De Britse actrice Judi Dench brengt op 3 november 2026 haar autobiografie Is It Too Late to Make a Run For It? uit. Dat heeft uitgever St. Martin’s Press bekendgemaakt.
In de autobiografie kijkt de 91-jarige Dench terug op
haar leven en loopbaan. Volgens de synopsis beschrijft ze in het boek
haar eerste optredens op school en latere successen, waaronder haar rol
als M in de James Bond-films.
Dench schreef de memoires samen met haar vriend Brendan O’Hea. Eerder werkten zij samen aan een publicatie over Shakespeare. Het nieuwe boek volgt op haar eerdere memoires And Furthermore uit 2010.
De actrice maakte in 1964 haar filmdebuut als miss Humphries in The Third Secret. Later speelde ze onder meer in Shakespeare in Love, waarvoor ze een Oscar won voor de beste vrouwelijke bijrol. Ook vertolkte ze zeven keer de rol van M in de James Bond-reeks, haar cameo in Spectre niet meegerekend. In 2022 was ze voor het laatst op het witte doek te zien in Spirited.
De titel van de biografie refereert aan een van de laatste woorden die Judi Dench zei als M in Skyfall: „I suppose it’s too late to make a run for it?”
Dench kreeg in 2012 de diagnose maculadegeneratie, een oogaandoening die haar zicht aantast. Begin december vertelde ze dat haar gezichtsvermogen zo slecht is geworden dat ze geen gezichten meer kan herkennen en ze afhankelijker van anderen is geworden.
Dertig jaar oud en iedere keer nóg beter dan de vorige keer. Dat is wat GoldenEye voor mij is. GoldenEye zou dé Bond-film aller Bond-films mogen heten. Net toen werd gedacht dat James Bond er niet meer toe deed, sloeg deze zestiende Bond-film in als een bom. Een perfect staaltje 90’s cinema in een decennium waarin de ene na de andere filmklassieker verscheen. Ik durf zelfs te stellen dat in de jaren negentig de beste films werden gemaakt. Met GoldenEye uit 1995 perfect in het midden.
Het zijn die jaren negentig die mijn liefde voor James Bond en voor film in het algemeen hebben gebracht. De eerste James Bond-film uit dat decennium sloot naadloos aan bij mijn idee van James Bond, de figuur Bond dan, van de film zelf was ik niet gelijk overtuigd. Net als van de muziekscore van Éric Serra, een soundtrack waar we allemaal wel héél erg aan hebben moeten wennen. Nu, na dertig jaar, moet ik toegeven dat Serra’s score medeverantwoordelijk is voor die bijzonder sfeer die GoldenEye ademt. Lange tijd heb ik gedacht: had David Arnold het maar gedaan. Maar het moet gezegd dat de muziek van GoldenEye even iconisch is als de film zelf, al had dat wat jaartjes de tijd nodig.
Het likkebaarden begon natuurlijk allemaal met die heer-lij-ke trailer: ‘It’s a new world. With new enemies and new threats. But you can still depend on one man…’ Op de muziek van Starr Parodi en Jeff Fair die in geen enkele Bond-muziekbibliotheek mag ontbreken. Het is de James Bond Theme in optima forma en zó ongelooflijk effectief. Mag GoldenEye dan waarschijnlijk niet mijn meest favoriete film aller tijden zijn, dan is de teaser trailer van die film ontegenzeggelijk de beste trailer ooit.
Het was de tijd van Goodfellas, The Silence of the Lambs, Prince of Thieves, The Fugitive, Heat, Casino en Ronin. Films die ik stuk voor stuk vele malen heb teruggezien, en zo weer opnieuw kan bekijken. En daar tussenin dook de nieuwe Bond op in de gedaante van de man die voor de rol geboren was: Pierce Brosnan.
Opgegroeid in diezelfde jaren negentig met de Bond-films van Sean Connery bij de AVRO op tv, werd hij, Connery dus, automatisch ‘mijn’ James Bond. George Lazenby vond ik in die jaren niet te pruimen en ook met Roger Moore had ik in het begin moeite. Met Pierce Brosnan heb ik dat probleem nooit gehad. In Mrs. Doubtfire was hij mij niet eens opgevallen, dus toen ik hem bewust voor de eerste keer zag met zijn Brioni aan en Walther PPK in de aanslag, was dat gewoon James Bond. De Bond van de jaren 90. Een meer dan perfect plaatje.
Als ik GoldenEye weer eens in de speler schuif, nog immer die oude vertrouwde bijna blauwgedraaide blu-ray uit 2012, denk ik altijd met een glimlach aan die eerste minuten van de film, waarin drie slordigheden zitten die mij ooit stoorden, maar nu onderdeel van de Bond-canon vormen.
Als eerste is daar de vlek linksonder in beeld als Bond op de dam zijn touw neergooit vlak voordat hij springt. Een schoonheidsfoutje dat makkelijk voorkomen had kunnen worden als de gate goed was gecheckt. Als tweede het afstandsshot van de val van James Bond (Wayne Michaels), waarin opeens twee vrachtwagens en een handvol mensen op de dam te zien zijn. Als editor Terry Rawlings één tel verder had geknipt, was de illusie in stand gebleven. En dan het laatste stukje van de daling waarin Bond (nog immer stuntman Wayne Michaels) zijn piton gun trekt, waarbij hij zijdelings draait als hij achter een rotsblok verdwijnt. In het volgende shot is hij echter een kwartslag teruggedraaid als hij loodrecht zijn afdaling vervolgt. En dat alles binnen twee minuten… Als we iets verder spoelen is het toch ook hoogst onlogisch dat Bond tegen het einde van de pre-title sequence nógmaals de diepte in duikt achter het vliegtuig aan? Kun je nagaan hoe hoog die dam moet hebben gestaan!
Zo kun je iedere film wel doodredeneren. Het gaat om het gevoel dat het product brengt, ook al kom je daar pas jaren later achter.
Vanaf het verschijnen van GoldenEye zag ik iedere volgende Bond-film net iets eerder dan op de donderdagrelease. Zo had ik voor de eerste Bond-film uit de 90’s kaartjes gewonnen bij de Zondagskrant, zodat ik de film op 6 december 1995 al mocht bekijken in plaats van op de landelijke première de dag daarna. Ik herinner mij een fijne popcornmiddag, maar ik herinner mij ook een film waarin redelijk veel werd geluld. De nieuwe Bond moest duidelijk nog even indalen.
Zat hij daar aan het bureau tegenover de nieuwe M, een stuk chagrijn in mijn ogen. Wat was er eigenlijk met Robert Brown gebeurd? Dan later op het strand in Cuba dat gepiep met Natalya over zijn gevoelens. En eerder in de film, zittend aan een lange tafel in een donkere kelder, de woordenwisseling met Dimitri Mishkin; een personage dat ik bij de aftiteling alweer vergeten was.
