Films en seriesFilms en series
Posts tonen met het label Blofeld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Blofeld. Alle posts tonen

dinsdag 24 februari 2026

Hoe zat het ook alweer met ‘Never Say Never Again’?

Even voor dat handjevol kijkers dat tijdens het kijken naar de James Bond-films op Netflix ineens Never Say Never Again tegenkomt en zich afvraagt hoe die film in de chronologie van de reeks past. Want hoezo is er weer een Largo en een Domino en gaat Bond opnieuw achter gestolen nucleair materiaal op de Bahama’s aan?


Niet verder vertellen, maar niet iedereen vindt dat Never Say Never Again bij de Bond-serie hoort. Hoe dat komt? Deze film uit 1983 met Sean Connery als James Bond in de hoofdrol is niet geproduceerd door de familie Broccoli. De familie die al die andere 25 films wél heeft gemaakt.

Dat heeft weer te maken met filmplannen van eind jaren 50 waar Bond-schrijver Ian Fleming bij betrokken was, die het samen met wannabe filmmaker Kevin McClory tijd vond voor een heuse James Bond-film. Samen met scenarioschrijver Jack Whittingham werkten zij aan een filmscript dat uiteindelijk nooit van de grond kwam.

Fleming op zijn beurt leverde in die tijd nog ieder jaar trouw een Bond-boek af en aangezien het filmplan strandde, gebruikte hij het verhaal dat hij met McClory en Whittingham had ontwikkeld, hoppa, voor zijn volgende roman: Thunderball. Zonder vermelding van het eerder genoemde tweetal.

Dat had hij beter niet kunnen doen...


Fleming voelde zich onaantastbaar; James Bond was toch immers zijn geesteskind?  

McClory spande een rechtszaak aan die Fleming niet in de koude kleren ging zitten. De fragiele vijftiger die stevig rookte en dronk, kampte al met hartklachten. Deze stressvolle periode deed hem weinig goed.

Ondertussen klopten Harry Saltzman en Albert R. Broccoli bij hem aan. Ook zij wilden films maken van zijn boeken. Thunderball, het nieuwste avontuur van dat moment, leek ze een mooi project om mee te beginnen. De filmrechten van het eerste Bond-boek Casino Royale waren namelijk al in handen van een ander, maar de rest van de filmrechten lag nog open. Het drietal kwam overeen dat alle filmrechten naar het producentenduo ging, inclusief alle verhalen die Fleming nog zou gaan schrijven.

Door de rechtszaak rond Thunderball besloten Saltzman en Broccoli zich verder niet aan dat dossier te branden, ze richtten hun pijlen op Dr. No om mee te beginnen. Er waren immers genoeg verhalen voorhanden om zich in vast te bijten.

Albert R. Broccoli, Ian Fleming, Sean Connery en Harry Saltzman

Dr. No
verscheen in de herfst van 1962 en werd een bescheiden succes. De volgende film From Russia with Love stond al in de steigers en met de komst van de derde, Goldfinger, kon niemand meer om James Bond heen. Binnen twee jaar tijd verschenen drie Bond-films, het succes van de serie werd groter en groter.

De filmrechten van Thunderball waren inmiddels bij Kevin McClory beland. Ian Flemings gezondheid ging hard achteruit. Een maand voordat Goldfinger in première ging, overleed de geestelijk vader van James Bond.

Door het succes van de films rook McClory zijn kans. Ook hij wilde een graantje meepikken van de Bond-manie die was gecreëerd door Saltzman en Broccoli. Er was alleen één probleem: hoe kon hij ooit gebruikmaken van de grote troef van Saltzman en Broccoli? Namelijk de man die voor bioscoopbezoekers over de hele wereld de belichaming was geworden van James Bond: Sean Connery.

Saltzman en Broccoli zaten op hun beurt met McClory in hun maag. De eenling had immers de filmrechten van Thunderball en daar mocht hij mee doen wat hij wilde. Wat nu als zij McClory eenmalig zouden inlijven?

