Films en seriesFilms en series
Posts tonen met het label Maurice Binder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maurice Binder. Alle posts tonen

woensdag 27 augustus 2025

Geboortejaar Maurice Binder onder de loep

Maurice Binder, titelontwerper van veertien James Bond-films en bedenker van de gunbarrel; op social media verscheen hier een daar een herinnering aan zijn honderdste geboortedag op 25 augustus. Normaal gesproken sla ik hier gelijk op aan, ere wie ere toekomt, maar ik had Binders honderdste verjaardag al veel eerder gevierd. Ik wist niet beter of de titelontwerper werd geboren in 1918...

Met de volkstelling van de Verenigde Staten van 1930 (die van 1920 zijn online lastiger te raadplegen), is de familie Binder al snel te vinden: Vader Alex(ander), moeder Fannie (Baruch), beiden afkomstig uit Roemenië, en hun zonen Mitchell en Maurice, die werden geboren in New York.

De 1930 Census (klik op de afbeelding voor een vergroting)

Op de betreffende pagina van de volkstelling (de 1930 Census, hier te vinden) die werd uitgegeven op 11 april 1930, was Maurice Binder 11 jaar oud, wat maakt dat hij in december dat jaar 12 zou worden en dus inderdaad werd geboren in 1918. Hij had ook een broer, Mitchell, die op het moment van de telling 16 jaar oud was.


Nu kunnen er meer Binders zijn van rond die leeftijd, ware het niet dat in Maurice Binders necrologie in de New York Times van 15 april 1991, zijn broer Mitchell wordt genoemd. Kleine omissie: de krant schrijft dat Maurice Binder 73 jaar oud was, maar hij moest in december van dat jaar nog 73 worden.


Op Wikipedia werd deze week gauw nog wat geknutseld aan Binders geboortedatum; 25 augustus werd vervangen door 4 december, maar het foutieve jaartal staat er nog steeds.

Wikipedia van 27 augustus 2025

We kunnen er inmiddels vrij zeker van zijn dat Maurice Binders honderdste geboortedag op 4 december 2018 was. Het is overigens nooit verboden om de man te eren die ons op veertien James Bond-titels trakteerde en ons de gunbarrel schonk...

zondag 31 juli 2022

Steelbooks

In het kader van ‘het is ook nooit goed’: het is ook nooit goed. Die nieuwe lichting steelbooks die eraan komt. Ze zijn nog niet eens officieel gepresenteerd of het gezeik begint al. Ik zeik even mee.

Het was in 2015 voor het eerst dat ik bij een videocover van James Bond zoiets had van: wow! Bijna alle, zo niet alle, James Bond-videocovers vallen namelijk tegen. Van de oudjes op VHS tot de laatste blu-rays; veelal is het amateuristisch bij elkaar geraapt broddelwerk. Maar deze keer waren de ontwerpen raak. Want wat was het geval? Een slimme ontwerper had bedacht om eens te rade te gaan bij de echte kunstenaars die aan de Bond-films meewerkten: de ontwerpers van de titelsequenties. Tot op de dag van vandaag huzarenstukjes uit de Bond-films, uitgevoerd door Maurice Binder (14 keer), Robert Brownjohn (2), Daniel Kleinman (8) en bureau MK12 (1).

Wat een vondst! Zo voor de hand liggend, maar zo nooit over nagedacht. De beelden uit de titelsequenties lenen zich bij uitstek voor een visueel meesterwerkje als videocover. Het lag op dat moment al vijftig jaar voor het oprapen.

Goed, onder het mom beter laat dan nooit, werd die eerste lichting ingevoerd. Dat had toen, in 2015, te maken met de komst van de nieuwe Bond-film Spectre. De misdaadorganisatie van weleer keerde na meer dan dertig jaar afwezigheid (of veertig, ligt eraan hoe je telt) terug in de Eon-serie. Oude blu-raytjes waarin Blofeld voorkwam plús alle voorgaande Bond-films met Daniel Craig (om de continuïteit tussen die films te accentueren) mochten in een nieuwe verpakking.

Natuurlijk in eerste instantie om ons uit te buiten, maar dit keer kreeg je er een wel een mooi metalen hoesje voor in je vitrinekast voor terug. Wie van fysieke schijfjes houdt, kijkt toch het grootste deel van de tijd tegen (de rug van) de hoesjes aan. Die hoef je niet in een speler te stoppen, die staan er gewoon, net als een boek, schilderij of een foto. En dan mag het maar beter een mooi hoesje zijn.