Met het recente overlijden van Tchéky Karyo haalde ik mijn herinnering aan hem op. Ik heb Karyo erg hoog zitten sinds zijn optreden als speurder Julien Baptiste in vier puike tv-seizoenen van The Missing en Baptiste. Ten opzichte van de stereotiepe Rus met rollende R, zoals Alan Cummings Boris, is Karyo’s Dimitri Mishkin een verademing. Hij mag dan wel niet opvallen, aanwezig is hij wel, en bij ieder weerzien valt hij mij des te meer op. Het is één van die pareltjes die GoldenEye rijk is.
De nieuwe M in de gedaante van Judi Dench bleek achteraf trouwens ook een schot in de roos. Met nog tamelijk weinig schermtijd in GoldenEye, groeide zij uit tot een krachtige bazin die haar agent allerminst spaart. Het getuigt van ballen om Bond neer te zetten als ‘sexist, misogynist dinosaur’.
Dan was er ook nog die eindsong. De titelsong van Tina Turner is een regelrechte Bond-klassieker, die kostte geen enkele moeite om die in het rijtje bij Shirley Bassey, Paul McCartney en Gladys Knight te plaatsen. Maar dat nummer dat over de aftiteling speelt, daar kon ik, net als met veel van deze filmmuziek, in eerste instantie niks mee. Bleek dat deuntje ook nog eens geleend van de vorige Serra-score Léon!
Ook dat is allemaal goed gekomen. The Experience of Love klinkt in niets als James Bond, maar is sinds dertig jaar onlosmakelijk verbonden met de geheim agent. Gelukkig maar, want wat een afsluiting brengt Éric Serra ons en wat is het zonde dat Eon Productions na een aantal films alweer afscheid nam van een originele eindtitelsong.
Jaar naar jaar blijkt GoldenEye nog immer fier overeind te staan. Een moderne Bond-klassieker die moest rijpen. Bij mij althans, het grote publiek was al eerder om. Pierce Brosnan had onder leiding van regisseur Martin Campbell bewezen dat James Bond óók relevant was in de jaren 90. Het bleek geen tijdelijke opleving van de geheim agent omdat Brosnan die tuxedo toevallig zo goed stond. Nee, James Bond bleef een kassamagneet en bewees zelfs in het nieuwe millennium bestaansrecht te hebben.
Met vallen en opstaan. Zoals dat zelfs bij de grootste winnaars gaat.
Hij was me in GoldenEye in eerste instantie niet eens opgevallen. Pas toen ik na het zien van de film een posterboekje kocht, herinnerde ik mij hem. Twee korte scènes in een James Bond-film en de hele wereld heeft je gezien. Al is het pas in tweede instantie.
Het is een opvallend onopvallend gezicht dat zo nu en dan in een film opduikt. Een lijst van zo’n 140 film- en tv-producties vanaf begin jaren 80. Een kop waarvan je zegt: die ken ik, al weet je niet gelijk waarvan.
Toen Twitter tien jaar geleden nog iets voorstelde, kwam ik daar het account van Tchéky Karyo tegen. Zoals bij zoveel James Bond-gerelateerde accounts begon ik hem te volgen. En wat schetste mijn verbazing: hij volgde mij terug! Nooit te beroerd om een tweet te beantwoorden, bracht hij mij op het spoor van het tweede seizoen van The Missing (2016) dat op dat moment op Netflix te zien zou zijn. De trailer die hij plaatste was veelbelovend:
Ondanks dat het nieuwe seizoen mij meer aansprak dan het eerste van twee jaar daarvoor, ben ik seizoen 1 toch maar als eerste gaan kijken.
Het behoort tot het beste dat ik ooit zag op tv.
Voor een groot deel door de muziek van Dominik Scherrer (de muziek die ik luister terwijl ik dit stukje tik) die zo sfeerbepalend is. Door de verhaallijn waarin heden en verleden worden afgewisseld, bedacht door de broers Harry en Jack Williams. En niet in de laatste plaats door de hoofdrolspeler die niet eens als hoofdrolspeler op de begintitels staat. Je bent een hele grote als je als laatste wordt genoemd: ‘and Tchéky Karyo’.
Ik heb dat eerste seizoen in de loop der jaren in verschillende kijkerssamenstellingen drie keer in zijn geheel gezien. Het is dat de serie inmiddels van Netflix is verwijderd, anders zou ik er, als eerbetoon aan Tchéky Karyo, zo weer aan beginnen.
Na het tweede seizoen met opnieuw Tchéky Karyo in de hoofdrol leek het afgelopen met de gepensioneerde speurder Julien Baptiste. De gebroeders Williams hadden twee uitersten van een verdwijningszaak beschreven: één keer de zoektocht naar een verdwenen jongetje, één keer het raadsel rond de terugkeer van een eerder verdwenen meisje. Als het om The Missing ging, hadden ze er niets meer aan toe te voegen. Maar met Julien Baptiste waren ze nog niet klaar. De bijen moesten maar even wachten!
Tot mijn grote vreugde verscheen in 2019 de spin off Baptiste. Een serie die zich voor het grootste gedeelte afspeelt in Amsterdam. Dit keer gebruiken de broers Williams een lineaire verhaallijn en dat maakt dit seizoen het minst interessant van de vier, want twee jaar later zou Julien Baptiste nog eenmaal terugkeren in het sluitstuk van zijn eigen serie. Met opnieuw een verhaallijn waarin heden en verleden, net als bij The Missing, elkaar afwisselen, en dat blijkt net iets interessanter.
Na twee keer acht en twee keer zes afleveringen was het gedaan met de Franse Sherlock Holmes in een modern jasje. Mijns inziens past Julien Baptiste moeiteloos in het rijtje van bekende televisiespeurders als Frank Columbo, Hercule Poirot en Dale Cooper. Wie hem nog nooit zag, doet er goed aan zelf te onderzoeken op welke streamer Baptiste zich momenteel schuilhoudt. Je speurwerk wordt beloond.
Ik heb in ieder geval vele vele uren genoten van Tchéky Karyo. De schok was dan ook groot toen ik in de nacht van vrijdag op zaterdag las dat hij was overleden.
Na Gottfried John en Robbie Coltrane de derde acteur uit GoldenEye die op 72-jarige leeftijd overlijdt. Stom toeval natuurlijk, maar wat een monument lieten zij achter met die film...
De Franse acteur Tchéky Karyo is op 72-jarige leeftijd aan kanker overleden. De van oorsprong Turkse Karyo was vooral bekend van zijn vele bijrollen. Met name in Hollywoodfilms werd hij vaak gecast als slechterik.
Zo was Karyo in 1995 de schurk die in Bad Boys de ex van Will Smith in koelen bloede vermoordde tijdens een drugsdeal. Met zijn strakke pakken, buitenlands accent en Europese arrogantie was hij de ideale eurotrash-tegenhanger van de no-nonsense politieagenten van Smith en Martin Lawrence.
