Films en seriesFilms en series
Posts tonen met het label Richard Maibaum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Richard Maibaum. Alle posts tonen

vrijdag 14 juni 2019

Film van formaat

Toch weer enorm onder de indruk van Licence to Kill (1989) gisteravond ter ere van diens dertigste verjaardag. De laatste uit de reeks van vijf Jonn Glen-films, de laatste met Timothy Dalton, de laatste met medewerking van Richard Maibaum en Maurice Binder en de laatste waar Cubby Broccoli actief bij betrokken was. Licence to Kill markeert het einde van een tijdperk.

John Glen en Timothy Dalton

Zo nu en dan duikt de term ‘tv-film’ weer eens op als het gaat om de Bond-films uit de karige jaren 80. En daar kun je voor een groot deel in meegaan als je bedenkt dat deze Bond-films, die van John Glen, allen minder groots ogen dan diegene waar uitgeholde vulkanen, ruimtestations en voetbalveldgrote radiotelescopen in voorkomen.

Toch, wie Licence to Kill aanschouwt, kijkt niet naar een aflevering van The A-Team. De film is met vaart gemaakt en zit vol halsbrekende stunts die echt niet enkel voor het tv-scherm zijn bedoeld. De vangst van Sanchez' vliegtuig aan het begin, de waterski-ontsnapping en de exploderende tankers dragen bij aan een cinema-ervaring van formaat. Daarin blinken de films van John Glen bij voorbaat uit: onnavolgbare actie.




Dr. No, From Russia with Love, On Her Majesty's Secret Service, Diamonds Are Forever, Live and Let Die, The Man with the Golden Gun, wat maken die films méér film dan For Your Eyes Only, Octopussy, A View to a Kill, The Living Daylights en Licence to Kill? Werkelijk niets hoor. Misschien dat de cameraregie van Alan Hume een tikkel statischer oogt? Alsof Ted Moore (niets ten nadele!) zeven keer daarvoor zo'n enorm visueel stempel op de serie heeft gedrukt, dan is het nog altijd Ken Adam geweest die daar de grootste bijdrage aan heeft.

Alec Mills, die zowel de cameraregie van Daylights als Licence voor rekening neemt, zit echt middenin de actie, waarbij de camera geregeld van links naar rechts zwiert, en let eens op de scène in de lift vlak voordat Bond bij Sanchez het dak opklimt. Dat ziet er echt goed uit.

Alec Mills op de set van The Living Daylights (1987)

Licence to Kill wordt doorgaans afgedaan als een wat zonderlinge Bond-film; James Bond gaat te werk op eigen houtje, de humor is ver te zoeken, de setting en het grootste gedeelte van de cast is Amerikaans, de score van Michael Kamen (Die Hard, Lethal Weapon) is weinig melodieus en Dalton had naar een betere kapper mogen gaan. Maar bij elkaar genomen is de zestiende James Bond-film een dijk van een actiefilm waar weinig bij te vervelen valt.

Robert Davi
Robert Davi, die buitengewoon goede slechterik uit Licence to Kill, verwoordde het deze week nog treffend: Timothy Dalton is de vader van Daniel Craigs benadering van 007. Donkerder, vol met schrammen en bulten, veel minder de pretty boy die een knokpartij afdoet met een grap. Een Bond die keihard werkt voor zijn zaak. Het blijft jammer dat er geen derde Bond-film met Dalton is gemaakt.

Om Sharkey vrij te citeren: tv-film, my ass...

maandag 28 mei 2018

Anders dan anders

In een ver verleden was het welhaast ondenkbaar iemand anders dan Richard Maibaum aan een Bond-script te laten werken. Tot zijn dood in 1991 had de veteraan aan maar liefst dertien van de tot dan toe zestien James Bond-films geschreven.

Richard Maibaum en Ian Fleming
De adaptaties van Flemings verhalen waaraan Maibaum werkte, werden, vroeger of later, stuk voor stuk goed beoordeeld. Dat zijn met name de films uit de beginperiode. De originele filmverhalen daarentegen, waarbij de scriptschrijvers Fleming zoveel mogelijk negeerden, konden steevast op meer kritiek rekenen.

Terug naar de oorsprong is voor James Bond op artistiek gebied altijd een goed idee gebleken: van You Only Live Twice (Dahl) naar On Her Majesty's Secret Service (Maibaum); van Moonraker (Wood) naar For Your Eyes Only (Maibaum en Wilson); van Die Another Day (Purvis en Wade) naar Casino Royale (Haggis, Purvis en Wade).

Van vaste scenarioschrijver Richard Maibaum, zijn we in 1999 overgestapt naar vaste schrijvers Neal Purvis en Robert Wade, de mannen die inmiddels zes Bond-films op hun naam hebben staan. Met veel minder origineel materiaal van Fleming voorhanden dan Maibaum in zijn tijd, heeft het duo meer kritiek te verduren gekregen.

