Films en seriesFilms en series
Posts tonen met het label Terence Young. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Terence Young. Alle posts tonen

woensdag 1 mei 2024

Beter een slechte dan geen Bond-film

Het leven is leuker met een nieuwe Bond-film op komst. Zo simpel is het. De zinderende voorpret waar we nu al zo lang van verstookt zijn. De eerste foto’s, de speculaties, de geruchten, de nieuwe soundtrack. Het maakt het leven van een Bond-fan aangenamer.


Zonder nieuwe film is het leven ook best te doen; ik krijg tenminste geen bommen op mijn dak, dus reden tot klagen heb ik allerminst. Zo kun je natuurlijk alles relativeren, maar daar krijg je geen stukje mee vol.

De nieuwe lente begint met de aankondiging van de nieuwe nul-nul-zeven. Als dat op enig moment aan de orde is, dan mogen we weer gericht dagdromen. Iedere frutsel van de filmset wordt met chirurgische precisie ontleed. De online fanbase gaat lekker los en speculeert dat het een lieve lust is. Dat is waar wij hoognodig aan toe zijn.

Dat geldt niet alleen voor ondergetekende en alle Bond-fans met mij, ook de gemiddelde bioscoopganger ziet James Bond graag. Twee uurtjes verstand op nul, het vertrouwde recept, een nieuw hoofdstuk aan de jarenlange saga. Met andere woorden: de wereld wordt er in zijn geheel beter van.

Ik durf zelfs te stellen: geef ons liever een slechte Bond-film dan geen Bond-film. Er zitten in de Bond-canon genoeg vijfjes en zesjes waar ik met plezier naar kijk: Diamonds Are Forever, The Man with the Golden Gun, Moonraker, A View to a Kill, Quantum of Solace, Spectre — ik doe maar een greep uit het minder beoordeelde repertoire. Allemaal films die ik met regelmaat en met veel smaak kan waarderen.


Die Another Day is een historisch dieptepunt waar de filmmakers hun best voor moeten doen om daar enigszins bij in de buurt te komen. Zo slecht dat het bijna knap is. Zelfs met een mindere Bond-film ben ik niet bang daar te geraken. Daarbij heeft ieder wangedrocht zijn liefhebbers: ook de aller slechtste Bond-film weet zijn publiek te bereiken. Slecht is slechts een mening.

Bijkomend voordeel is dat mindere en betere Bond-films elkaar dikwijls afwisselen. Beginnen we met een zesje, dan ligt de lat minder hoog voor de volgende en kan het in principe alleen maar meevallen. Ik zie louter voordelen om dit jaar gewoon lekker te beginnen met filmen.

Het kon ooit en het moet wéér kunnen. Huur een regisseur in die van aanpakken weet. Type Terence Young, Guy Hamilton, Lewis Gilbert of de laatste der Mohicanen John Glen. Deze klassiekers hebben met z’n vieren vijftien Bond-titels op hun naam. Vijftien! Dat is met z’n vieren zestig procent van alle Bond-films!




‘Heb je geen zin, dan maak je maar zin.’ Dit is richting de producenten. Tip aan de veel te late kant: doe het nu eens om en om. Je bent al jaren met z’n tweeën, net als Saltzman en Broccoli in de jaren 60, die namen om en om het voortouw. Dan draaiden ze er in het begin zelfs ieder jaar een productie uit! Nu jullie weer.

Het lijkt alsof scepterzwaaister Barbara Broccoli ons moedwillig aan het tarten is. Zolang zij geen zin maakt, gaat er niks gebeuren. Ik krijg steeds meer het gevoel dat zij daar genoegdoening van krijgt en dat nog héél lang kan volhouden. Heerlijk die macht en dan gewoon niks doen. Daniel Craig is volgens haar nog steeds James Bond en zolang er geen opvolger komt, blijft dat ook.

Dat is ook de reden dat de boel niet wordt verkocht. Het is net als Gollem die die ring in zijn reet had gestopt; er zo lang op zitten dat het je wezen aantast. Gelukkig word je er niet van en knapper ook niet. James Bond (lees: Daniel Craig) is Barbara’s precious, daar moet verder iedereen met z’n tengels van afblijven.

