken Adam, net als voor James Bond, de decors verzorgt en Maurice Binder de titels. Dr. No draait die week alleen in Rembrandt in Eindhoven, om in week negen van vrijdag tot en met zondag enkel in Flora in Zaandam op te duiken. Vervolgens in week tien doet James Bond de Scala-bioscopen in Venlo en Tegelen aan.

In week elf zijn Rex in Alkmaar en Palace in Enschede aan de beurt, om in week twaalf een geheel Dr. No-loze week in te gaan.

De dertiende week na de première keert James Bond weer terug naar Amsterdam om van vrijdag tot en met zondag te draaien in bioscoop Astoria en week veertien is net als week twaalf: geen enkele vertoning (Astoria Amsterdam draait die week van vrijdag tot en met zondag Gods geuzen). In week vijftien doet Dr. No Noorderlicht in Tilburg aan en vanaf vrijdag de Buitensociëteit in Zwolle en week zestien is gereserveerd voor Trianon in Leiden en van vrijdag tot en met maandag voor Astoria in Dordrecht…

En zo trekt Dr. No vanaf 31 januari 1963 door het land; een weekje hier, twee weekjes daar en soms alleen een weekend. Verschillend per voorstelling is de leeftijdsgrens, die in de ene bioscoop 14 en in de meeste gevallen 18 jaar bedraagt. Uit de Leidse Courant van 18 mei 1963: ‘Hoewel de film vrij onschuldig vertier betekent, trok KFC toch zeer terecht de leeftijdsgrens op tot personen boven 18 jaar.’ Met KFC werd toentertijd de Katholieke Film Centrale bedoeld.

Ondertussen vinden in Londen de opnamen van de tweede James Bond-film From Russia with Love plaats. ‘Een bijzondere medewerker’ van De Telegraaf is er in Pinewood Studios bij als het decor van Bonds Turkse hotelkamer ‘onder de slopershamer’ verdwijnt: ‘Gisteren nog was hier het intieme rendezvous van internationale spionnenjager JAMES BOND en zijn Russische lokvogel, het meisje TATIANA. Nou ja — intiem... er was een volledige opnameploeg met lampen en microfoons in de weer en er stonden welgeteld veertien persfotografen tussen het decor. Want deze scène, uit de thriller FROM RUSSIA WITH LOVE was de kennismaking tussen het moderne filmidool SEAN CONNERY en zijn beeldschone uit honderdtallen kandidaten gekozen tegenspeelster, de 21-jarige Italiaanse officiersdochter DANIELA BIANCHI.’ 

SEAN CONNERV werd aangewezen als de meest geschikte man om gestalte te geven aan Ian Fleming’s avontuurlijke held JAMES BOND. Connery werkte nog niet zo lang geleden o.a. als melkwagenchauffeur en lijfwacht.

Dit Telegraaf-artikel van 3 mei 1963 citeert producent Harry Saltzman die vertelt slapeloze nachten te hebben gehad voor de première van Dr. No. Dat blijkt onnodig, want: ‘„Drie maanden later waren we in Engeland alleen al uit de kosten gekomen!” (…) Wij konden mr. Saltzman óók geruststellen, wat Nederland betreft, waar „JAMES BOND GEHEIME AGENT 007 CONTRA DR. NO.” sinds enige maanden in roulatie is.’ 

In ieder geval is Saltzman gerustgesteld dat de filmkopie goed in Nederland is aangekomen. Of de film hier geld in het laatje brengt, laat de krant namelijk in het midden.

In week 25 na de eerste vertoning in Amsterdam is het de beurt aan Rotterdam om Dr. No op het filmmenu te zetten. Het Vrije Volk daarover op 19 juli: ‘Een thriller van meer dan de gemiddelde kwaliteit is „James Bond 007 contra Dr. No”, waarvan Thalia de komende week de Rotterdamse première geeft. Schieten, vechten, veel lijken en veel geheimzinnigheid, alles volgens het bekende recept maar dit keer door Terence Young met vaardige hand tot een van het begin tot het eind spannend geheel gecomponeerd, al gaat aan het eind van de film, de fantasie van de maker, in fantasterij over.’ 