Kevin McClory

McClory hapte toe. Voor de verfilming van Thunderball (1965) stelden Saltzman en Broccoli zich op als ‘presenters’, McClory kreeg de eervolle vermelding als ‘producent’. In het contract dat zij McClory lieten ondertekenen, stond dat hij de komende tien jaar niets met zijn Thunderball-rechten mocht doen. Het producentenduo had op dat moment geen plannen om nog tien jaar met James Bond door te gaan. Win-win.

Voor McClory was het een buitenkansje. Hij stapte een geoliede filmproductiemachine binnen, hij kon op de Bahama’s zijn contacten en liefde voor de duiksport inzetten, ook stond hij erop dat deze Bond-film in het brede Panavision zou worden geschoten. En wie weet kon hij voor de volgende Bond-productie ook een plaatsje veroveren naast Saltzman en Broccoli...


Na Thunderball was het exit Kevin McClory. Saltzman en Broccoli bouwden gestaag verder aan hun James Bond-filmimperium. Dit keer met het megalomane plan van een uitgeholde vulkaan. McClory had zijn dienst bij de vorige film bewezen – Thunderball was een officiële James Bond-film geworden – ze hadden hem verder niet meer nodig.

In de loop van de jaren die volgden, nam de frequentie van de James Bond-films iets af; in plaats van ieder jaar verscheen er nu om de twee jaar een nieuwe film. Tussen het ooit zo succesvolle duo Saltzman en Broccoli liep het inmiddels wat stroef. Broccoli bleef zich, met uitzondering van Chitty Chitty Bang Bang uit 1968 (ook naar een verhaal van Ian Fleming), volledig inzetten voor James Bond. Saltzman op zijn beurt produceerde talloze andere films. Soms met succes, maar ook met minder succes.

Saltzman had zijn hand verspeeld en moest zijn Bond-rechten verkopen. In plaats van die rechten te verkopen aan een andere producent, sprong filmdistributeur United Artists in dat gat. Vanaf dat moment werd Albert R. Broccoli als soloproducent verantwoordelijk voor James Bond met United Artists als mede-eigenaar.

Broccoli bracht een team samen om voor het eerst zonder Saltzman een Bond-film van de grond te krijgen: The Spy Who Loved Me. Op dat moment een enorme gok. Aartsvijand Ernst Stavro Blofeld, de baas van misdaadorganisatie SPECTE die het James Bond in vele eerdere avonturen moeilijk maakte, zou terugkeren met een nieuw wereldvernietigend plan.


Maar daar had Broccoli even niet meer op Kevin McClory gerekend. De tien jaar sinds Thunderball waren inmiddels verstreken en alles wat dat verhaal aanging, zoals Blofeld en SPECTRE die voor het eerst opdoken in het gelijknamige boek van Ian Fleming, behoorden toe aan McClory.

Broccoli zette een streep door zijn plannen en maakte van Blofeld een nieuwe boef: Karl Stromberg. Andere naam, zelfde streken. Kwestie opgelost.

Kevin McClory op zijn beurt probeerde vanaf dat moment zijn eigen Bond-film te maken, zíjn remake van Thunderball, getiteld Warhead. Grootste troef: de terugkeer van Sean Connery! Broccoli filmde stug verder met zijn James Bond, Roger Moore, die inmiddels een eigen fanschare had gecreëerd en bewezen had een lucratieve 007 te zijn.

Broccoli maakte het McClory ook niet makkelijk, want door alles wat te ver afweek van het originele Thunderball-verhaal en te veel aanschurkte tegen de James Bond van Broccoli, moest een streep. De productie van de McClory-film liet daarom jaren op zich wachten, totdat begin jaren 80 dan eindelijk het startsein kon worden gegeven. Inclusief Sean Connery na twaalf jaar terug als James Bond. Had hij bij zijn afscheid van de Saltzman/Broccoli-film Diamonds Are Forever (1971) gezworen nooit meer James Bond te spelen, daar moest hij nu op terugkomen. Dat bracht zijn vrouw Micheline op een idee: Never Say Never Again opperde zij. En zo geschiedde.