Nu is het beslist niet zo dat ik enkel James Bond-pulp verorber, zo zie ik af en toe ook best een aardige film of serie. Laatst nog het wonderschone Ripley. Man, wat een verslaving. Het recente Scoop vond ik goed, Anatomy of a Fall. Grâce á dieu en Tout s’est bien passé van Ozon, een dosis Lanthimos met onder meer The Lobster en Dogtooth (Poor Things mag ik nog zien), en deze kan ik niet vaak genoeg noemen: Watcher van aanstormend talent Chloe Okuno.


Maar voor al deze producties geldt dat ze komen op het moment dat ik ermee in aanraking kom. Ik kijk er niet reikhalzend naar uit. Vaak zijn het verrassingen, want als ik er sporadisch wel op zat te wachten, valt het dikwijls tegen, zoals met Napoleon, de laatste Indiana Jones en Mission: Impossible en om eerlijk te zijn ook met No Time to Die en Spectre daarvoor…

Laat die nieuwe Bond-film ook maar tegenvallen. We tellen dan tenminste weer mee in de bioscoop en hopelijk kunnen we gauw door naar een betere tweede film. Connery deed nummer één en twee in 1962 en 1963, Moore in 1973 en 1974, Dalton in 1987 en 1989, Brosnan in 1995 en 1997 en zelfs Craig had de smaak heel even te pakken voor nummer één en twee in 2006 en 2008. Deel drie gooide in de meeste gevallen helemaal hoge ogen. Ik zie een geruststellende trend.

Wees blij met wat je krijgt en stel je er van te voren niet teveel van voor; een advies dat ik vooral aan mijzelf moet geven…

Het leven is nu eenmaal leuker met een nieuwe Bond-film op komst. Zo simpel is het.

Deze column verschijnt ook bij James Bond Nederland.

zondag 24 maart 2024

A Closer Look

Bij het zoveelste weerzien met On Her Majesty’s Secret Service, viel mij voor het eerst op dat James Bond andere attributen uit zijn lade haalt. Door de begeleidende muziek wordt de aandacht gevestigd op het bekende trio uit (toevallig of niet) de drie Terence Young-films Dr. No, From Russia with Love en Thunderball, maar er is meer dat Bond uit het verleden opduikt. Zo zijn er ook props uit voorgangers Goldfinger en You Only Live Twice aanwezig.

Daarbij is de volgorde van het tonen van de attributen in de montage aangepast. Bond opent namelijk eerst de middelste grote lade, waar de reeks met munten en het Thunderball-dossier liggen. Een fractie later liggen die, samen met de hak uit Goldfinger, de kluisbreker uit You Only Live Twice én het horloge van Red Grant al op de hoek van het bureau en grabbelt Bond Honey’s mes uit zijn linker lade.

In de montage pakt Bond echter eerst het mes (en wie goed kijkt ziet het horloge al liggen), daarna (nogmaals) het horloge en als laatste de rebreather. Hoogstwaarschijnlijk is in de montage pas besloten om hier de muziekjes onder te zetten en vonden regisseur Peter Hunt en editor John Glen het nodig om de filmchronologie aan te houden.

woensdag 7 februari 2024

Vuistdik naslagwerk over ‘Dr. No’ op komst

Taschen, die van The James Bond Archives, komt volgende maand met een 500 pagina’s tellend boek over Dr. No. Het is 62 jaar geleden dat de eerste James Bond-film werd gemaakt.

Zoals van Taschen gewend, belooft het een prachtexemplaar te worden. Alleen die prijs...

Het boekwerk komt beschikbaar in twee prijsklassen: een Collector’s Edition van 1462 exemplaren voor €897,95. En twee genummerde Art Editions van elk 500 exemplaren vergezeld van een ingelijste ChromaLuxe-print door fotograaf Bert Cann. De prijs van laatstgenoemde is €1794,95.