Waar deze 2015-lichting met name in uitblonk, was het oog voor detail van de covers. De kleuren, de afbeeldingen, die weliswaar rechtstreeks uit de begintitels van de betreffende film leken te komen, maar zodanig waren geïnspireerd door de titelsequenties, zodat van een perfect filmbeeld (in de breedte) een perfecte videocover (in de lengte) kon worden gemaakt. Stiekem leek het erop of hier met liefde aan was gewerkt.

De laatste Bond-titels van dat moment, Skyfall en Spectre, kenden een nieuwe plaatsing van het alom bekende 007-logo, namelijk onder de titel. Achter beide films zitten dezelfde makers. Aan alles is te zien en te horen dat deze films een twee-eiige tweeling zijn. Zoals daarvoor bij Casino Royale en Quantum of Solace het 007-logo in de Os van de titels was verwerkt.

Bij de steelbooks van 2015 kwam het 007-logo terug zoals op dat moment gebruikelijk was: ónder de titel. Niet te groot, maar precies op maat. Groot genoeg als blikvanger, klein genoeg om als subtiel te mogen worden bestempeld. Vakwerk dus.

Niets dan lof over de steelbooks van 2015. Ware het niet dat het hier negen films betrof. Wie met deze nieuwe lijn zijn collectie compleet probeerde te krijgen, had pech. Niet meer dan dat, want de covers bleven onverminderd fraai, en het was duidelijk wat deze Blofeld-collectie wilde uitdragen.

Toch bleef het knagen, want hoe mooi zou het zijn om een gemankeerde Bond-collectie met de meest beeldige covers te complementeren. Er was nog genoeg fraais om watertandend naar uit te kijken. Maar al wat er gebeurde: van een continuering was geen sprake.

Tot deze week. Plots duikt daar de zestigjarige jubileumversie van Dr. No op. En wat blijkt: de cover lijkt zowaar uit de begintitels van de film te komen! Dr. No mag straks aan de steelbookcollectie worden toegevoegd en het past als een ontbrekend puzzelstukje. Wat fijn voor de verzamelaar!

Maar wie over de eerste euforie heenstapt en zich gaat verdiepen in het nieuwe ontwerp, begint iets op te vallen. Hé, waar is dat subtiele 007-logo onder de titel ineens gebleven? En wel verdraaid, dat is het posterfont dat wordt gebruikt, niet het font uit de films, zoals de lichting van 2015 aanhoudt. Dat het MGM-logo (dat op de rug te vinden is) in de loop der jaren is aangepast, dat is nu eenmaal zo. Jammer voor de eenheidsaanbidders. Zo heeft ook Warner de videolcentie in die tussentijd overgenomen van Fox. Kniesoor.

Dan blijkt dat niet alleen Dr. No een covermetamorfose heeft ondergaan, negen andere Bond-omslagen zijn eveneens onderhanden genomen. Verrassing! En ook deze covers vieren de titelsequenties in volle glorie. Op het eerste gezicht ziet het er weer prachtig uit, maar ook nu begint het al gauw te wringen.

De afbeeldingen lijken iets te makkelijk gekopieerd en geplakt uit de film; er is minder aandacht aan besteed, het is liefdelozer. De parachute uit The Spy Who Loved Me, wat een prima still is, zou bij de steelbooks uit 2015 bijvoorbeeld een effen achtergrond hebben gekregen, waardoor de afbeelding er beter uitspringt. Bovendien maakt de 2022-lichting in alle gevallen gebruik van het posterfont (enkel bij Tomorrow Never Dies en The World Is Not Enough gebruiken poster en titelsequentie hetzelfde lettertype) én, niet onbelangrijk, er ontbreken enkele titels!

De ontbrekende titels Goldfinger en GoldenEye hebben al eens een steelbookmakeover gekregen. Goldfinger in 2014 ter viering van het vijftigjarig jubileum (mét 007 logo onder de titel, maar met posterfont) en een afbeelding die uit de titelsequentie lijkt te komen. En dat lijkt alleen maar omdat de poster en de titelsequentie bij hoge uitzondering gebruikmaken van dezelfde beelden, want beide ontworpen door dezelfde maker: Robert Brownjohn. GoldenEye kent een nog vroegere steelbookcover uit 2012 met, ook niet mis, de posterplaat voorop. Hoewel een fraai exemplaar is dit niet in lijn met de twintig andere titels.