Het werd in 1982/1983 The Battle of the Bonds genoemd: Broccoli met de productie van Octopussy tegen McClory met Never Say Never Again. Oftewel: Roger Moore tegen Sean Connery. Die laatsten hadden hier echter alleen maar schik in, ze werden er immers leuk voor betaald. De acteurs gingen al jaren vriendschappelijk met elkaar om, van rivaliteit tussen die twee was geen sprake.


En ook aan de kassa mochten beide films niet klagen. Octopussy trok volle zalen in de zomer van 1983, terwijl Never Say Never Again naar het najaar van 1983 werd verplaatst. Het publiek kreeg dat jaar de kans twee James Bond-films in de bioscoop te bezoeken. En die kans werd gretig benut.

Kevin McClory heeft daarna nog verschillende pogingen gewaagd een remake van een remake te maken. Hij had immers enkel de rechten van één Bond-verhaal. Zover is het nooit gekomen. Toen de producent in 2006 overleed, bleven zijn erven met de Bond-rechten achter. Die werden in 2013 verkocht aan de erven-Broccoli, die op dat moment al jaren de Bond-films produceerden na het overlijden van hun vader Albert R. ‘Cubby’ Broccoli in 1996.

Met de filmrechten van SPECTRE terug bij de Broccoli’s, bedachten zij zich geen moment. Met wat kunst- en vliegwerk werd de misdaadorganisatie die eind jaren 50 werd bedacht, ingebed in de verhaallijn van de James Bond-films met Daniel Craig. Zie daar de film Spectre uit 2015 in de officiële Bond-canon.


Never Say Never Again
valt net als alle andere Bond-films ook onder Amazon, vandaar dat er op Netflix nu 26 Bond-films staan. Never Say Never Again werd gedistribueerd door Orion Pictures, dat later werd overgenomen door MGM en vervolgens terechtkwam bij Amazon toen de techgigant enkele jaren geleden MGM inlijfde. MGM had United Artists, de mede-eigenaar van James Bond na het vertrek van Harry Saltzman, begin jaren 80 al overgenomen.

Hoezeer Never Say Never Again ook op een James Bond-film lijkt en hoe fantastisch Sean Connery er uitziet met zijn toupet en tuxedo, de film blijft toch altijd een buitenbeentje. Geen James Bond Theme, geen gunbarrel, geen 007-logo. Je zult de film niet in een officiële Bond-box aantreffen. Zo werd Never Say Never Again recentelijk uitgesloten van de Sean Connery 6-film Collection op 4K van vorig jaar en de telling voor de volgende Bond-film gaat, na de 25e film No Time to Die, verder met Bond 26. Als ze bij Amazon MGM Studios niet opnieuw bij 1 beginnen.

Never Say Never Again verscheen op 14 februari 1990 als eerste James Bond-film op de Nederlandse tv. De commerciële zender RTL Veronique (RTL 4) was op dat moment net in de lucht en loofde prijzen uit aan kijkers die 4 op 4 zetten (het zoeken van zenders ging in die tijd nog handmatig): ‘Als ze Veronique op de voorkeuzetoets 4 van hun toestel hebben gezet en een grote opvallende 4 op hun raam hebben geplakt, lopen ze kans vier maal vierhonderd gulden te winnen en misschien een auto.’ Rob Out, destijds programmabaas bij Veronica, leek het een goede idee om James Bond voor de publieke omroep in te zetten, zodat niet iedereen op RTL 4 zou afstemmen.

De uitkomst laat zich raden. Met James Bond valt niet te spotten...