Karyo werd in 1953 in Istanbul geboren, als zoon van een Spaans-Joodse vader en Griekse moeder. Hij groeide op in Parijs, waar hij na een theatercarrière de overstap maakte naar de film.
Hij kwam in 1990 bij Hollywood in beeld door zijn rol in La Femme Nikita van Luc Besson. In die film speelt hij Bob, de contactpersoon van de vrouwelijke crimineel die door een geheime overheidsorganisatie wordt getraind tot een koelbloedige moordenaar.
Daarna volgden meer rollen in Hollywood, zoals Ridley Scotts 1492: Conquest of Paradise over Columbus en een bijrol als minister van Defensie in de James Bond-film GoldenEye. Hij bleef ook actief in eigen land, zoals in Luc Besson’s The Messenger over Jeanne d’Arc. Ook speelde hij de hoofdrol in de verfilming van het leven van Nostradamus.
Op latere leeftijd nam hij nog de rol van inspecteur Julien Baptiste voor zijn rekening in de misdaadserie The Missing en de spin-off Baptiste. In de twee seizoenen van de tv-serie onderzocht hij de verdwijning van kinderen in Frankrijk en Duitsland. Karyo gooide hoge ogen voor zijn rol als agent die zich vastbijt in de zaken.
Die insiders toch. Vertellen ze eerst dat Steven Knight al 142 pagina’s van de nieuwe Bond-film heeft gepend, om het daarna ‘de meest gewaagde gok’ sinds de benoeming van Daniel Craig als 007 te noemen. Want een script schrijven zonder te weten wie James Bond gaat spelen, is volgens die insiders onbegonnen werk.
Laten we het artikel van Celebrity Entertainment News maar met een korrel zout nemen. Het medium kan zich beter bezighouden met beroemdheden stalken en niet met verslaggeving rond het filmvak.
Als de we tijdlijn van de James Bond-films er eens bij pakken, waarom ook niet in dit geval, blijkt dat deze nieuw te maken film niet de enige is waarvan tijdens het schrijven de hoofdrolspeler nog niet bekend is. Zoals dat bij veel filmscripts het geval is. Van synopsis tot treatment en van filmscript tot shooting script zit nogal een ontwikkeling. En zelfs tijdens het filmen worden regelmatig scriptwijzigingen aangebracht.
Casino Royale (2006)
Schrijvers Neal Purvis en Robert Wade beginnen in januari 2004 met een eerste versie van het script van Casino Royale, dat uiteindelijk wordt afgerond in juli 2004. Van een nieuwe James Bond is op dat moment nog geen sprake, Pierce Brosnan wordt tijdens dit schrijfproces pas bedankt voor zijn bewezen diensten. Het is duidelijk dat hij niet past in de nieuwe weg die de filmmakers willen inslaan Als de eerste versie van het script klaar is in juli 2004, is er geen James Bond.
In februari 2005 verbindt Martin Campbell zich als regisseur aan het filmproject, het is zijn tweede Bond-film na GoldenEye (1995). In het voorjaar van 2005 duikt de naam van Daniel Craig op in het geruchtencircuit. Maanden later, op 29 september 2005, doet Craig auditie voor de rol. Kort daarop krijgt hij een telefoontje dat hij zich inderdaad officieel Bond nummer zes mag noemen. Het nieuws wordt uiteindelijk wereldkundig gemaakt op 14 oktober 2005; deze week precies twintig jaar geleden. Eind januari beginnen de camera’s voor Casino Royale te draaien. Dat is twee jaar nadat Purvis en Wade aan hun eerste versie begonnen en vier maanden na de screentest van Daniel Craig.
GoldenEye (1995)
Deze film kent een groot aantal herschrijvingen. Michael France levert zijn eerste versie in op 11 maart 1994. Timothy Dalton heeft de rol van 007 op dat moment nog geen vaarwel gezegd. Dat doet hij een maand later op 12 april. Een krappe twee maanden later, op 8 juni 1994, wordt Pierce Brosnan aangekondigd als James Bond nummer vijf. Brosnan stond jaren daarvoor al eerder in de startblokken om aan de rol van zijn leven te beginnen. Het lot besliste echter anders, en het wachten was het waard voor de Ierse acteur.
Na de benoeming van Brosnan wordt het script van France geheel herschreven door onder meer Jeffrey Caine en daarna door Bruce Feirstein, die zich op dat moment helemaal op de nieuwe Bond-acteur kunnen richten.
The Living Daylights (1987)
In
een tijd dat de Bond-films nog met de regelmaat van één pauzejaar
verschijnen, beginnen scenarioschrijvers Richard Maibaum en Michael G.
Wilson eind oktober 1985 met een eerste treatment van ‘Bond 15’. A View to a Kill
was vijf maanden eerder uitgekomen. Het is wel duidelijk dat die film
Roger Moores laatste wapenfeit als 007 is (hoewel de deur nog op een
kleine kier staat). De eerste versie van het script daarentegen,
verhaalt over de jongere jaren van James Bond bij de marine. Een idee
dat door producent Broccoli wordt afgewezen.
Begin
december 1985 kondigt Roger Moore zijn definitieve vertrek aan als, op
dat moment, langstzittende James Bond. In een derde en vierde treatment
diezelfde maand krijgt het filmverhaal steeds meer vorm en bij die
laatste is inmiddels gekozen om Ian Flemings korte verhaal The Living Daylights als uitgangspunt en als volgende titel te gebruiken. Er is op dat moment nog geen acteur voor de rol van 007 gekozen.
Vanaf
januari 1986 begint het castingproces, als op 12 mei van dat jaar
Pierce Brosnan een glorieuze screentest aflegt. Cubby Broccoli is
overtuigd en Brosnan wordt een contract aangeboden om als James Bond
nummer vier aan te treden. Echter gooit de productie van de Amerikaanse
tv-serie Remington Steele waar Brosnan de hoofdrol vertolkt roet in het eten. De acteur is contractueel verplicht om nog één laatste seizoen te maken.
In
allerijl wordt gezocht naar een vervanger die eind juli wordt gevonden
in Timothy Dalton. Een acteur die producent Broccoli al jaren op het oog
heeft, maar eerder aangaf dat de rol hem intimideerde. Deze keer hapt
Dalton toe en op 8 augustus 1986 wordt hij officieel aangekondigd als
James Bond nummer vier. Eind september beginnen voor Dalton de eerste
filmopnamen.
Live and Let Die (1973)
Voor Live and Let Die was de hoop gevestigd op de terugkeer van Sean Connery. Maar Connery houdt voet bij stuk; Diamonds Are Forever is echt zijn laatste Bond-film geweest.