Blijven absent Live and Let Die (volgend jaar vijftig jaar) en Die Another Day (dit jaar twintig), en in zekere zin Spectre en No Time to Die, die wel in (meerdere) steelbookversies verkrijgbaar zijn, maar niet met titelsequentiecovers.

Als tegenvallendste klap op de vuurpijl: de inhoud (waar het eigenlijk over zou moeten gaan) wordt nog steeds aangeboden als blu-ray van tien-plus jaar oud. Eigenlijk nog ouder, want de opgepoetste Lowry-discs zijn al sinds de Ultimate Edition-dvd’s uit 2006 in omloop. Ook de extra’s zijn hetzelfde, wat hoogstwaarschijnlijk inhoudt dat de blu-rayschijfjes onveranderd zijn gebleven in een tijd dat 4K voor het oprapen ligt.

Gemiste kans? Gemiste kans. Het idee is goud, nu de perfecte uitwerking nog. Dus: terug naar de tekentafel, zoveel hoeft er niet te gebeuren, en plak er dan gelijk dat label 4K op. Of doe het lekker dubbel, blu-ray én 4K, dan heb ik er nu gelijk wat aan en later nog meer plezier.

dinsdag 4 januari 2022

Daniel Kleinman breekt wederom met eigen traditie

Het logo van No Time to Die heeft mij nooit kunnen bekoren. Inmiddels ben ik gewend geraakt aan dit font, maar mooi vind ik het na tweeënhalfjaar sinds de bekendmaking nog steeds niet. En ik ben blijkbaar niet de enige. Ook titelontwerper Daniel Kleinman zag het niet zitten deze Futura Black-variant in de begintitels van de film te gebruiken.


Toen Daniel Kleinman zijn eerste titelsequentie voor een Bond-film afleverde, zagen we ook voor het eerst het officiële titellogo van een James Bond-film op het scherm. Voorganger Maurice Binder heeft tijdens zijn veertien eerdere titelsequenties nooit iets aangetrokken van officiële posterlettertypes. Kleinman bleef daarentegen films lang trouw aan het idee van de logo-ontwerpers.


Tot daar bij Spectre (2015) ineens verandering in kwam. Het Spectral-lettertype verschijnt niet in beeld bij de film. Het lettertype lijkt misschien niet te gedijen op een kleurrijke achtergrond, aangezien de helft van het logo transparant is en derhalve onleesbaar wordt. Maar niets blijkt minder waar, Spectral had hier dus best gekund.


Bij No Time to Die met zijn opvallende posterlettertype heeft Kleinman de juiste keuze gemaakt een minder uitgesproken font te gebruiken. Met de O’s die ontstaan uit de dots (die Kleinman op ingenieuze wijze leende van de begintitels van Dr. No) en fraai vervliegen als bloemblaadjes. Het is een waar huzarenstukje aan inventiviteit.


Quantum of Solace
(2008), de vergeten Bond-film uit de Daniel Craig-saga, is bij hoge uitzondering niet afkomstig van Daniel Kleinman. Maar ook daar wordt voor de begintitels hetzelfde lettertype gebruikt als op de poster.

dinsdag 9 juli 2019

‘Daniel Kleinman terug voor Bond 25’

Voor de achtste maal is Daniel Kleinman gevraagd de titels van een James Bond-film te verzorgen. Dat meldt het Noorse James Bond Magasinet vandaag. Kleinman begon met GoldenEye (1995) en ontwierp vervolgens alle volgende titelsequenties met uitzondering van Quantum of Solace.



„I have started having ideas for B25, and met with @cary_fukunaga who is a very nice talented man. It’s very early days for my process, there is no title or song as yet, but I’m already excited to be thinking about visuals for the main titles.”
Daniel Kleinman

De eerste klus die Kleinman op James Bond-gebied voor rekening nam, was echter al eind jaren 80, toen hij de videoclip van Licence to Kill (1989) met Gladys Knight vorm gaf.