Een thriller van bijzonder kwaliteiten is „James Bond 007 contra Dr. No” (Thalia), waarin Sean Connery de agent van de Britse Geheime Dienst is, die het tegen de duivelse supermisdadiger Dr. No opneemt en in een strijd op leven en dood – uiteraard – de zegepalm wegdraagt.

In week 32 draait Dr. No ook in de Rotterdamse Metro-bioscoop: ‘METRO herhaalt de goedgemaakte thriller „James Bond 007 contra Dr. No”, waarin een Brits geheim agent het opneemt tegen een machtige fanaticus, die vanaf een West-Indisch eiland Amerikaanse raketten uit hun baan tracht te halen’, aldus Het Vrije Volk op 6 september.

In week 34 is Dr. No in bioscoop Royal in Heerlen beland. Daar krijgt de film op 19 september een dijk van een aankondiging in het Limburgs Dagblad. Op de eerste twee zinnen na geheel in kapitalen geschreven:


Hoewel een betere aankondiging nauwelijks denkbaar is, staan er drie fouten in één zin: Sean Connery is zo’n 1 meter 88 lang, een flinke knaap, zeker voor die tijd, maar ook weer niet uitzonderlijk lang, in ieder geval geen twee meter; zoals iedereen inmiddels weet is hij geboren en getogen in Edinburgh, de hoofdstad van Schotland, een trotsere Schot dan Connery moet nog worden geboren; de verkeerd gespelde naam ‘Conneay’ rekenen we als ordinaire tikfout.

Dat Dr. No het begin van een reeks is, daarvoor hoeft niemand op dat moment een glazen bol te hebben; binnen een maand verschijnt From Russia with Love in de Engelse bioscopen. Dat de reeks onuitputtelijk lijkt, dat kan niemand op dat moment bevroeden.

Enkele dagen later verschijnt in het Limburgs Dagblad de recensie: ‘Het is een spionagefilm van de beste soort, niet slechts gecomponeerd uit de normale, overigens ook voldoende bekende, voorvalletjes en plotseling opdoemende, geheel onverwachte situaties. Nee, het is even meer dat de bezoeker eender voorgeschoteld krijgt in al de geheimzinnigheden, welke deze rolprent biedt. De vertrekken, waarin zich vele scènes afspelen, landhuizen en laboratoria met de meest ingenieuze installaties en machines houden u wel zo in spanning — en bovendien in zo’n wervelende vaart, dat het soms moeilijk valt de draad van het verhaal maar meer nog de zich afspelende feiten op de voet te volgen en in hun juiste proporties te rangschikken. Men wordt van de ene in de andere sensationele ontmoeting gebracht en de gebeurtenissen nemen voortdurend een vergelijke wilde en onverwachte loop, dat de bezoeker naar de afloop slechts durft te raden, indien hij daarvoor tenminste nog de tijd kan vinden. (…) Het mag echter gezegd worden, dat hier een boeiende verfilming is gemaakt van een van Ian Flemings beroemde spionageromans, waarin Sean Connery als een voortreffelijke James Bond optreedt en voorts knap wordt bijgestaan o.a. door Ursula Andress, Joseph Wiseman, Jack Lord en Bernard Lee, het geheel onder regie van Terence Young, die — het zij ronduit gezegd — er een avontuurlijk, knap in elkaar gezet, geheel van heeft gemaakt, waarnaar het kijken de spanning slechts doet stijgen. (…) Wegens een herhaald cynisch neerschieten van de tegenstander, maar ook om enkele lichtzinnige scènes, waarin de hoofdpersoon zich op zijn avonturentocht stort, moeten we voorbehoud maken voor volwassenen.’