In het rijk geïllustreerde boek zijn de dag-tot-dagverslagen te vinden over welke scènes wanneer werden opgenomen en wie welke beslissingen nam. Onder de 1007 afbeeldingen in het boek bevinden zich niet eerder gepubliceerde foto’s genomen door Bert Cann, Bunny Yaeger en Bradley Smith.

Verder bevat het boek inzichten van de inmiddels overleden producenten Cubby Broccoli en Harry Saltzman, regisseur Terence Young en production designer Ken Adam.

Pre-order als je durft: 007Store.

zaterdag 16 juli 2022

Bond-regisseur beschuldigd van seksueel wangedrag

James Bond-regisseur Terence Young zou zich hebben misdragen tegenover actrice Marguerite LeWars, fotografe Annabel Chung in Dr. No. LeWars vertelt deze week in een interview dat de regisseur haar besprong toen ze in Jamaica samen achterin een limousine zaten op weg naar de wrap party van de eerste Bond-film.



LeWars heeft het voorval zestig jaar voor zich gehouden. Het is tijdens het video-interview dat zij hier naar eigen zeggen voor het eerst over begint.

Young nodigde LeWars uit om samen naar het eindfeest van de opnamen in Jamaica te rijden. Het tweetal nam plaats achterin een limousine. Niet veel later voegden ook Sean Connery en Ursula Andress zich bij de regisseur en de kersverse actrice. Terence Young leunde voorover en fluisterde Connery iets toe. De James Bond-acteur gaf LeWars een verbaasde blik en samen met Andress vertrok hij weer.

Sean Connery en Marguerite LeWars op de set van Dr. No (1962)

Young gaf de chauffeur opdracht naar het feest te rijden. De wrap party bevond zich aan het einde van een lange afgelegen weg. Tijdens deze rit greep Young de toen 21-jarige actrice op verschillende plaatsen. LeWars schrok zo dat ze de regisseur een klap in zijn gezicht gaf. Dit deed hem blijkbaar weinig, hij bleef doorgaan. LeWars gaf hem nog een klap.

De actrice beet de regisseur toe dat ze hem bij een volgende poging serieus zou verwonden. Ze dreigde uit de auto te springen. Als ze het niet zou overleven, was het zíjn schuld. Daarop dreigde Young op zijn beurt om LeWars uit Dr. No te knippen. Het interesseerde haar niets, ze was toch al betaald voor haar bijdrage.

Marguerite LeWars als Annabel Chung in Dr. No (1962)

Zo’n twee maanden later belde de Young de Jamaicaanse op vanuit Londen. Geen verontschuldiging. LeWars moest naar Londen komen, naar Pinewood Studios, om haar dialoog opnieuw in te spreken. De actrice weigerde, ze wilde niets meer met Young te maken hebben. Opnieuw dreigde de regisseur haar uit de film te knippen. Het liet haar koud: of ze werd eruit geknipt of iemand anders zou haar stem inspreken. LeWars hing op.

Dit is, zoals de actrice in het interview aangeeft, de werkelijke reden dat haar eigenlijke stem niet te horen is in de film. Een trucje dat met name in de vroege Bond-films veelvuldig werd gebruikt. Met name in Dr. No zijn bijna alle vrouwelijke stemmen afkomstig van dezelfde stemactrice: de vorig jaar overleden Nikki van der Zyl.

Terence Young regisseerde na Dr. No nog twee Bond-films: From Russia with Love (1963) en Thunderball (1965). Hij overleed in 1994 op 79-jarige leeftijd. Marguerite LeWars wordt dit jaar 82. Dr. No is de eerste en laatste film waarin zij heeft opgetreden.

Het hele interview is hieronder te bekijken. Bovenstaand verhaal begint vanaf 22:00.

zondag 16 januari 2022

Zestig jaar geleden: eerste draaidag ‘Dr. No’

Vandaag, precies zestig jaar geleden, was de eerste draaidag ooit voor een James Bond-film. Op 16 januari 1962 werd voor Dr. No de aankomst van James Bond op het vliegveld van Kingston in Jamaica gefilmd, waarbij 007 probeert een fotografe te slim af te zijn en hij een telefoontje pleegt met de ambassade. Na deze eerste draaidag waren de eerste twee minuten voor de eerste James Bond-film vereeuwigd.