Eerdere titelontwerpers zijn Maurice Binder, Robert Brownjohn en MK12. De James Bond-producenten zijn altijd bijzonder trouw aan hun titelontwerpers geweest. Brownjohn ontwierp enkel de titels voor From Russia with Love (1963) en Goldfinger (1964) en MK12 voor Quantum of Solace (2008). De rest namen Binder en Kleinman voor rekening.

vrijdag 14 juni 2019

Film van formaat

Toch weer enorm onder de indruk van Licence to Kill (1989) gisteravond ter ere van diens dertigste verjaardag. De laatste uit de reeks van vijf Jonn Glen-films, de laatste met Timothy Dalton, de laatste met medewerking van Richard Maibaum en Maurice Binder en de laatste waar Cubby Broccoli actief bij betrokken was. Licence to Kill markeert het einde van een tijdperk.

John Glen en Timothy Dalton

Zo nu en dan duikt de term ‘tv-film’ weer eens op als het gaat om de Bond-films uit de karige jaren 80. En daar kun je voor een groot deel in meegaan als je bedenkt dat deze Bond-films, die van John Glen, allen minder groots ogen dan diegene waar uitgeholde vulkanen, ruimtestations en voetbalveldgrote radiotelescopen in voorkomen.

Toch, wie Licence to Kill aanschouwt, kijkt niet naar een aflevering van The A-Team. De film is met vaart gemaakt en zit vol halsbrekende stunts die echt niet enkel voor het tv-scherm zijn bedoeld. De vangst van Sanchez' vliegtuig aan het begin, de waterski-ontsnapping en de exploderende tankers dragen bij aan een cinema-ervaring van formaat. Daarin blinken de films van John Glen bij voorbaat uit: onnavolgbare actie.




Dr. No, From Russia with Love, On Her Majesty's Secret Service, Diamonds Are Forever, Live and Let Die, The Man with the Golden Gun, wat maken die films méér film dan For Your Eyes Only, Octopussy, A View to a Kill, The Living Daylights en Licence to Kill? Werkelijk niets hoor. Misschien dat de cameraregie van Alan Hume een tikkel statischer oogt? Alsof Ted Moore (niets ten nadele!) zeven keer daarvoor zo'n enorm visueel stempel op de serie heeft gedrukt, dan is het nog altijd Ken Adam geweest die daar de grootste bijdrage aan heeft.

Alec Mills, die zowel de cameraregie van Daylights als Licence voor rekening neemt, zit echt middenin de actie, waarbij de camera geregeld van links naar rechts zwiert, en let eens op de scène in de lift vlak voordat Bond bij Sanchez het dak opklimt. Dat ziet er echt goed uit.

Alec Mills op de set van The Living Daylights (1987)

Licence to Kill wordt doorgaans afgedaan als een wat zonderlinge Bond-film; James Bond gaat te werk op eigen houtje, de humor is ver te zoeken, de setting en het grootste gedeelte van de cast is Amerikaans, de score van Michael Kamen (Die Hard, Lethal Weapon) is weinig melodieus en Dalton had naar een betere kapper mogen gaan. Maar bij elkaar genomen is de zestiende James Bond-film een dijk van een actiefilm waar weinig bij te vervelen valt.

Robert Davi
Robert Davi, die buitengewoon goede slechterik uit Licence to Kill, verwoordde het deze week nog treffend: Timothy Dalton is de vader van Daniel Craigs benadering van 007. Donkerder, vol met schrammen en bulten, veel minder de pretty boy die een knokpartij afdoet met een grap. Een Bond die keihard werkt voor zijn zaak. Het blijft jammer dat er geen derde Bond-film met Dalton is gemaakt.

Om Sharkey vrij te citeren: tv-film, my ass...

dinsdag 4 december 2018

Maurice Binder honderd jaar

Het is vandaag de honderdste geboortedag van titelontwerper Maurice Binder. Binder bedacht de iconische gunbarrel-sequence waar alle James Bond-films tot en met Die Another Day (2002) mee openen. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor de al even iconische openingtitels van veertien James Bond-films.


Binder bleef met uitzondering van From Russia with Love en Goldfinger verbonden aan alle James Bond-films tot en met Licence to Kill (1991). Ook verzorgde hij de meeste trailers voor de Bond-films waaraan hij meewerkte.