Schrijver Tom Mankiewicz levert in het voorjaar van 1972 zijn eerste versie van het script van Live and Let Die in. Ook hij doet nog een poging om Connery over te halen, maar tevergeefs. Producenten Saltzman en Broccoli moeten echt op zoek naar een nieuwe 007 en komen uit bij Roger Moore. Die deal is snel beklonken en op 1 augustus 1972 maakt James Bond nummer drie zich bekend. Met het uiteindelijke shooting script van Mankiewicz van oktober gaat regisseur Guy Hamilton nog diezelfde maand van start.
On Her Majesty’s Secret Service (1969)
Deze productie stond al langer op de rol. In juni 1964 heeft schrijver Richard Maibaum een eerste treatment af; Goldfinger moet op dat moment nog uitkomen. Met de haast waarmee de films in die tijd werden gemaakt, was het zaak er vroeg bij te zijn. OHMSS wordt echter op de lange baan geschoven en Thunderball krijgt voorrang. Als Thunderball in december 1965 zijn première beleeft, heeft Maibaum het project OHMSS weer opgepakt. Eind maart 1966 levert hij zijn script van die film in, dat verhaaltechnisch direct volgt op Thunderball.
Ook deze keer gaat het niet door; You Only Live Twice wordt verkozen als vervangende productie. Richard Maibaum is niet betrokken bij die film. In 1967 levert Maibaum nog een aantal versies van On Her Majesty’s Secret Service af om uiteindelijk in 1968 met een shooting script te komen. Niet lang daarvoor, in juni, juli en augustus van dat jaar, wordt George Lazenby uitgebreid getest als mogelijk nieuwe James Bond. Na het stuntgevecht met stuntleider George Leech en worstelaar Yuri Borienko, komt de onervaren Lazenby uit de bus als James Bond nummer twee. Zijn officiële aankondiging volgt begin oktober 1968 en niet veel later die maand beginnen de camera’s al te draaien.
Dr. No (1962)
De eerste James Bond-film Dr. No heeft wat dat betreft een andere aanloop. Het treatment voor die film is amper klaar in september 1961 of Sean Connery wordt een maand later al gepresenteerd als James Bond. Een compleet script laat op dat moment nog op zich wachten. Pas in januari 1962 is een final shootingscript gereed. Een week later draaien de camera’s al op Jamaica met de aankomst van James Bond op het vliegveld.
Dus... om te stellen dat de nieuwe Bond-productie een gok neemt door nú al aan een filmscript te beginnen, is pure onzin. Het is juist prettig dat Steven Knight bijtijds aan het verhaal kan gaan schaven. Het uiteindelijke script dat verfilmd gaat worden, zal hoe dan ook de nodige aanpassingen krijgen. Wie dan ook straks de tuxedo aantrekt en de Walther oppakt, vormt naar aanleiding van het script en de regie-aanwijzingen vanzelf zíjn Bond.
Ik zag trouwens nog een betrekkelijke nieuweling in Steven Knights nieuwe serie House of Guinness op Netflix. Een jongen die we mijns inziens in de gaten moeten houden: Louis Partridge. Als ze dan tóch naar een relatief onbekende Engelsman zoeken...
GoldenEye keert op 5 oktober eenmalig terug bij de Kinepolis-bioscopen. De James Bond-film met Pierce Brosnan en Famke Janssen viert dit jaar zijn dertigjarige jubileum. Die dag markeert tevens de releasedatum van de eerste James Bond-film Dr. No 63 jaar geleden.
De zeventiende film uit de Bond-reeks staat geprogrammeerd bij de volgende Nederlandse Kinepolis-bioscopen:
Almere
Breda
Den Bosch
Emmen
Enschede
Groningen
Hoofddorp
Jaarbeurs Utrecht
Leidschendam
Spijkenisse
Zoetermeer
De film bevat Nederlandse ondertitels. Klik hier voor meer informatie.
De officiële website 007.com heeft ter gelegenheid van het jubileum vijf iconische scènes uit GoldenEye uitgelicht.
Of ik zenuwachtig ben? Eerlijk gezegd wel. Niet om het gerucht dat James Bond nu misschien een keer een vrouw zal worden, want dat is uitgesloten. Punt. Maar wel of de nieuwe man zal bevallen. Stel namelijk dat dat niet het geval is, dan zit je mooi met een held die je niet mag. Dat zou een ramp zijn!
Connery, Lazenby, Moore. Het iconische trio uit de beginjaren van de Bond-films, die waren er al, en waren grotendeels inmiddels ook weer weg, nog voordat ik niet meer in mijn bed plaste. Zelfs van Daltons benoeming heb ik niets bewust meekregen, al moet ik destijds wel al zindelijk zijn geweest. Pas met de komst van Pierce Brosnan begon ik mij voor James Bond te interesseren. Maar zelfs zijn benoeming kan ik mij niet herinneren.
Dat maakt dat Daniel Craig de eerste James Bond is waarvan ik de geruchten en de uiteindelijk presentatie als nieuwe nul-nul-zeven bewust heb meegemaakt. Die acceptatie ging eigenlijk heel simpel: ondanks dat het plaatje van Craig niet helemaal strookte met hoe ik James Bond voor mij zag, steunde ik de man van harte, want we kregen na vier jaar eindelijk een nieuwe Bond-film en de filmmakers hadden niet de minste titel uitgekozen: Ian Flemings Casino Royale!
Sceptisch was ik zeker in het begin, met name na zijn aantocht met zwemvest over de Thames en de bijbehorende publiciteitsfoto met achterovergekamd haar. Ik heb het vaak genoeg genoemd; pas met de eerste foto van de opnamen van Casino Royale, waarin we een kortgeknipte en opgepompte Craig in actie zien, was ik overtuigd: dit is James Bond!
Hoe mooi zal het zijn als dat nu opnieuw gebeurt? We hebben de namen van die drie jonge jongens in ons achterhoofd — en wie zegt dat het niet alsnog een vierde gegadigde wordt? Uiteindelijk rolt daar de ultieme kandidaat uit. Dit is de acteur met wie we het de komende jaren zullen moeten doen. Aan de ene kant ben ik altijd vóór, want die nieuwe film moet er komen, dat is wat telt. Aan de andere kant: stel nu dat ik met de beste wil van de wereld niet overtuigd ben van deze jongen? Nou, daarover kan ik dus best wakker liggen.
Omdat het nu toch echt dichterbij komt (iedere dag is er één minder tot we het verlossende woord te horen krijgen), rijst ook steeds vaker de vraag: kan ik mij straks vinden in de keuze van de filmmakers? Ik heb het volste vertrouwen in Denis Villeneuve als regisseur. Ik heb het volste vertrouwen in Steven Knight als scenarist. Ik heb het volste vertrouwen in Amy Pascal en David Heyman als producenten. En datzelfde wil ik hebben in de nieuwe James Bond.