De Telegraaf, 16 februari 1990

vrijdag 21 januari 2022

Honderdste geboortedag Telly Savalas

Vandaag is de honderdste geboortedag van Telly Savalas. De Amerikaanse acteur speelde de rol van Blofeld in On Her Majesty’s Secret Service (1969). Savalas overleed op 22 januari 1994, een dag na zijn 72e verjaardag.

Als eerbetoon de hoogtepunten van Telly Savalas in die heerlijke zesde James Bond-film:

Savalas was de derde acteur in de rol van Blofeld. Eerder gaven Anthony Dawson en Donald Pleasence gestalte aan de aartsvijand van James Bond.

Zie ook: Telly Savalas (1922 – 1994).

zaterdag 4 september 2021

Een episch einde

Alles wat James Bond sinds Casino Royale meemaakte, heeft geleid tot No Time to Die. Dat wat hij allemaal beleefde tussen 2006 en nu is verhaald in de vier films vóór de grote apotheose eind deze maand. Dit gegeven wordt kracht bijgezet door de aankondiging dat we afstevenen op een ‘episch einde’. Gewichtige woorden die passen bij een doorlopende verhaallijn, zoals de Bond-films met Daniel Craig zich gaandeweg hebben gemanifesteerd, maar evenzogoed van toepassing zijn op de films met Sean Connery uit de jaren 60.


Persoonlijk vind ik het een enorme winst dat pak ’m beet de Felix Leiter uit de Craig-films wordt gespeeld door dezelfde Jeffrey Wright. Dat geldt voor alle terugkerende personages uit de Bond-films van de laatste 15 jaar. Het versterkt het gevoel dat we hier film op film aan hetzelfde verhaal aan het bouwen zijn.

SPECTRE-agent Dr. No

De James Bond-films met Sean Connery bewandelen verhaaltechnisch eenzelfde soort pad. Waarin, net als bij Craig, de derde film een opzichzelfstaand verhaal is. Connery’s Bond kruist in zijn eerste film de degens met de misdadige Dr. No uit de gelijknamige film. Dr. No is een agent van SPECTRE. Een misdaadorganisatie afkomstig uit slechts drie boeken van Ian Fleming, maar door de filmmakers handig geadopteerd als het ultieme kwaad verspreid over een groot aantal films.

From Russia with Love is zonder gedoe een direct vervolg op Dr. No. Naast Bond zien we dezelfde M en Moneypenny terugkeren. Ook Bonds eerste verovering Sylvia Trench is weer van de partij. Zij maakt de opmerking dat ze hem zes maanden niet heeft gezien nadat hij naar Jamaica vertrok, daar waar Dr. No zich afspeelt. De vijand heeft bovendien een val voor Bond opgezet om niet alleen een Lektor-decodeermachine in handen te krijgen, maar gelijk wraak te kunnen nemen op de dood van hun agent Dr. No.

Enig kinkje in de continuïteitskabel is wellicht het optreden van Desmond Llewelyn als de nieuwe wapenmeester, de latere Q, een rol die in de eerste film door Peter Burton wordt gespeeld. Ze heten op de aftiteling beiden ‘Boothroyd’. De rol is in beide films nog marginaal en zal pas vanaf de volgende vorm krijgen.

Deze volgende film Goldfinger is een buitenbeentje, want heeft niets met SPECTRE te maken. Wel komen naast Bond de inmiddels bekende figuren M en Moneypenny terug en dezelfde Q als in de vorige film, dat zal vervolgens zo blijven. Felix Leiter is ook weer van de partij, maar in een compleet andere gedaante. Het was aanvankelijk de bedoeling dat dezelfde Felix als in Dr. No, Jack Lord, terug zou komen. Maar Lord zag de Bond-films meer als de avonturen van James en Felix en wilde derhalve gelijk behandeld worden als Connery — ajuu Jack Lord, welkom Cec Linder die in niets lijkt op zijn voorganger.