Dr. No vervolgt zijn toer door Nederland en duikt op in verschillende Friese bioscopen: ‘Ian Fleming heeft al vele jaren achtereen knappe boeken geproduceerd, waarin de geheime agent James Bond er steeds weer in slaagt aan de meest onwaarschijnlijke moeilijkheden het (schrandere) hoofd te bieden’, schrijft de Leeuwarder Courant op 23 november 1963. En op 4 januari 1964: ‘In Cinema Modern ditmaal een spannende thriller, namelijk „James Bond 007 Contra dr. No,” waarvan de insiders weten, dat James Bond de held is uit Ian Flemings internationale spionageverhalen. De opwindende geschiedenis speelt zich af op Jamaica, waar de intriges nog broeiender zijn dan (naar wij aannemen) de temperatuur.’


In Groningen gaat Dr. No in reprise, ditmaal in het Beurstheater: ‘Bijna een jaar geleden — in de eerste week van maart ’63 — draaide in Cinema „James Bond 007 contra Dr. No”, een van de bekende verhalen uit de 007-reeks van de schrijver Ian Fleming. Nu is de film hier al terug. (…) Op het „atoomgegeven” na is het verhaal tamelijk conventioneel, technisch zit de film heel goed in elkaar’, schrijft Nieuwsblad van het Noorden in januari. In maart doet de eerste Bond-film ook de Sleutelstad weer aan: ‘De geheime agent James Bond is in Leiden geen onbekende meer. Zijn film „Contra dr. No” heeft hier al eerder gedraaid. De held van Ian Flemings boeken wordt gespeeld door Sean Connery, een krachtig gebouwd jongmens dat al evenmin als Eddie Constantine uit de weg gaat voor boeven, drank of mooie vrouwen. Als zodanig zouden twee krachtpatsers wel eens ernstige concurrentie kunnen worden. De manier waarop James Bond de wereld redt doet verwachten dat hem nog wel andere opdrachten zullen wachten die zonder twijfel weer zullen worden verfilmd.’

De komende jaren zal Dr. No week in week uit wel ergens in het land te zien zijn. Pas vanaf 1968 is een afname van het aantal voorstellingen te merken, maar dan nog duikt de eerste Bond-film nog regelmatig op. Het jaar 1969 is het eerste jaar dat Dr. No niet tot december draait. Wie de film nog wil zien, kan in de week van 10 september 1969 naar De Hallen in Amsterdam.

In 1970 en 1971 draait Dr. No nergens in Nederland in de reguliere bioscoop. Pas in 1972, tien jaar na de wereldpremière, is de film vanaf december weer in Nederland te zien.


Sinds de release van de eerste James Bond-film zijn we op dat moment zeven Bond-films rijker…

woensdag 29 september 2021

No Time to Die: een onvergetelijke ervaring

No Time to Die is alles wat je van een James Bond-film mag verwachten. Plus een beetje meer. De film zit vol. Vol met verhaal, vol met actie, vol met verwachtingen. Het nieuwe cinema-avontuur bevat voldoende uniek materiaal om als een ‘bijzondere’ de geschiedenis in te gaan. Daniel Craig heeft niet gelogen toen hij zei dat No Time to Die elementen bevat die nooit eerder in een Bond-film te zien zijn geweest.


Bij ieder nieuw Bond-avontuur is het toch weer de vraag: wat wordt er toegevoegd aan het al behoorlijk brede universum van de filmserie? De ene keer zijn dat slechts enkele regels, de andere keer een nieuw hoofdstuk. No Time to Die is wat dat betreft een compleet nieuw boek.

Sommige nieuwe elementen waren te verwachten, die waren al uitgelekt. Andere zaken waren meer een kwestie van hopen, en ook daar is een deel van uitgekomen.

Het blijft zo vaag als wat, en ik voel dat ik om een hete brij heen draai, maar iedere hint kan er net één teveel zijn. En dat zou echt zonde zijn.

Een poging tot een uiteenzetting van de film dan maar. Zonder spoilers uiteraard.

Dat deze film anders is dan andere Bond-films, begint al met de gunbarrel, die sinds de vorige keer gelukkig weer op de juiste plaats in de film staat. Het zoeklicht waarmee deze beginsequentie altijd begint, wordt gevormd vanuit het logo van Universal. Dat is leuk gevonden, maar heeft als nadeel dat je niet helemaal lekker in de oude vertrouwde sfeer komt. De sfeer van een Bond-film op het moment dat de dots over het scherm rollen.