De heropleving van James Bond midden jaren 90 met GoldenEye heeft hij niet meer mogen meemaken. Maurice Binder overleed in 1991 op 72-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker. Zijn nalatenschap is voor onschatbare waarde voor de James Bond-films.

woensdag 27 februari 2013

Watch the Titles

Een interessant kijkje bij titelontwerper Daniel Kleinman. De man die inmiddels een reeks James Bond-titels heeft gemaakt, waaronder die van Skyfall.


En klik hier voor een uitgebreid artikel over de titels van Dr. No door Maurice Binder.

Met dank aan Remco Vlaanderen.

vrijdag 29 juni 2012

Daniel Kleinman terug als titelontwerper Skyfall

Daniel Kleinman is terug als ontwerper van de begintitels. Dat meldt fansite MI6. Skyfall is de zesde Bond-film waar Kleinman aan meewerkt.


Kleinman was sinds GoldenEye (1995) de vaste ontwerper van de begintitels, waarin vaak schaars geklede vrouwensilhouetten ritmisch meedeinen op de klanken van de titelsong. 

Alleen bij de vorige film Quantum of Solace werd deze klus eenmalig overgenomen door ontwerpbureau MK12. Het bureau waar Marc Forster, de regisseur van destijds, regelmatig mee samenwerkt.

De titels van Daniel Kleinman:






De kenmerkende titels van de Bond-films werden in 1962 geïntroduceerd door ontwerper Maurice Binder. Binder zou in totaal 14 Bond-films van begintitels voorzien. Voor Dr. No bedacht hij ook de gunbarrel.

Maurice Binder met zijn gunbarrel

Voor de volgende twee films was Binder niet beschikbaar. Robert Brownjohn werd ingehuurd om de titels voor From Russia with Love (1963) en Goldfinger (1964) te maken. Brownjohn werkte vooral met projecties op vrouwenlichamen.

Vanaf Thunderball (1965) was Binder weer van de partij. Dat heeft hij, met wisselend succes, volgehouden tot aan Licence to Kill (1989). Waarvoor Daniel Kleinman dan weer de videoclip verzorgde...

zondag 19 februari 2012

De evolutie van het 007-logo

Drie cijfers en de loop en trekker van een pistool. Dat is alles. En dat alles zegt meer dan genoeg.

De laatste vijftig jaar is het 007-logo (of het gun symbol logo) subtiel veranderd. Van een vrij gedetailleerd pistool tot de ultieme eenvoud.

Hierbij een overzicht van het meest bekende logo uit de filmgeschiedenis.

DR. NO (1962)


Twee posters. Links voor de Britse markt en rechts voor de Amerikaanse. Voor de Britse versie werd handig gebruikgemaakt van het logo dat Sam Peffer had ontworpen voor de James Bond Pan Books die hij tot 1962 illustreerde. De Amerikaanse versie kreeg een groots aangekondigd logo, ontworpen door Joseph Caroff. Het hoeft geen quizvraag te zijn welke van de twee werd behouden...

Deze eerste versie van Caroff is ten opzichte van latere aanpassingen nog vrij gedetailleerd. De korrel is vrij groot en rechts boven de trekker is een schroef te zien. De loop heeft ook een lichte inkeping.

FROM RUSSIA WITH LOVE (1963)


Bij From Russia with Love werd hetzelfde pad bewandeld. Engeland en Amerika kregen beide weer een verschillende poster met het bijbehorende logo. Beide logo's zijn minder prominent aanwezig. Bij het logo van Caroff is de schroef verdwenen.

GOLDFINGER (1964)


Bij Goldfinger bleef een 007-logo alleen voor de Amerikaanse markt behouden, dezelfde als From Russia with Love. De Britse versie heeft helemaal geen logo meer.

THUNDERBALL (1965)


Hoe iconisch het logo tegenwoordig ook is, bij Thunderball hadden ze daar nog geen boodschap aan. De cijfers 007 zijn gebruikt in de aankondiging Look Up! Look Down! Look Out! Het logo van Caroff is verder nergens te bekennen.

YOU ONLY LIVE TWICE (1967)

Omdat er in dit jaar ook een concurrent in de bioscoop te zien was (die parodie Casino Royale van Charles K. Feldman) moest Eon Productions stunten met hun grootste troef: Sean Connery. Dus werd de naam van de hoofdrolspeler de belangrijkste inzet. Neemt niet weg dat achter James Bond makkelijk een 007-logo had gepast, maar misschien strookte dat niet met het lettertype dat voor You Only Live Twice werd gebruikt. In ieder geval: op geen van de posters van Twice (en dat zijn er nogal wat) is een logo te bekennen...