Sean Connery en Margaret LeWars op het vliegveld van Kingston

Voor deze eerste opnamen waren de volgende acteurs aanwezig: Sean Connery als James Bond, Margaret LeWars als de fotografe, Reggie Carter als chauffeur Mr. Jones, Jack Lord als Felix Leiter en John Kitzmiller als Quarrel. Van Kitzmiller is enkel een glimp te zien als Felix’ chauffeur voordat zij de achtervolging op Bond en Jones inzetten. LeWars is na zestig jaar nog de enige overlevende uit deze scènes.

Regisseur Terence Young te midden van Sean Connery en Reggie Carter

De filmploeg bleef tot en met 21 februari filmen op Jamaica, waarna het team terugkeerde naar Engeland voor de eerste studio-opnamen in de decors van Ken Adam. Hier filmden Bernard Lee als M en Lois Maxwell als Miss Moneypenny hun eerste scènes, evenals Joseph Wiseman als titelfiguur Dr. No.

De opnamen van Dr. No werden na 58 dagen afgesloten op 30 maart 1962. Het duurde daarna nog een halfjaar voordat de film op 5 oktober in première ging.

De Nederlandse bioscoopganger maakte pas in januari 1963 voor het eerst kennis met James Bond op het witte doek. Hier draaide James Bond Contra Dr. No vanaf 31 januari in... twee bioscopen, in Royal en Nöggerath in Amsterdam. Royal hield het na één week voor gezien en verving Dr. No vanaf 7 februari voor de film Inspecteur Gorilla slaat erop los; bij Nöggerath bleef James Bond nog zes weken draaien.

De Telegraaf 30-01-1963

En zo trok geheim agent 007 vanaf dat moment door Nederland; een weekje hier, twee weekjes daar en soms alleen een weekend en dat jaar na jaar.

In 1969 draaide Dr. No voorlopig voor het laatst. Wie de film nog wilde zien, kon in de week van 10 september 1969 naar De Hallen in Amsterdam. In 1970 en 1971 draaide Dr. No nergens in Nederland in de reguliere bioscoop. Pas in 1972, tien jaar na de wereldpremière, was de film vanaf december weer te bekijken.

zaterdag 20 juni 2015

Honderd jaar Terence Young

Eén van de meeste invloedrijke personen uit de historie van de James Bond-films zou vandaag honderd jaar zijn geworden: drievoudig Bond-regisseur Terence Young. De man die van Sean Connery een superster maakte.


‘Sean Connery, Sean Connery, Sean Connery.’ Dat waren volgens Terence Young de drie belangrijkste elementen voor het succes van James Bond. Young maakte de eerste twee Bond-films Dr. No en From Russia with Love. Goldfinger sloeg hij af, en na zijn derde, Thunderball, hield hij het voor gezien. Pogingen om hem later terug te vragen, liepen op niets uit. Of het moest de aller laatste Bond-film worden, dat zag hij wel zitten.

James Bond is er nog steeds. Terence Young al lang niet meer. Hij overleed ruim twintig jaar geleden op 79-jarige leeftijd.

Terence Young en Sean Connery op locatie voor From Russia with Love (1963)

Terence Young werd in 1915 geboren in Shanghai, als zoon van een Britse politieofficier die gestationeerd was in China. De eerste stappen in de filmwereld waren begin jaren 40 als scenarioschrijver. Na de Tweede Wereldoorlog, waar Young als tankcommandant deelnam aan operatie Market Garden (vooral bekend door de Slag om Arnhem), regisseerde hij in 1948 zijn eerste speelfilm: Corridor of Mirrors. Dit was trouwens ook het filmdebuut van Christopher Lee. Lois Maxwell, die later Miss Moneypenny zou spelen in veertien Bond-films, heeft een bijrol in Youngs regiedebuut.