De gunbarrel zelf is voor de vijfde keer op rij weer een uniek exemplaar geworden. En meest opvallend: deze keer komt er geen bloed aan te pas. We worden als het ware de eerste scène ingezogen.

De pre-title sequence die volgt is de langste ooit. Dat is voor een film van 163 minuten niet verwonderlijk. Ik vermoed dat het zeker 20 minuten duurt voordat de begintitels verschijnen. De beginsequentie is tweedelig en loopt van het eerste deel logisch over in het tweede.

Vooral de eerste minuten zijn bijzonder voor een Bond-film. Het tweede deel is meer wat we van een Bond-opening gewend zijn, veel actie dus. Ondertussen is er ook veel informatie die we tot ons moeten nemen. Het is hierbij handig als je de Bond-films met Daniel Craig een beetje kent.


Als we na een rollercoaster aan actie en emotie bij de begintitels zijn beland, staat ons een nieuw pareltje van Daniel Kleinman te wachten. De titelontwerper overtreft zichzelf. De thema’s uit de film passeren stuk voor stuk prachtig vormgegeven de revue. Met daarnaast een aantal buigingen naar klassieke openingtitels als die van Dr. No en On Her Majesty’s Secret Service. Aangezien ik de film zowel in 2D als in IMAX 3D heb mogen zien, is Daniel Kleinman het enige dat 3D rechtvaardigt. Verder voegt dit effect niets toe aan de film. Maar dat terzijde.

Na de stevige introductie is het tijd voor ‘de grote dreiging’ waarop de rest van de film moet teren. Zoals bij de presentatie van Bond 25, ooit in een ver verleden, al bekend werd, wordt er een wetenschapper gekidnapt, waarna James Bond in actie komt.

De Zweedse acteur David Dencik maakt van deze slinkse dokter Valdo Obruchev een genot om naar te kijken. Hij snauwt en zeurt en heeft daarmee de lachers op zijn hand. Zijn bijdrage gedurende de hele film is bovendien niet gering.

Een kleinere rol is weggelegd voor Ana de Armas als CIA-agente Paloma. De scènes waarin zij te zien is, spelen zich af in Cuba en spatten werkelijk van het scherm. Alles wat zij doet is raak. De Armas geeft haar rol een charmante nervositeit mee — dit is haar eerste grote opdracht.


Dan is een keur aan terugkerende personages te zien. Met name de rol van Madeleine Swann, de eerste Bond-girl die mocht terugkeren, is van wezenlijk belang. Ralph Fiennes als M kijkt weer goed streng en bewijst opnieuw een steengoede opvolger van Judi Dench te zijn (let bij MI6 trouwens op de schilderijen van de oude M’s, zelfs Robert Brown zit hierbij). Ben Whishaws Q ontmoeten we in een privésituatie, wat simpelweg gewoon eens wat anders is dan een laboratorium.

Na een afwezigheid van twee films is ook Felix Leiter (Jeffrey Wright) weer van de partij. De laatste keer dat we hem zagen in Quantum of Solace (2008) was het een brombeer wiens scènes werden gestolen door de veel leukere David Harbour. Felix is deze keer meer in zijn element.


Blofeld (Christoph Waltz) mag ook weer meedoen, dit keer als de Hannibal Lecter van Belmarsh. Het is fijn om hem even te zien. Als figuur op de achtergrond komt hij beter tot zijn recht dan als hoofdschurk in de vorige film.

Bij de nieuwe garde hebben we Lashana Lynch als 00-agente Nomi, een personage waar ik weinig hoogte van kan krijgen, of ik vind haar gewoon niet zo leuk. Behalve in die scène waarin iedereen op het kantoor van M aanwezig is en ‘de grote dreiging’ uit de doeken wordt gedaan. Daar zit haar iets dwars en dat weet zij bijzonder leuk uit te spelen.

Rami Malek als Safin duikt gedurende de hele film op. Dat is niet iedere schurk gegeven. Safin is bedachtzaam, op het enge af. Hij is Bond telkens een stap voor en vormt, hoewel niet fysiek, een constante dreiging.