The World Is Not Enough (1999) en Die Another Day (2002) zou je niet bepaald een vliegende start kunnen noemen. De bedoelingen voor deze tweede bijdrage waren overigens goed, daarvoor diende Ian Flemings prima werk Moonraker (1955) als uitgangspunt. Een boek waaraan onder de gelijknamige titel in 1979 geen recht is gedaan. ...En uiteindelijk ook niet in 2002. Maar die schuld mogen we bij regisseur Lee Tamahori parkeren, die in de tweede helft van de film even lekker met pure science fiction dacht te kunnen uitpakken.

Not.

Terug naar Fleming, en naar Neal Purvis en Robert Wade, die, terzijde gestaan door Paul Haggis, met hun derde film Casino Royale (2006) voor het eerst op Bond-gebied topwerk afleverden. Het bleek maar weer dat een Fleming-adaptatie opnieuw een schot in de roos was.


Niet dat elk origineel verhaal waardeloos is; The Spy Who Loved Me (Maibaum en Wood), GoldenEye (France, Caine en Feirstein) en Skyfall (Logan, Purvis en Wade) behoren onbetwist tot de favorieten. Toch is het aantal missers, waaronder vele guilty pleasures, groter dan het aantal successen. Artistiek gezien dan, aan de kassa levert dit een behoorlijk vertekend beeld op.

Dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst, bleek bij Quantum of Solace (2008). Opnieuw Purvis en Wade aan het roer met Haggis in het kraaiennest. Het resultaat was dit keer echter minder naar ieders tevredenheid. Vervolg Skyfall (2012) was weer een opleving en met Spectre (2015), van datzelfde trio Logan, Purvis en Wade, aangevuld met Jez Butterworth, zakte de kwaliteit wederom in.

Robert Wade (links) en Neal Purvis (© National Portrait Gallery, London)

Voor het eerst in heel lange tijd krijgen we met Bond 25 op schrijversgebied een frisse wind. Een hoopgevende, aangezien het dit keer totaal anders is gegaan. Het is namelijk nooit eerder voorgekomen dat een regisseur de bazen van Eon Productions met een origineel verhaal heeft weten te overtuigen. En dat terwijl de vaste kern Purvis en Wade al bezig was met het zoveelste schrijfklusje.

Dat verhaal is inmiddels van tafel en wellicht horen we er nooit meer iets van. Zo gaat dat in de filmwereld.

Waarschijnlijk is het verhaal van Bond 25, bedacht door Danny Boyle en uitgewerkt door John Hodge, zó uniek, dat Eon Productions wel overstag móest gaan. En natuurlijk blijft het een gok. Film maken is niets anders dan één grote gok. Maar met de juiste ervaring in de achterzak wordt het risico tot een minimum beperkt.

Danny Boyle

Purvis en Wade zijn altijd een stabiele factor gebleken. Liep het verhaaltechnisch niet zo lekker, werden zij er steeds weer bijgehaald de plooien glad te strijken. Dat dat deze keer ook het geval zal zijn, lijkt mij zeer sterk. En misschien is het wel eens fijn voor ze om even niet als bezemwagen te hoeven fungeren — kunnen ze zich alvast op Bond 26 concentreren.

Het lijkt erop dat Barbara Broccoli met het passeren van Purvis en Wade er deze keer voor gekozen heeft wél een risico te lopen. Een risico om, net als bij Casino Royale, weer eens met een unieke Bond-film voor de dag te komen. Hoewel Boyle en Hodge bepaald geen groentjes zijn, hebben zij met de wereld van James Bond vooralsnog weinig te maken gehad. Alle verwijzingen naar 007 in Trainspotting, 1 én 2, zijn enkel fangerelateerd.

Artistiek gezien had Broccoli geen betere keuze kunnen maken dan Danny Boyle in te huren. En dat is een halfjaar vóór de eerste opnamedag van Bond 25 voornamelijk gebaseerd op een onderbuikgevoel (en op de prima films van Boyle die ik heb gezien).

Terug naar de oorsprong, terug naar Fleming, zal met Boyle in de regisseursstoel niet het geval zijn. 'Anders dan anders', die mogelijkheid is stukken groter. En is anders dan anders niet het grootste goed dat 007 kan bereiken? Een frisse wind door de tent. Al die 24 voorgaande films waar je wel of niet van houdt — er zit altijd wel íets voor je bij.

En wat betreft dat Risico... Goede titel toch?

zondag 8 juli 2012

Goldfingers tweelingbroer

Ik vertrouwde het meteen al niet. Als iemand zijn artikel begint met het neersabelen van On Her Majesty's Secret Service - immers de beste Bond-film ooit gemaakt - dan is er iets niet in de haak.

Filmblad Variety recenseert dit jubileumjaar alle Bond-films nog eens dunnetjes over. Deze week is Diamonds Are Forever aan de beurt. Dat filmcriticus Peter Debruge geen fan is van OHMSS, dat mag natuurlijk. Maar hij blijkt ook nog eens geen verstand van zijn onderwerp te hebben.