Jack Lord en Sean Connery, Dr. No (1962)

Sean Connery en Cec Linder, Goldfinger (1964)

Hier zit een grote stijlbreuk, wat niet meehelpt aan de veronderstelling dat we voortborduren op Bonds eerdere avonturen. Nu is het flamboyante Goldfinger een prettige onderbreking van het gevecht tegen SPECTRE. Niet dat de misdaadorganisatie in de weg zit, maar Goldfinger is op zichzelf gewoon een lekkere Bond-film.

In opvolgers Thunderball (met voor de derde keer een andere Felix) en You Only Live Twice vervolgen we de strijd tegen SPECTRE en in de laatste krijgen we dan eindelijk het gezicht van het kwaad te zien: Donald Pleasence als Ernst Stavro Blofeld. Pleasence was overigens duidelijk níet dezelfde Blofeld als in From Russia with Love en Thunderball, waar we enkel de stem van de nummer één hoorden en zijn handen zagen. Toch lijkt dit geen groot hiaat te zijn, daar zorgt zijn opmerkelijke uiterlijk wel voor.

Donald Pleasence als Blofeld in You Only Live Twice (1967)

In principe kun je de eerste vier Bond-films zien als opbouw naar dit epische moment, met Goldfinger als smakelijk tussengerecht. Wie de Craig-films roemt om diens doorlopende verhaallijn, heeft eerder niet goed opgelet. Het wordt alleen wel moeilijker deze rode draad te blijven geloven als in On Her Majesty’s Secret Service opnieuw een nieuwe Blofeld opduikt en zelfs een andere James Bond. Toch is dit niets meer dan een vervolg op de strijd tegen SPECTRE evenals in het daaropvolgende avontuur Diamonds Are Forever, met de oude Bond terug op het scherm tegenover wéér een nieuwe Blofeld, namelijk Henderson uit You Only Live Twice... Wie het nog snapt mag zijn vinger opsteken.

In die zin zien we bij de Daniel Craig-films niet veel anders. In retrospectief strijdt Craigs Bond vanaf zijn eerste film al tegen SPECTRE. Het wankele is alleen dat niemand zich daar op dat moment van bewust was, inclusief producenten en schrijvers. Skyfall werd de Goldfinger uit de nieuwe reeks, totdat Spectre zich als opvolger aandiende. Daarover deed ik recentelijk deze duit in het zakje.

De continuïteit in acteurs valt daarentegen zeer te prijzen. Ik vind dat oprecht de grote meerwaarde van de recente reeks Bond-films. Toen Christoph Waltz vier jaar geleden verkondigde niet mee te hoeven doen met Bond 25, hielp ik hem gelijk maar uit de droom: continuïteit was de nieuwe traditie geworden.

Christoph Waltz (links) als Blofeld in No Time to Die (2021)

Richard Kiel als Jaws

Met de komst van Roger Moore begin jaren 70 werd SPECTRE losgelaten. Wie meer wil weten over het hoe en waarom, lees dit artikel nog eens terug. De films met Roger Moore werden meer einzelgängers, ware het niet dat ook hier figuren als Sheriff Pepper, Jaws, Frederick Gray en General Gogol terugkeren.

Blijft natuurlijk wel de vraag wat het overgrote deel van het bioscooppubliek zich nog kan herinneren van Madeleine en haar vader Mr. White, hoe Blofeld de vorige keer eindigde en wat SPECTRE ook alweer inhield. In dat opzicht lijkt mij verhaaltechnisch de aanpak uit de jaren 60 de meest effectieve: meer opzichzelfstaande films met SPECTRE als rode draad.

Het epische einde van de Daniel Craig-saga met de daarbij behorende kippenvel zal enkel zijn volle uitwerking hebben bij de lezers van deze blog uit binnen- en buitenland. Voor het overgrote deel van de bezoekers hoop ik op een minder epische episode; een knaller van een Bond-film die prima op eigen benen kan staan.

dinsdag 3 augustus 2021

Can you be number 1?