Ik zag laatst een lijstje van nieuwe Bond-producten die binnenkort uitkomen of inmiddels verkrijgbaar zijn. Zoals een reeks boeken van aanverwante 007-onderwerpen: over Felix, over Q, over andere 00-agenten, en een serie over de Secret Agent Academy die oogt op beginnende lezertjes. Een soort Young Bond, maar dan nóg jonger.
De vraag bij dit lijstje: waar kijk je het meeste naar uit?
Eerlijk antwoord? Het kan met allemaal gestolen worden. Alles wat na Fleming over James Bond werd geschreven, vond ik vooral erg vermoeiend. Er zaten heus wel aardige vondsten bij, maar het niveau van weleer heeft geen van de vervolgauteurs weten te bereiken. Misschien komt het door de papiersoort, dat ik Fleming vereenzelvig met vergeelde, muffe pagina’s in slappe pocketboekjes met zandkorrels tussen de bladzijden. Boekjes die ik op een zeker moment stuk voor stuk verslond.
Road to a Million, nog zo’n ding waar ik niet voor warm liep, maar waar ik, eerlijk is eerlijk, toch best van heb genoten. Vooral van de loepzuivere beelden van oude Bond-locaties. Het is de herkenning, vooral in combinatie met de muziek. Deze reeks van 007 Road to a Million geeft zoveel meer het Bond-gevoel dan het eerste seizoen, dat nogal een infantiele indruk op mij maakte.
Toch kon ik het niet laten om te denken: kunnen ze die miljoenen die het programma moet hebben gekost niet beter in een film steken? Maar een paar miljoen meer of minder interesseert Amazon natuurlijk geen snars.
Wat er deze keer goed was aan Road to a Million waren de vele, vele Bond-verwijzingen. Zoals de echte Nicholas Woodeson die een vragenronde speelt met de kandidaten zoals hij als Dr. Hall ook deed in Skyfall. In Bangkok moeten de spelers op zoek naar de afdeling waar de Carver Media Group Network zit. Het bord in de centrale hal waarop alle bedrijven staan die het pand onderdak biedt, puilt uit van de Bond-referenties als Auric Industries (niet Enterprises), Graves Corporation, Zorin Industries, P. Galore 1964 en op de eerste etage Quantum.
Er wordt gebungeejumpt van de échte Verzasca Dam, Scaramanga’s Island komt vol in beeld, in het Prater in Wenen ademt alles The Living Daylights tot het winnen van een gele pluchen olifant aan toe, in Mexico betreden ze het Centro Ceremonial Otomí… Maar de kandidaten lijken geen idee te hebben dat ze heilige James Bond-grond betreden. Natuurlijk, een ritje in een Aston Martin met alle snufjes erop en eraan; dat is voor iedereen, liefhebber van 007 of niet, een jongensdroom en zó iconisch 007, je moet blind én doof zijn om dat niet aan James Bond te linken. Zelfs de jankzusjes herkennen de most famous car in the world.
Ach, en zo is het wel even vol te houden tot zich weer écht Bond-nieuws aandient. Wees er trouwens snel bij als je nog een Goldfinger-LP wil, want er zijn er momenteel nog minder dan honderd in voorraad, meldt La-La Land Records in een brandbrief. Ik verwacht trouwens binnenkort wel weer iets nieuws van het platenlabel. Wat te denken van jubileumuitgaven van A View to a Kill en GoldenEye? Dat is toch niet te veel gevraagd?
Op 89-jarige leeftijd is de Amerikaanse acteur Joe Don Baker overleden, meldt 007.com op social media. Baker speelde in de Bond-films zowel de rol van schurk als die van 007’s bondgenoot.
Joe Dan Baker was een veelgevraagd bijrolacteur voor film en tv-series. Zijn doorbraak kwam echter met een hoofdrol in de film Walking Tall (1973), waarin ook de onlangs overleden Bruce Glover speelde.
Andere bekende producties waarin hij te zien was: Cool Hand Luke (1967), de tv-serie Edge of Darkness (1985) van Bond-regisseur Martin Campbell, Cape Fear (1991) van Martin Scorsese, met Pierce Brosnan in Mars Attacks! (1996) en zijn laatste film Mud (2012).
In The Living Daylights (1987) werd hij gecast als wapenhandelaar Brad Whitaker, die het samen met Jeroen Krabbés generaal Koskov opneemt tegen Timothy Dalton als James Bond. Na één film afwezigheid, werd hij teruggevraagd voor de eerste twee Bond-films met Pierce Brosnan: GoldenEye (1995) en Tomorrow Never Dies (1997). Daarin speelde hij CIA-agent Jack Wade. Na zijn tweede korte verschijning, werd niets meer van Wade vernomen. Wel verdiende Joe Don Baker met al zijn drie optredens een vermelding op de filmposters.
„Goh, wat ’n naar bericht! Een buitengewoon aardige collegiale acteur. Ik had, zoals je weet, meerdere scènes met hem, die er — als ik me goed herinner — in een of twee takes op stonden... Sweet memories!”
Jeroen Krabbé
Joe Don Baker was getrouwd en bleef zijn leven lang kinderloos. Hij overleed op woensdag 7 mei.
De Engelse journalist Garth Pearce is vorige maand overleden, meldt The GoldenEye Dossier. Pearce interviewde tijdens zijn 50-jarige carrière alle zes James Bond-acteurs. Ook was hij verantwoordelijk voor de boeken The Making of GoldenEye en The Making of Tomorrow Never Dies.
Volgens The Sun, waar Pearce tot kort voor zijn dood werkte, was hij de enige journalist waar Sean Connery vertrouwen in had. Pearce was volgens diezelfde The Sun tevens de enige die de moeite nam de set te bezoeken van een ruimte-epos dat gedoemd was te mislukken: Star Wars. Een nog tamelijk onbekende Harrison Ford werd de eerste acteur van vele Hollywoodsterren die Pearce gedurende zijn carrière te spreken kreeg.
Michelle Yeoh en Garth Pearce op de set van Tomorrow Never Dies (1997) Foto: Keith Hamshire
Garth Pearce overleed op 5 februari op 77-jarige leeftijd na een kort ziekbed.
Tweevoudig James Bond-regisseur Martin Campbell (81) staat nog steeds open voor een derde Bond-film. Dat zegt de Nieuw-Zeelandse regisseur tegen ScreenRant. Het is niet voor het eerst dat Campbell zich aanbiedt.
Daisy Ridley en Martin Campbell op de set van Cleaner (2025)
Met Martin Campbell als Bond-regisseur kan Eon Productions zich geen buil vallen, getuige zijn eerdere werk voor de franchise: GoldenEye (1995) en Casino Royale (2006). Beide films worden gezien als hoogtepunten uit de Bond-serie. Tevens brachten beide films een debuterende James Bond voor de camera. En dat is waar voor Campbell de uitdaging licht.