Gedurende de jaren 50 zou Terence Young voor Warwick Films een viertal avonturenfilms maken. Warwick was eigendom van Irving Allen en Albert R. Broccoli. Deze laatste had interesse in de James Bond-verhalen van Ian Fleming. Allen, die er niks in zag, schoffeerde Fleming en liet Broccoli beduusd achter. Korte tijd later zou Broccoli in zee gaan met Harry Saltzman en de eerste Bond-film Dr. No maken. Met als regisseur: Terence Young.

Terence Young regisseert Sean Connery en Ursula Andress in Dr. No (1962)

Voor de eerste Bond-film vroegen Broccoli en Young een aantal crewleden terug die aan films van Warwick hadden meegwerkt. Zoals stuntman Bob Simmons en cinematograaf Ted Moore, die uiteindelijk bij acht Bond-films achter de camera plaats zou nemen. De hoofdrolspeler was ook een oude bekende van Young: de Schotse acteur genaamd Sean Connery. Die eerder een bijrol had in Action of the Tiger van Terence Young.

Connery voldeed niet direct aan het plaatje van James Bond zoals bijvoorbeeld Ian Fleming voor ogen had. Connery was te weinig gentleman. Young nam de jonge Schot onder zijn hoede en leerde hem hoe hij zich moest bewegen, hoe hij zich moest kleden en zelfs hoe hij moest eten. De regisseur creëerde het James Bond-personage vooral naar zichzelf, een avonturier die van de goede dingen des levens geniet. Nadat het personage, op aanwijzing van Terence Young, in Dr. No werd geïntroduceerd, kon niemand meer om Sean Connery heen. Tegen wil en dank voor altijd James Bond.

Onuitwisbaar: de introductie van James Bond in Dr. No

Terence Young met Dr. No-acteur Joseph Wiseman

Dr. No bleek een succes, de voorbereidingen op de tweede Bond-film From Russia with Love waren inmiddels in gang gezet. Een tumultueuze productie die vertraging opliep en boven het verdubbelde budget (ten opzichte van Dr. No) uitkwam; één van de hoofdrolspelers (Pedro Armendáriz) bleek terminaal ziek en kwam te overlijden (Young fungeerde als stand-in voor langeafstandsshots); een helikopter met onder meer de regisseur aan boord stortte neer in een Schots meer, Young en inzittenden wisten ternauwernood te ontsnappen; Bond-girl Dianiela Bianchi raakte gewond tijdens een auto-ongeluk; het script werd tijdens de opnames herschreven; tijdens de montage werden vele scènes verplaatst, terwijl belangrijke scènes nog moesten worden opgenomen. Al met al een rommelige productie, maar wat een film!

Sean Connery en Daniela Bianchi geregisseerd door Terence Young in From Russia with Love

Terence Young kreeg ook de kans Goldfinger te maken, maar dat liep stuk op salarisonderhandelingen. Young besloot een ander filmproject te kiezen. Waarop Broccoli en Saltzman voor hun derde Bond-film met Guy Hamilton in zee gingen.

Voor Thunderball was Young weer terug. Ditmaal omdat Hamilton een volgende Bond-film afsloeg (hij zou er later nog drie maken). Thunderball vormde aanvankelijk de basis voor de eerste Bond-film. Het gelijknamige boek was namelijk op dat moment het nieuwste avontuur van Fleming, maar wegens een juridische strijd over wie nu de rechthebbende eigenaar van dat verhaal was (zie The Battle for Bond) werd gekozen om eerst Dr. No te maken. Als vierde film kwam Thunderball dan eindelijk in aanmerking. Broccoli en Saltzman sloegen de handen ineen met medeproducent Kevin McClory en Terence Young begon aan zijn derde Bond-film. Volgens Young werd Thunderball op het juiste moment gemaakt. Als eerste film hadden ze dit resultaat (met het beperkte budget van toen) nooit kunnen bereiken.