Nieuw gezelschapspel SPECTRE

Dat Donald Pleasence ook na 55 jaar nog steeds de ultieme belichaming is van SPECTRE, bewijst het nieuwe bordspel SPECTRE: The Board Game van Modiphius Entertainment. Het spel is vanaf voorjaar 2022 verkrijgbaar.


In dit gezelschapspel moeten de spelers zich door list en bedrog een weg omhoog werken in de misdaadorganisatie om zodoende de nummer één te worden. Hierbij worden ze op de hielen gezeten door James Bond die hun plannen probeert te dwarsbomen.

Als minpunt kan worden aangetekend dat het spel slechts gespeeld kan worden met een maximum van vier spelers. Zo op het eerste gezicht oogt het spel met al die gekleurde fiches en kaartjes nogal ingewikkeld.


De doos met de schurkentronie van SPECTRE’s originele nummer één uit You Only Live Twice (1967) ziet er hoe dan ook onheilspellend mooi uit. Het SPECTRE-logo komt overeen met het symmetrische logo uit de film Spectre (2015). Of het speltechnisch verder een beetje knap in elkaar zit, blijft dat vraag tot er een  oefenpotje kan worden gespeeld.

Zie voor meer informatie de website van Modiphius.

zaterdag 24 juli 2021

What’s in a name?

Mildheid overstemt bij het terugzien van Spectre, de vooralsnog laatst uitgekomen James Bond-film van zes jaar geleden. Toen ik de film voor de eerste keer zag, bleef ik met gemengde gevoelens achter. Wat mij destijds al opviel, maar ik nooit verder heb uitgediept, is het nonchalante gebruik van aliassen die Bond-onwaardig zijn. Duik even mee.


Direct na de begintitels, als Bond een standje heeft gekregen van M vanwege de ravage die hij in Mexico City heeft achtergelaten, verschijnt Max Denbigh ten tonele. Max zou aanvankelijk Bruce heten, een betere naam in mijn optiek, al was het maar omdat we al een handvol Maxen kennen in de Bond-serie, van een papegaai tot een steroïde-experiment.

Bij zijn eerste ontmoeting met James Bond, heeft de geheim agent zonder aarzelen gelijk een alias voor Denbigh in petto:

„I suppose we should call you C now.”
„No no, Max please.”
„No, I think I’ll call you C... C.”
„As you wish.”

Het is een leuk plagerijtje van Bond en past in de lijn M, Q en R. Al rijst de vraag: waar komt die willekeurig klinkende letter zo ineens vandaan?

Het simpele antwoord is dat C staat voor ‘chief’, aangezien Denbigh op dat moment de chef van de samengevoegde geheime diensten MI5 en MI6 is. De échte baas van MI6 ondertekent zijn officiële documenten ook altijd met een C, maar dat heeft niets met de films te maken. Ian Fleming heeft van deze C een M gemaakt. De fictieve M is als hoofd van de geheime dienst inmiddels bekender dan de echte C.

Een iets verder gezochte optie is dat C in Spectre staat voor het Engelse ‘c-word’: cunt. Dat zou betekenen dat iedere keer als Denbigh C wordt genoemd, hij wordt aangesproken met ‘kut’. En Bond maar gniffelen.

Vervelender wordt het als iedereen Denbigh vanaf dat moment C gaat noemen. De volgende dag als Bond en Tanner over de Thames naar Q varen, is de naam C al gemeengoed geworden:

„So that’s C’s new digs.”
„You’ve met him, have you?”

Tanner weet gelijk over wie Bond het heeft. Dat kom omdat M hierover de vorige middag direct een berichtje in de groepsapp heeft geplaatst:

Klik op de afbeelding voor een vergroting

De naam Denbigh wordt één keer in de hele film genoemd, daarna is het alleen nog maar C. Ook Oberhauser/Blofeld is hiervan op de hoogte. De aftiteling conformeert zich eveneens aan Bonds snedige vondst.