„I wouldn’t say no. The point is that I love Bond. Bond is something I grew up with, right? Way back to Dr. No, when I took my mother to see it. And Bond is, always for me, an event picture. The point is, when I used to see Bond, it was an event. And that's what’s so great about them. The budgets are big, the action’s terrific, and the character’s terrific.”
Volgende week staat de Amerikaanse première van zijn nieuwste actiefilm Cleaner gepland, met in de hoofdrollen Daisy Ridley en Clive Owen. Een Nederlandse release van de film is nog niet aangekondigd. Het volgende project dat voor Campbell op stapel staat is de productie Dedication, opnieuw met Daisy Ridley.
Over Bond 26 is verder nog niets bekend. Het schijnt dat Eon Productions overhoop ligt met Amazon, de techgigant die na de overname van filmstudio MGM drie jaar geleden mede-eigenaar is geworden van de James Bond-films.
Bestaat er zoiets als ‘het duurt te lang’? Hoe lang kan iets duren totdat het te laat is? Dat het over is en dat we nooit meer een nieuwe James Bond-film te zien krijgen?
Het is weer tellen geblazen, want hoewel het echt nog wel even duurt voordat we dat magische gat van zesenhalf jaar tussen Licence to Kill en GoldenEye
naderen, beginnen de jaren inmiddels wel te tellen. Helemaal als je
bedenkt dat er nog steeds geen concrete plannen zijn. Althans, voor
zover bekend. Maar het lijkt me een utopie te bedenken dat er op dit
moment achter de schermen spijkers met koppen worden geslagen.
Om het interbellum tussen Timothy Dalton en Pierce Brosnan te evenaren, hebben we vanaf nu nog drie jaar te gaan. Is te doen, zou je zeggen, maar zolang eerst Chitty Chitty Bang Bang moet worden geremaked om te kijken of het klikt tussen Eon en Amazon, is die drie jaar voorbij voordat Barbara er erg in heeft en zitten we nog steeds zonder nieuwe Bond. Een nieuw record ligt in het verschiet. Een diepterecord wel te verstaan.
James Bond zal geduldig wachten en wij met hem. Hoe graag we die nieuwe film ook willen; áls hij terugkomt, hoe lang dat ook duurt, zal hij inslaan als een bom. Van geen enkel filmpersonage vraagt de wereldpers zich zo massaal af wanneer hij terugkomt of dat het echt afgelopen is. Getuige de laatste minuten van No Time to Die is dat geen absurde gedachte, ondanks dat de aftiteling belooft dat hij terugkeert. Achteraf gezien is het natuurlijk hoogst onhandig geweest om Bond om te brengen zonder toekomstplan. Dan kun je nog zo hard aftitelen ‘James Bond Will Return’, als hij vervolgens na drie jaar nog steeds niet is opgestaan — Jezus had er slechts drie dagen voor nodig.
Als het om James Bond gaat, en zeker als we straks die nieuwe man gepresenteerd krijgen, zal elk zichzelf respecterend medium weer volop meetieren met de hausse. Bond blijft de gemoederen bezighouden zoals geen ander fictief personage dat kan. Wat dat betreft maakt het dus niet uit dat het deze keer allemaal wat langer duurt. Áls hij terugkeert, doet hij dat met veel bombarie.
Dat het met trompetgeschal zal gaan, heeft hij ook wel nodig. Voor jou en mij die het nieuws (welk nieuws?) rond James Bond op de voet volgen, is hij ondanks zijn afwezigheid nooit echt weggeweest. Maar de toevallige bioscoopvoorbijganger moet bij de kladden worden gegrepen: hij komt terug!
Zo ging ik vijf jaar geleden op kraamvisite bij een collega, zegt haar echtgenoot die schijnbaar van mijn afwijking afwist: ‘Ik heb wel zin om dit weekend naar James Bond te gaan…’ Dit moet in februari 2020 zijn geweest, een maand voordat James Bond van april naar november werd verplaatst en daarna nog tweemaal werd doorgeschoven.
Hieruit blijkt maar dat de bioscoopganger helemaal niet met James Bond bezig is en komt kijken wanneer het hem uitkomt. Dat zij nu al ruim drie jaar (‘Drie jaar alweer?’, zeggen ze dan) niet naar een nieuwe Bond-film zijn geweest, valt ze helemaal niet op. Als de aankondig van de nieuwe 007 overal weer te zien is, schrikken ze ineens wakker en willen ze wel komen, zelfs als de film nog niet draait.
Er zijn ook mensen die weinig tot niets met Bond hebben (het overgrote deel van de wereldbevolking). Zo bleek onlangs tijdens een werklunch. Een vrouwelijke collega stond nogal te kijken van mijn hobby, zoals ik James Bond noem. Zelf had zij er helemaal niets mee. Haar man ging wel eens kijken, maar verder kon ze zich geen voorstelling van mijn gekte maken. Terwijl wij normaal gesproken goed met elkaar overweg kunnen, meende ik zelfs een bepaalde spot in haar woorden te ontwaren. Geen persoonlijke aanval, meer een compleet andere wereld waarin wij elkaar nooit zullen treffen. En dat hoeft ook helemaal niet.
Nog zo’n moment met een tamelijk nieuwe collega. Prima gozer, behalve als je samen een training volgt en hem wordt gevraagd om de slechtste film die in hem op komt te noemen. ‘James Bond!’, floepte hij eruit. Ik maakte gelijk het gebaar van ‘meen je dat serieus?’ Weer een andere collega zag mijn verbolgenheid en merkte later op ‘Je was aangedaan hè?’ Dat was ik zeker. Een steek onder water. Bóven water zelfs. Zo open en bloot, het voelde als verraad.
Hoeveel hij ook wordt beschimpt, voor James Bond zal het nooit te laat zijn. Hij komt wanneer hij komt. Hij komt wanneer het zijn tijd is. Vooralsnog heeft hij alle tijd van de wereld.
Dat kun je ook beschouwen als luxepositie. Voor degenen die zich James Bond nog herinneren van vroeger, zal het een vrolijk weerzien zijn, ook al is zijn oogopslag veranderd. Voor de nieuweling, de tiener die met zijn vader naar de bios gaat, gaat er een nieuwe wereld open. Of hij vindt er niks aan, kan ook nog. Either way, James Bond zal zijn publiek opnieuw vinden, dat heeft hij altijd gedaan. Al ging het vroeger wat soepeler omdat we de eerste 27 jaar nooit zonder nieuwe film in het verschiet zaten.
Het kan zomaar tien jaar duren voordat Bond herrijst, en over tien jaar komt hij zeker terug omdat het romanpersonage dan te grabbel ligt voor iedereen die er iets mee wil. Minus alle aan Eon Productions gelieerde copyrights, zoals muziek, logo’s en aanverwante trademarks, maar dat is een ander verhaal.