ON HER MAJESTY'S SECRET SERVICE (1969)


Voor het eerst is zowel op de Britse als Amerikaanse posters het logo van Caroff te zien. En dat zou vanaf nu altijd zo blijven. Wel enigszins aangepast. De loop van het pistool is korter en de korrel staat rechtop. Bij de trekker zijn de meest ronde vormen verdwenen. Wellicht dat met de introductie van George Lazenby als nieuwe James Bond het 'vertrouwde' logo uitkomst moest bieden.

DIAMONDS ARE FOREVER (1971)


De loop van het pistool is iets langer dan in de vorige versie. Verder geen veranderingen.

LIVE AND LET DIE (1973)


Voor Live and Let Die werd net als bij Thunderball weer gespeeld met het logo. Ditmaal paste het logo als gegoten in de naam van de nieuwe Bond: Roger Moore. De langwerpige 7 is aangepast aan het gebruikte lettertype en het pistool is iets samengeperst.

THE MAN WITH THE GOLDEN GUN (1974)

Twee versies deze keer. Voor een vroege poster (A Christmas Present From James Bond) én voor de soundtrack-cd, wordt het vorige slanke logo weer gebruikt.



Voor de definitieve poster werd de grap met de naam niet herhaald. De 7 werd aangepast aan het lettertype (Folio Extra Bold) en dat zou tot de laatste film van Roger Moore, met wisselend succes, blijven.

THE SPY WHO LOVED ME (1977)

Dezelfde aanpak als de vorige keer, alleen staat het pistool deze keer opvallend ver van de 7 vandaan.

MOONRAKER (1979)


Weer een andere 7 met een iets gerekter pistool. Al past het deze keer minder mooi tegen elkaar aan. Het onderste deel wijkt te veel.

FOR YOUR EYES ONLY (1981)


Een van de minste versies, omdat het pistool veel te grof is voor dit lettertype. Waren de nullen en de O in de vorige vier versies identiek aan elkaar, deze keer staat er geen 007 maar OO7. Geen nul-nul-zeven dus, maar o-o-zeven.


Voor het eerst is het 007-logo ook te zien in de openingstitels van Maurice Binder. Deze eerste keer bijna onopgemerkt.

OCTOPUSSY (1983)


Maar ook bij Octopussy past het niet helemaal lekker. Deze keer is het pistool weer iets te smal.


In de opening van Maurice Binder duikt het logo nu wat vaker op. Net zoals de vorige keer gewoon achter de 007, maar ook hier en daar een grotere rode versie uit een laserstraal.

A VIEW TO A KILL (1985)


Omdat het bij alle Roger Moore-films het geval was, ook deze laatste keer alles in één lettertype. Het pistool lijkt iets beter te passen dan de vorige twee keren. Maar na al deze verschillende pogingen kan toch rustig gezegd worden dat het overgrote deel ervan niet echt gelukt is. Jammer. In veel gevallen leek het pistool meer een hinder dan een zegen.


In de titels van Binder is het logo weer te zien als schijnsel op een vrouwenlichaam.

THE LIVING DAYLIGHTS (1987)


Maar daar komt met The Living Daylights gelukkig verandering in. Een nieuwe Bond (Timothy Dalton) verdient een nieuw logo. Deze keer werd weer gekeken naar het origineel van Caroff, zij het met de nodige aanpassingen. Het 007-logo staat los van het het lettertype, maar past als gegoten. De 7 behoudt zijn ronding bovenin, maar deze 7 is beter in balans. De inkeping in de loop is verdwenen en de korrel is een subtiel pukkeltje geworden.


Het nieuwe logo wordt hier ook een aantal malen gebruikt door Maurice Binder. Zoals hierboven een cursief gestippelde versie.

LICENCE TO KILL (1989)


Exact hetzelfde logo als de vorige keer. Dat was namelijk goed bevallen.


En opnieuw, voor (voorlopig) de laatste keer, in de opening van Maurice Binder (ook voor de laatste keer). Ditmaal is het een geheel eigen creatie van Binder. Laten we het er op houden dat hij vroeger beter werk afleverde...