En dan Daniel Craig, James Bond himself. De meest gelaagde Bond van alle 007-acteurs. Hij is sinds zijn eerste optreden in Casino Royale (2006) al goed. De voorlaatste film liet zijn personage een iets lichtere toon zien, dat continueert hij in No Time to Die. Er zit beslist een aantal mooie oneliners in. Een andere keer komt hij komisch uit de hoek met een enkele blik. Daarnaast is hij, zoals we van hem gewend zijn, soms ronduit hard. Ook zijn emotionele kant krijgt deze keer ruimschoots de aandacht. Het moet voor een Bond-acteur een bevredigend gevoel zijn om een keur aan emoties te mogen spelen. Ondanks dat bij heel veel actiescènes wel heel veel supermangeluk heeft, lijkt hij weliswaar op een echt mens.

Of we hem gaan missen als James Bond is na vijftien jaar en vijf films de vraag. Ik denk dat Craig met zijn Bond-films een mooi compleet verhaal heeft kunnen vertellen. Een aanpak waar zijn voorgangers alleen van hebben kunnen dromen. Het is mooi geweest zo, tijd voor een verse James Bond. Tijd voor de nieuwe Roger Moore.


Beeld, geluid en decor zijn weer pico bello in orde. Componist Hans Zimmer moet genoemd worden voor zijn dappere keuze een aantal klassieke thema’s te herintroduceren. Dat geeft de film een extra emotionele lading. Zonder deze lading zou het misschien wat afstandelijk worden. De soundtrack van No Time to Die is sowieso het meeste bevredigende Bond-album in jaren. Daarover in een ander artikel later meer.

Na de eerste vertoning gisteravond tijdens de Nederlandse première was ik niet geheel overtuigd van de film van Cary Fukunaga. Een tweede keer vandaag heeft mijn oordeel milder gemaakt. Hoewel prima in balans is No Time to Die niet de beste Bond-film met Daniel Craig, daarvoor zijn Casino Royale en Skyfall te sterk.

Wat je ook van dit nieuwe Bond-avontuur gaat vinden, de film zal hoe dan ook de boeken in gaan als een onvergetelijke ervaring.

donderdag 2 augustus 2018

Mission: Impossible: honderd procent entertaintment

De nieuwe Mission: Impossible doet wat hij moet doen en doet dat met verve: entertainen. De tweeënhalf uur die de film duurt, stoort nergens; een razend knappe prestatie. Wel begint zich met deel zes uit de reeks een fenomeen voor te doen waar James Bond al vijftig jaar last van heeft: waar ging welke film ook alweer over? Als weinig doorgewinterde M:I-liefhebber konden mij de privé-besognes van Ethan Hunt daarom weinig bekoren.


Ik krijg wel eens een telefoontje van iemand die een cadeautje zoekt voor zijn zoontje: een James Bond-film waarin Jaws in een grote pan met soep wordt gegooid. Maar hoe heet die film? Of: waar speelt die dwerg met die dodende bolhoed ook alweer in?

De verwarring is logisch: het is teveel allemaal. Wie de Bond-films stuk voor stuk meer dan duizend keer heeft gezien, weet onderhand welk stukje trivia bij welke film hoort. Wie de films één, twee of hooguit drie keer heeft bekeken, heeft 24 keer dezelfde film voorgeschoteld gekregen, enkel met kleine wijzigingen in hoofdrolspeler of stunts.

Spectre (2015) was met dezelfde lengte als Mission: Impossible — Fallout (over de veelheid aan interpunctie hebben we het straks nog even) duidelijk een halfuur te lang. Dat laatste gedeelte in Londen interesseerde echt niemand, het was duidelijk dat de makers geen idee hadden welke kant ze met de film op moesten.


Bij Fallout blijft ook dat laatste halfuur overeind. Hoe ongelooflijk ook, het is zo goed gemaakt, dat je móet blijven kijken en de laatste seconden tot de hier opgevoerde armageddon letterlijk aftelt. Wat een 3D-effect als meerwaarde heeft, blijft mij echter een raadsel.