Vraag ik mij ondertussen wel af of ik Barbara Broccoli moet blijven steunen in haar standvastigheid. Niet dat het een of het ander enig verschil maakt, want ik kan heel vaak roepen dat zij ook maar een mens is en tegenover ons geen verplichting heeft een film te maken, daar krijgen we echt niet sneller een film mee. Aan de andere kant zie ik ook dat die hele Bond-kloek vastzit en onwrikbaar lijkt. Goed, het zijn minkukels daar bij Amazon, daar wil ik met alle plezier in mee, maar daar liggen voor 50 procent wel de rechten van onze filmheld, dus er moet links of rechts van welke kant dan ook worden meegegeven. Bovendien doet Amazon het zonder Bond ook prima, en de online winkel van Eon Productions trouwens ook, maar Eon heeft Amazon eerder nodig dan andersom. Dus een beetje water bij de wijn is gewoon noodzakelijk. En wat zou het als Amazon een belabberde spin-off over een willekeurige 00-agent de streamingether in schiet? Alsof Road to a Million zo’n artistiek hoogtepunt is. Waar blijft dat tweede seizoen trouwens?
Mag ik ook deze keer weer afsluiten met een pluim voor dat o zo heerlijke platenlabel La-La Land dat deze keer Licence to Kill uit de hoge hoed tovert. Hoewel een van de mindere Bond-scores, verdienen wij natuurlijk wel een complete soundtrack van wijlen geweldenaar Michael Kamen, van wie ik liever Lethal Weapon of Robin Hood hoor. Wie weet overtreft deze deluxe edition de stoutste verwachtingen. We hebben een firma als La-La Land broodnodig in tijden van deze ongewilde Bond-loze jaren. James Bond heeft dan wel alle tijd van de wereld, wij hebben dat zeker niet.
De brand die gisteren uitbrak in Somerset House is inmiddels onder controle. Het 18e-eeuwse voormalige paleis in hartje Londen deed tweemaal dienst als locatie in de James Bond-films.
In GoldenEye (1995) is de binnenplaats van Somerset House te zien als een stukje Sint Petersburg. James Bond en CIA-contactpersoon Jack Wade stranden daar wanneer Wades blauwe barrel, een ZAZ-965A, het begeeft. Terwijl Wade de wagen weer aan de praat probeert te krijgen, is op de achtergrond Somerset House te zien.
De film daarop, Tomorrow Never Dies (1997), toont het neoklassieke gebouw opnieuw, maar dan vanuit een andere hoek. Hierin zien we James Bonds Aston Martin DB5 door de poorten rijden op weg naar het Ministerie van Defensie.
Het historische bouwwerk doet tegenwoordig dienst als kunstcentrum. Somerset House herbergt een kunstcollectie met werken van onder meer Cézane, Manet en Van Gogh. Van Van Gogh hangt er het beroemde zelfportret met verbonden oor. De kunstwerken zijn tijdens de brand niet in gevaar geweest.
Somerset House doet vaker dienst als filmdecor. Zo was het gebouw te zien in onder meer Sherlock Holmes en Harry Potter.
Pierce Brosnan was bij nader inzien toch wel een van de beste James Bonds. Net als Sean Connery dat was voor de jaren 60 en Roger Moore voor de jaren 70, was Pierce Brosnan dat voor de jaren 90. Onlangs zag ik met mijn vader de Brosnan-trilogie terug. Hij genoot ervan, en ik met hem.
Het blijft een schande dat Pierce Brosnan twintig jaar geleden met een simpel telefoontje werd bedankt voor zijn trouwe diensten voor koningin, vaderland en de rest van de wereld. Hij moest ophoepelen omdat de producenten van de films een andere kant op wilden met hun franchise. Toentertijd hadden de Bond-makers tenminste nog wel een visie.
Waren ze met het wegwerken van de perfecte James Bond even vergeten dat deze man 007 naar het nieuwe millennium had geloodst? Was de geheim agent begin jaren 90 op sterven na dood, met de juiste ingrediënten en de juiste hoofdrolspeler werd de misogynist dinosaur gereanimeerd en levend gehouden tot het magische jaar 2000. Dat 007 het zó lang zou volhouden, daar hadden hun vader en zijn compagnon, toen zij James Bond begin jaren 60 naar het grote scherm brachten, nooit van kunnen dromen. Met Pierce Brosnan als vaandeldrager werd het in 1995 al gauw duidelijk: James Bond kon op deze manier nog jaren mee.
Voor de verandering begon ik de Brosnan-trilogie maar eens aan het eind. The World Is Not Enough bestaat dit jaar vijfentwintig jaar en ik had gewoon weer eens zin om een van mijn minst geliefde Bond-films te herkijken (minst geliefd, maar een film waar ik bepaald geen hekel aan heb). Samen met mijn vader dus.
The World Is Not Enough (1999)
Zijn reacties op de doldwaze stunts met de Q-boat, en tot mijn stomme verbazing riep hij toen Q in beeld kwam: ‘Stop! Stop! It isn’t finished!’; Bond die zijn stropdas herschikt als hij met het bootje onder water verdwijnt; de besneeuwde pieken van Chamonix; de herkenning als Robbie Coltrane in beeld verschijnt; de snoekduik van de Maiden’s Tower. Mijn vader reageerde zoals ik graag zelf weer verrast zou worden bij een Bond-film, welhaast kinderlijk. En nee, hij mankeert van alles, maar dement is hij niet.
Mijn vader is een normale bioscoopganger. James Bond ziet hij graag, maar het hoeft niet gelijk op de premièredag. En zo heeft hij The World Is Not Enough (die hij in 1999 toevallig wél op de premièredag zag omdat ik bij Grolsch zes kaartjes had gewonnen) in een kwart eeuw nog wel enkele keren voorbij zien komen, op dvd en op tv. Maar veel van zo’n film verwatert, zodat je een veel frissere kijk op James Bond houdt en je jezelf dus kunt laten verrassen door een stunt waarvan je niet precies meer weet hoe hij afloopt.
Bij de aftiteling kwam mijn vader tot de conclusie dat dit toch wel een van zijn favoriete Bond-films was en Pierce Brosnan een van zijn favoriete Bonds. Die oudjes met Connery en Moore zijn ook leuk hoor, maar die met Brosnan zijn spectaculairder en ogen, ook na vijfentwintig jaar, nog modern genoeg. Puur vermaak, weinig tijd om na te hoeven denken, gewoon domweg genieten van de capriolen op het scherm en verder geen quasi gepsychologiseer.
The World Is Not Enough (1999)
Het mooie van alles: ook ik had een prima James Bond-film gezien. Het was voor mij de beste vertoning van The World Is Not Enough in vijfentwintig jaar. Zelfs op de premièredag had ik niet zo van de film genoten als deze keer; dat had overigens meer te maken met het feit dat ik in de veronderstelling verkeerde dat ik op dé première in Amsterdam aanwezig zou zijn. Maar in plaats van bij de Tuschinski zag ik de film in City, terwijl Desmond Llewelyn en Denise Richards op dat moment luttele kilometers verderop bij het koninklijk theater uit een limousine stapten. Dat heeft mijn onnozele ik de hele film dwarsgezeten.