Dan Blofeld. Bond is een pestkop, blijkt al uit zijn eerste contact met Denbigh/C. Franz Oberhauser noemt zich sinds twintig jaar Ernst Stavro Blofeld, maar Bond zou Bond niet zijn al hij daar maling aan heeft. Laat hem lekker lullen die gek. Juíst Bond is degene die hem daarin zijn kinderachtige zin niet wil geven, die had Blofeld consequent Franz moeten blijven noemen:

„You’re a hard man to kill, Franz.”
„Whatever.”

Moneypenny met doos

Moneypenny, nog zo iemand. Na het onderonsje met M en C (kijk, daar ga ik al), loopt Bond met vastberaden tred het terrein van MI6 af, Moneypenny achter hem aan: ‘James.’ Ze heeft een doos voor hem. Dit is hoe zij haar lievelingsagent noemt, bij zijn voornaam. Als hij even later vanuit de Aston Martin DB10 in Rome belt, neemt Moneypenny de telefoon op: ‘Bond?’

Wat is er ineens met James gebeurd?

Natuurlijk is er veel meer aan de hand met Spectre dan deze details. Dat ik de film zonder veel moeite terugkijk, heeft ook te maken met het vakmanschap waarmee deze rolprent is gemaakt. Het ziet er allemaal mooi uit, er gebeurt genoeg, de muziek van Thomas Newman ligt fijn in het gehoor en het niet zo beste einde van de film is minder langdradig dan ik mij herinnerde.

Als No Time to Die beter is dan zijn voorganger, en opnieuw zijn mijn verwachtingen torenhoog, draagt Spectre niet meer dat juk van de laatste in de reeks en behoort het 24e filmavontuur tot de middenmoot van de Bond-films.

Een veilige plaats, want bevinden de meeste films zich daar niet?

maandag 9 maart 2020

Max von Sydow (90) overleden

De Zweedse acteur Max von Sydow is op 90-jarige leeftijd overleden. Naast tal van opvallende internationale filmrollen speelde Von Sydow in 1983 de rol van James Bonds aartsvijand Blofeld in Never Say Never Again.


Von Sydow werd bekend door de vele films, twaalf in totaal, die hij in zijn geboorteland Zweden maakte met regisseur Ingmar Bergman. Daarnaast speelde Von Sydow in een veelvoud aan internationale producties onder tal van grote regisseurs: The Exorcist (1973) van William Friedkin; Dune (1984) van David Lynch; Hannah and Her Sisters (1986) van Woody Allan; Awakenings (1990) van Penny Marshall; Minority Report (2002) van Steven Spielberg; als de vader van Bond-boef Mathieu Amalric in Le Scaphandre et le Papillon (2007) van Julian Schnabel; Shutter Island (2010) van Martin Scorsese; Robin Hood (2010) van Ridley Scott en Star Wars: The Force Awakens (2015) van J.J. Abrams.

The Exorcist (1973)

Andere noemenswaardige rollen vertolkte hij als Jezus in The Greatest Story Ever Told (1965) tegenover collega-Blofelds Donald Pleasence en Telly Savalas en met Timothy Dalton was Von Sydow te zien als duivelachtige schurk in Flash Gordon (1980).

Never Say Never Again (1983)
Op zoek naar een geschikte Blofeld voor Sean Connery's eenmalige terugkeer als 007 in Never Say Never Again, klopte regisseur Irvin Kershner aan bij de veelzijdige Max von Sydow. Von Sydow maakte een vriendelijke schurk van deze Blofeld, minder opvallend dan zijn voorgangers uit de Eon-reeks. Veel om het lijf heeft de rol niet. Ondanks zijn karige optreden, blijft het ook deze keer een genoegen om naar Von Sydow te kijken en vooral naar hem te luisteren.