GOLDENEYE (1995)


En dan, na zes jaar afwezigheid, is James Bond weer terug, in de gedaante van Pierce Brosnan. Het logo bereikt zijn (voorlopig) laatste verandering. Ditmaal strakker dan ooit te voren. Dit is toch wel de meest ultieme versie. De rondingen in de 7 zijn verdwenen. De loop van het pistool is zijn korrel kwijt en het onderste deel met de trekker heeft plots een open achterkant. Alle franjes zijn verdwenen.


...Met één opmerking: in de credits op de poster wordt nog wel het ronde Dalton-logo gebruikt.

TOMORROW NEVER DIES (1997)


Bij Tomorrow Never Dies is het 007-logo beter vertegenwoordigd dan ooit te voren. Niet alleen zit het vastgeplakt aan de titel, ook komt het op de poster (de blauwe Britse en de rode Amerikaanse) in veelvoud terug.


Maar ook hier is op de blauwe poster voor de laatste keer het Dalton-logo te zien.

THE WORLD IS NOT ENOUGH (1999)


Deze van The World Is Not Enough lijkt op de vorige twee, maar staat duidelijk meer naar rechts gekanteld. Het logo lijkt daarom iets slanker dan zijn voorgangers. Dit schuine logo is ook gebruikt (in transparante vorm) in de menu's van de Ultimate Edition-dvd's (en de latere blu-ray's) uit 2006.

DIE ANOTHER DAY (2002)


Weer terug rechtop, deze ijzige versie van Die Another Day. Met twee subtiele aanpassingen: het haakje van de zeven heeft een bijna onzichtbare verandering ondergaan. Stond deze bij de vorige versies nog recht, nu zit er een lichte kromming in. En de pistoolloop is een stukje korter. Vooruit, dít is de ultieme versie.


CASINO ROYALE (2006)


Iemand bij Eon Productions moest gedacht hebben dat die twee O's in de titel wel eens van pas zouden kunnen komen. Waarschijnlijk had hij de poster van Live and Let Die nog in het achterhoofd. Persoonlijk ben ik hier nooit zo'n voorstander van geweest. Het oogt wat kinderachtig. Maar blijkbaar went het. De vorm van de 7 en het pistool zijn overigens onveranderd gebleven. De O's zijn wat prominenter, want niet in het lettertype van de rest van de titel.

QUANTUM OF SOLACE (2008)


Je zou kunnen denken dat de titel Quantum of Solace alleen is gekozen om hetzelfde trucje als de vorige keer uit te halen. Het geeft deze twee films van Daniel Craig daarmee wel een eigen gezicht. De 7 is identiek en de O's even rond als de Q maar dan minder dik.

SKYFALL (2012)


En dan Skyfall, waarbij het 007-logo vastgeplakt onder de titel staat. Ook deze keer niets nieuws onder zon, maar dat hoeft ook niet bij een logo dat in vijftig jaar zo geperfectioneerd is.

In de diverse posters van de film komt het logo veelvuldig terug. Zoals op de tweede poster, waar het 007-symbool wel drie keer te zien is. Met één opvallende opmerking: in de credits wordt het oude logo uit 1995 gebruikt.

SPECTRE (2015)


Spectre hanteert dezelfde regel als Skyfall, waarin het logo onderaan de titel is geplakt. Aan het logo is verder niets veranderd, het staat alleen iets verder van de titel af. De gelijkenis met de vorige keer benadrukt de verwantschap tussen beide films.

NO TIME TO DIE (2021)


Vijf jaar later: een andere regisseur, een andere kijk, een prominentere titel en een kleiner 007-logo, dat verder onveranderd is gebleven. Alleen de plaats van het logo is veranderd. De logo-ontwerpers hebben zich niet laten verleiden de twee O's in de titel als dubbel-0 te gebruiken zoals bij Casino Royale en Quantum of Solace.
 
Op de posters van No Time to Die, zoals deze, deze en deze, prijkt het logo (al dan niet compleet) prominent op de achtergrond.

© Bond Blog 2009 — 2026
Video- en fotorechten voorbehouden aan
Danjaq LLC. / Eon Productions, United Artists Co., Amazon MGM Studios, Columbia Pictures, 20th Century Fox Home Entertainment, Sony Pictures Inc., Universal Pictures