Fallout heeft daarentegen een veelheid aan verbluffende actiescènes, waarbij leentjebuur bij 007 niet van de lucht is. Een beetje zoals Moonraker (1979), dat zonder logica van de ene verbazing in de andere buitelt. Dat gebrek aan logica is bij Fallout niet het geval, of misschien dat het bij een tweede vertoning pas opvalt. Moonraker werd destijds in Nederland namelijk uitermate goed ontvangen. Pas achteraf leek iedereen te moeten zeggen hoe slecht de elfde Bond-film eigenlijk was — de te verwachte omzet was tegen die tijd al lang en breed gehaald; Cubby Broccoli hoestte in zijn vuistje...

Deze aflevering van Mission: Impossible heeft naast al het actiegebeuren ook de meeste persoonlijke ontwikkeling in zich. We komen meer over Ethan Hunts verleden te weten, waarom hij ooit zijn vrouw heeft verlaten. Echter valt dit redelijk plat op het moment dat je helemaal vergeten was dat Michelle Monaghan als Julia ook al in eerdere delen te zien was. Zij is één van de vele terugkerende personages die de reeks inmiddels telt. En als je niet echt bent ingevoerd in de serie, interesseert je die ontwikkeling geen biet, hoeveel violen componist Lorne Balfe er ook tegenaan gooit.

De overige terugkeren personages: Ving Rhames die nooit afwezig is geweest als Luther, hij begint overigens steeds meer op Bassie te lijken en is lang niet zo leuk meer als voorheen, behalve die ene keer wanneer hij duidelijk maakt waarom niet híj maar Benji een masker op moet; Simon Pegg, voor de vierde achtereenvolgende keer als Benji; Sean Harris, met wie ik ooit nog heb gespeeld in Koskovs The Discovery of Heaven (2001), als de Blofeld van de serie Solomon Lane; Alec Baldwin in de rol van M, of meer nog in die van Frederick Gray; Rebecca Ferguson die niet te vertrouwen is, en dan weer wel; en waar is Jeremy Renner na twee delen ineens gebleven?


Bijzondere vermelding verdient Vanessa Kirby als de blonde White Widow, de dochter van 'Max' uit de eerste film (gespeeld door Vanessa Redgrave die nog een onstuimige relatie onderhield met Timothy Dalton). Kirby is hier hoogblond in contrast met haar sterke rol van Princess Margaret in The Crown. Ze heeft een uitdagende tronie waar je naar moet blijven kijken. Dat zij als een van de vele personages uit Mission: Impossible zal terugkeren in een zevende deel, is enkel een kwestie van tijd.


Of de inmiddels 56-jarige Tom Cruise het in een volgend deel wederom kan waarmaken als stuntman Ethan Hunt: dat zal wel. Cruise lijkt danig geplastificeerd dat hij ons over enkele jaren als beginnend zestiger opnieuw kan overtuigen dat hij echt álle stunts nog steeds zelf doet. Iets waar Roger Moore zich op diezelfde leeftijd in A View to a Kill (1985) niet aan waagde.

Over die interpunctie: het maakt voor de filmbeleving zelf niet uit, maar het staat zo stom in de annalen dat iedere Mission: Impossible dezelfde titel draagt. Konden we het met deel twee en drie doen met een slap cijfer, de overige drie delen hebben ineens een ondertitel. Doet nogmaals allemaal niets af aan de film, maar het zou zoiets zijn als: James Bond, James Bond II, James Bond III, James Bond — Thunderball etc. Ach, met Indiana Jones hetzelfde, en Star Wars, en... die Amerikanen toch.

Onderhoudend? Honderd procent! Wie zich bij Mission: Impossible — Fallout verveelt mag zichzelf achter de oren krabben, die houdt gewoon niet van goedgemaakte genrefilms.

Mission: Impossible — Fallout is vanaf vandaag te zien in honderdduizend bioscopen.

© Bond Blog 2009 — 2026
Video- en fotorechten voorbehouden aan
Danjaq LLC. / Eon Productions, United Artists Co., Amazon MGM Studios, Columbia Pictures, 20th Century Fox Home Entertainment, Sony Pictures Inc., Universal Pictures