De week daarna Tomorrow Never Dies, opnieuw genieten geblazen, en ook deze kreeg van mijn vader het stempel ‘een van de beste’. Deze Bond-film zagen we eveneens voor de eerste keer samen in de bioscoop, één dag vóór de uiteindelijk release. Ik herinner mij nog goed hoe het White Knight/Surrender-thema beklijfde. Die pure Bond-sound. Ook de song aan het einde was een traktatie en hield mij de gehele aftiteling in mijn bioscoopstoel. Vooral de titelsequentie van Daniel Kleinman vond ik destijds overweldigend. Ik bleef maar denken ‘dit is nieuw, dit is nieuw…’.
Tomorrow Never Dies (1997)
En recentelijk vertoonde Pathé tot mijn grote genoegen GoldenEye. Die ik ook voor de eerste keer met mijn vader zag, na het winnen van een prijsvraag uit de Zondagskrant. Daarvoor moest ik enkele weken achter elkaar James Bond-plaatjes uit de krant knippen en een aantal vragen beantwoorden (waaronder ‘In welk land komt James Bond in GoldenEye voor de eerste keer?’). Het formulier leverde ik eigenhandig in bij de redacteur om er zeker van te zijn dat mijn inschrijving in goede orde werd ontvangen.
De voorstelling was op een woensdagmiddag in de inmiddels verdwenen Brinkmann-bioscoop in Haarlem. Een sfeerloze jaren 80 bakstenen popcornkelder waar je nog niet dood gevonden wil worden. We zaten er met zeven winnaar-koppels en ontvingen per paar een GoldenEye-sweater en een GoldenEye-pin (die ik later op mijn portemonnee bevestigde waarna ik hem ben kwijtgeraakt). Voor wie de eerste twee James Bond-films wist op te schrijven, was er tevens de 30th Anniversay Collection te winnen. Een cd die ik al had, maar ik kon de vraag onmogelijk fout beantwoorden.
Nadat de koppels de koppen bij elkaar staken om tot een totaal van twee Bond-films te komen, en de jury zich over de antwoorden had gebogen, werd vermeld dat slechts één iemand de vraag goed had beantwoord. Ik zette gelijk een stap naar voren. In plaats van applaus ontving ik meewarige blikken, de winnaar was immers nog niet eens omgeroepen. Snotaap.
In die periode, in het najaar van 1995, was de informatie over nieuwe films nog niet zo alomtegenwoordig als vandaag de dag. Een filmtrailer zag je als je mazzel had één keer in zijn geheel voorafgaand aan een bioscoopvoorstelling, op televisie moest je zoeken om een geamputeerde versie tegen te komen. Ik wist voor aanvang van GoldenEye bar weinig over het verhaal of de hoofdrolspelers. GoldenEye is de eerste Bond-film die ik in de bioscoop zag, en de laatste die mij nog compleet kon verrassen.
Na het huidige weerzien met GoldenEye besloot mijn vader dat Pierce Brosnan toch wel een van de beste James Bonds was. Ik kon hem geen ongelijk geven. Eerder opteerde ik voor Bond 26 voor de nieuwe Roger Moore, maar ik geloof dat de nieuwe Pierce Brosnan beter op zijn plaats is; het oude vertrouwde James Bond-gevoel in een modern jasje.
‘Pierce Brosnan heeft toch maar drie Bond-films gemaakt?’, vroeg mijn vader nog. Ik heb hem maar in die waan gelaten…
Pathé brengt deze maand James Bond-klassiekers terug in de bioscoop. Vanaf donderdag 13 juni is dat The Spy Who Loved Me (1977), de derde Bond-film met Roger Moore in de hoofdrol met een glansrol voor de boomlange Richard Kiel als Jaws. Kijk hier waar de film draait.
Een week later op 20 juni is GoldenEye (1995) van Martin Campbell aan de beurt. Het James Bond-debuut van Pierce Brosnan als 007 met Famke Janssen als de dame met de dodelijke dijen. Kaarten voor GoldenEye zijn hier te verkrijgen.
Tot slot op 27 juni Casino Royale (2006). Wederom een Bond-debuut, ditmaal van Daniel Craig als de geheim agent die wederom onder regie van Martin Campbell de serie nieuw leven inblies. Meer info over Casino Royale bij Pathé is hier te vinden.
Wie snel is kan deze dagen nog terecht bij Goldfinger (1964). De derde film uit de Bond-reeks die een ware goudader voor de producenten bleek te zijn. Nog steeds zeer de moeite waard. Goldfinger draait nog in een beperkt aantal bioscopen.
Judi Dench neemt geen nieuwe acteerklussen meer aan. De 89-jarige actrice lijdt al jaren aan een oogziekte waardoor haar zicht verslechtert. Inmiddels is haar zicht zo beperkt dat werken niet meer gaat.„Nee, nee, ik kan niet eens zien”, antwoordde Dench desgevraagd toen een journalist van de Britse krant The Guardian haar afgelopen weekend vroeg of ze plannen heeft voor nieuwe acteerklussen.
Vertegenwoordigers van de actrice laten weten dat er niets valt toe te voegen aan haar uitspraak. Dench heeft al vaker laten vallen dat haar zicht achteruitgaat. Ze lijdt sinds 2012 aan maculadegeneratie, waar haar moeder ook aan leed.
In 2021 vertelde de actrice dat ze haar scripts niet meer zelf kan lezen en dat haar vrienden haar helpen met het instuderen van teksten. Vorig jaar zei ze in de Daily Mirror dat werken op een set steeds lastiger voor haar wordt.
Judi Dench met Daniel Craig op de set van Skyfall (2012)
„Ondanks alles probeer ik zoveel te werken als ik kan”, zei de Britse destijds. „Ik heb namelijk een enorm grote angst voor saaiheid. Ik heb onlangs ook een tatoeage genomen met de tekst ‘carpe diem’. Een motto dat iedereen zou moeten hebben.”
Dench was in 1964 voor het eerst in een film te zien, als Miss Humphries in The Third Secret. Later speelde ze ook onder meer in Shakespeare in Love, waarmee ze de Oscar voor beste vrouwelijke bijrol won. Daarnaast is ze bekend als M in zeven James Bond-films. De actrice was voor het laatst te zien in de film Spirited uit 2022.
Video- en fotorechten voorbehouden aan Danjaq LLC. / Eon Productions, United Artists Co., Amazon MGM Studios, Columbia Pictures, 20th Century Fox Home Entertainment, Sony Pictures Inc., Universal Pictures