In totaal speelde Von Sydow in meer dan honderd film- en tv-producties. Max Von Sydow is twee keer getrouwd geweest en was vader van vier kinderen. Hij overleed gisteren in Frankrijk, heeft zijn echtgenote vandaag laten weten aan Paris Match.

woensdag 4 september 2019

THR bevestigt Waltz' terugkeer als Blofeld

Christoph Waltz keert in No Time to Die terug als Blofeld. Dat schrijft The Hollywood Reporter in een artikel over Waltz' nieuwste filmproductie Quibi: ‘(...) the actor is set to reprise his role as the villainous Blofeld in the upcoming James Bond movie No Time to Die.’


Wellicht dat het niet helemaal de bedoeling was het nieuws op deze manier wereldkundig te maken, maar ach, zo'n verrassing is het ook niet. In juli meldde Baz Bamigboye deze scoop al, en twee jaar geleden was het al op Bond Blog te lezen.

De verwachting is dat Blofeld dit keer meer een rol achter de schermen speelt, aan het eind van Spectre (2015) werd hij immers gearresteerd. Rami Malek is de nog naamloze hoofdschurk in No Time to Die. Dat we nog niet weten wie hij gaat spelen, maakt de nodige geruchten los.

Rami Malek
Slaat de titel No Time to Die bijvoorbeeld op de terugkeer van Dr. No? Zou kunnen dat Malek een hernieuwde versie van deze eerste Bond-boef is, al vermoed ik van niet. Blofeld is vooralsnog de enige schurk die meerdere malen door de gehele Bond-geschiedenis in vele gedaanten is teruggekeerd. Naast de vaste karakters als M, Q en Moneypenny, zijn er verder altijd nieuwe personages bedacht al lijken die soms op een oude. Zo is Madeleine uit Spectre en No Time to Die te vergelijken met Tracy uit On Her Majesty's Secret Service (1969). Zou zo maar kunnen dat haar eenzelfde lot als de eerdere Mrs. Bond te wachten staat.

Om nog een stap verder te fantaseren, zou het natuurlijk ook kunnen dat Rami Malek diezelfde Blofeld is na transformatie van diens uiterlijk. Fleming beschreef in zijn Blofeld-trilogie dat de leider van SPECTRE bij iedere hernieuwde kennismaking er totaal anders uitzag.

Laat Waltz maar lekker Blofeld blijven en Malek een compleet nieuwe schurk in dienst van SPECTRE.

vrijdag 12 juli 2019

‘Christoph Waltz terug als Blofeld’

Christoph Waltz speelt ook in Bond 25 de rol van Blofeld. Dat meldt Baz Bamigboye van de Daily Mail op Twitter.


Persoonlijk vind ik dit geen verrassing. Lees hier een uitgebreid artikel uit 2017 over Waltz terugkeer in de volgende Bond-film.

Waltz is deze dagen gezien in de Pinewood Studios. Toen hij werd opgemerkt door een bezoeker, probeerde hij nog: ‘Je hebt me niet gezien...’

Het zal voor het eerst in de historie van de James Bond-films zijn dat een Blofeld-acteur direct terugkeert in zijn rol. Hoewel Anthony Dawson tweemaal gestalte gaf aan de SPECTRE-leider in From Russia with Love (1963) en Thunderball (1965), krijgen we zijn gezicht niet te zien (en zijn stem niet te horen).

Latere incarnaties van Blofeld in You Only Live Twice (1967), On Her Majesty’s Secret Service (1969) en Diamonds Are Forever (1971), werden altijd door een andere acteur gespeeld.

© Bond Blog 2009 — 2026
Video- en fotorechten voorbehouden aan
Danjaq LLC. / Eon Productions, United Artists Co., Amazon MGM Studios, Columbia Pictures, 20th Century Fox Home Entertainment, Sony Pictures Inc., Universal Pictures