Debruge schreef namelijk (het artikel is na een reactie van mijn kant inmiddels in stilte gecorrigeerd) dat in Ian Flemings Diamonds Are Forever Goldfingers tweelingbroer de boevenrol speelt. Hier haalt Debruge twee zaken door elkaar.

In een eerdere versie van het filmscript van Diamonds leek het de filmmakers inderdaad een goed idee om de prestatie van Goldfinger (1964) te evenaren. OHMSS was niet het succes wat ze hadden gehoopt (de grote rehabilitatie van die film zou pas decennia jaren later plaatsvinden) en met Goldfinger-regisseur Guy Hamilton voor de tweede keer aan boord, wilden de makers teruggrijpen naar hun grootste artistieke en commerciële triomf.

Gert Fröbe als Auric Goldfinger

Gert Fröbe in de titelrol van de gelijknamige film was goed bevallen. De lichte touch van Hamilton viel in de smaak, en de terugkeer van Sean Connery in Diamonds zou het succes van 1964 naar de kroon kunnen steken. Dus bedacht scenarioschrijver een tweelingbroer voor Goldfinger, die ditmaal geen fetisj had voor goud, maar voor diamanten.

Het idiote idee werd in de prullenbak gegooid nadat producer Cubby Broccoli een nog krankzinniger droom had - bij een bezoek aan zijn vriend, de kluizenaar Howard Hughes, bleek niet dat Hughes de touwtjes van zijn imperium in handen had, maar een onbekende megalomaan. Die rol werd gegeven aan aartsvijand Blofeld (dit keer in de gedaante van de over-Britse Charles Gray) die ongemerkt het imperium van Hughes-persiflage Willard Whyte bestierde. Ze konden Blofeld immers niet straffeloos negeren nadat hij in de vorige film Bonds vrouw had gedood.

Charles Gray als Ernst Stavro Blofeld

En zo ontstond een van de meest bizarre Bond-films, Diamonds Are Forever dus, en niet zoals sommigen menen te beweren On Her Majesty's Secret Service...

O ja, wat die omissie van Debruge betreft, dat is allemaal zo erg niet. Maar let wel, wie en wat moeten we nu nog vertrouwen als we een artikel lezen van een onderwerp waar we geen verstand van hebben? Mijn hemel wat wordt er toch veel onzin gepubliceerd...

dinsdag 26 mei 2009

Honderd jaar Richard Maibaum (1909 — 1991)

Eén van de belangrijkste krachten van de James Bond-films zou vandaag honderd jaar zijn geworden: scenarioschrijver Richard Maibaum. Hij werkte mee aan dertien James Bond-films, van Dr. No (1962) tot en met Licence to Kill (1989).


Hoewel hij betrokken was bij meer dan helft van de James Bond-films, kreeg hij alleen voor On Her Majesty's Secret Service een solo-credit. Verder werkte hij altijd samen met andere schrijvers:
  • Dr. No: Johanna Harwood en Berkely Mather
  • From Russia with Love: Johanna Harwood 
  • Goldfinger: Paul Dehn 
  • Thunderball: John Hopkins 
  • Diamonds Are Forever: Tom Mankiewicz 
  • The Man with the Golden Gun: Tom Mankiewicz 
  • The Spy Who Loved Me: Christopher Wood 
  • For Your Eyes Only: Michael G. Wilson 
  • Octopussy: Michael G. Wilson en George MacDonald Fraser 
  • A View to a Kill: Michael G. Wilson 
  • The Living Daylights: Michael G. Wilson 
  • Licence to Kill: Michael G. Wilson
Zijn overlijden werd in januari 1991 in diverse Nederlandse kranten gemeld met het volgende bericht:

'James Bond-schrijver' overleden

SANTA MONICA — In het Californische Santa Monica is vrijdag op 81-jarige leeftijd Richard Maibaum, die het scenario schreef voor een dozijn James-Bondfilms, overleden aan een hartaanval.

Maibaum werd geboren in New York en begon zijn carrière in 1933 als toneelspeler in die stad. Enkele jaren later toog hij naar Hollywood met op zak een contract voor het schrijven van scenario's.

Aan het eind van de jaren '50 vestigde Maibaum zich in Groot-Brittannië. Daar kreeg hij boeken van lan Fleming onder ogen. Hij bewerkte die voor bekende films als 'Dr. No', 'From Russia with Love', 'Goldfinger', 'The spy who loved me', en 'Licence to kill'.

© Bond Blog 2009 — 2026
Video- en fotorechten voorbehouden aan
Danjaq LLC. / Eon Productions, United Artists Co., Amazon MGM Studios, Columbia Pictures, 20th Century Fox Home Entertainment, Sony Pictures Inc., Universal Pictures