Terence Young met Sean Connery en Claudine Auger op locatie voor Thunderball (1965)

Thunderball sloeg in als een bom. Mede dankzij de goede kritieken van voorganger Goldfinger, werd deze vierde Bond-film de meest lucratieve uit de reeks. Een record dat onlangs pas verbroken is door Skyfall.

Voor You Only Live Twice (geregisseerd door Lewis Gilbert) is Terence Young niet meer in aanmerking gekomen. De Bond-films werden te groot en te fantasierijk, waarbij de technische hulpmiddelen belangrijker werden dan het verhaal en de personages. Iets dat bij Goldfinger werd ingezet en bij Thunderball steeds duidelijker werd. Young was uit onenigheid al niet meer betrokken bij de montage van zijn laatste Bond-film. In plaats daarvan regisseerde hij een ander verhaal van Ian Fleming: The Poppy Is Also a Flower.

Terence Young op locatie voor The Amazons (1973)

Na zijn James Bond-carrière bleef Young tot eind jaren 80 met wisselend succes films maken. De man die aan de basis van 007 stond, zoals wij die nu in de bioscoop nog kennen, overleed op 7 september 1994 in Cannes aan een hartaanval.

woensdag 6 maart 2013

Mendes slaat aanbod Bond 24 af

Skyfall-regisseur Sam Mendes heeft geen tijd voor Bond 24. Dat zegt hij in een exclusief interview met filmmagazine Empire.

Sam Mendes met DOP Roger Deakins op locatie voor Skyfall (2012)

Zoals wellicht bekend, regisseert Mendes komende jaren Charlie and the Chocolate Factory en King Lear voor toneel. Met nog een aantal andere projecten op stapel, past een Bond-film simpelweg niet in dat schema.

Mendes heeft wel aangegeven dat het afwijzen van de volgende Bond-film een moeilijke beslissing voor hem is geweest. Skyfall is de beste filmervaring die hij ooit heeft meegemaakt. Onlangs nog leek een deal al bijna rond.

Daniel Craig en Sam Mendes

Producers Barbara Broccoli en Michael G. Wilson zeggen in een reactie het besluit van Mendes te respecteren. Ze houden een optie om Mendes een andere Bond-film te laten regisseren open. De samenwerking is de producers goed bevallen en hopen ooit op een vervolg

Voorgangers Terence Young, Guy Hamilton, Lewis Gilbert en Martin Campbell zijn, na een kortere of langere pauze, allemaal weer teruggekeerd naar 007. Never Say Never...

dinsdag 18 december 2012

Cinema Retro's Movie Classics: Dr. No

Website MovieMorlocks recenseerde een paar dagen geleden de laatste editie van Cinema Retro's Movie Classics magazine. De recensie was lovend en daar ben ik het roerend mee eens. Die bespreking bracht me op het idee mijn eerste gastcolumn over dit magazine te schrijven.

Door gastauteur Dion Janssen


Ik ben al lange tijd fan van films uit de jaren '60 en '70, de gouden jaren van Hollywood. De films uit dit tijdperk waren revolutionair. Veel jonge filmmakers van destijds maakten gewaagde en schokkende films die aansloten bij het grauwe tijdsbeeld, zoals de Vietnam-oorlog.

Als eerbetoon aan de films uit de jaren '60 en '70 werd in 2005 het tijdschrift Cinema Retro opgericht door Lee Pfeiffer en Dave Worrall. De oprichters zijn in de Bond-wereld bekend van onder meer evenementen, boeken en documentaires.

Lee Pfeiffer (links) en Dave Worrall

Per toeval ontdekte ik Cinema Retro op het internet. Cinema Retro bracht vier jaar geleden naast de gewone editie een speciale editie van het magazine uit. Dit speciale nummer was, in tegenstelling tot de gewone edities, steeds geweid aan één film en verschijnt ieder jaar. Beginnend met Where Eagles Dare (1966), daarna kwam The Man with No Name-trilogie(1964-1966) en vorig jaar werd Kelly's Heroes (1970) uitgegeven.

Het zal niemand zijn ontgaan: dit jaar bestond James Bond 50 jaar. Een goede reden voor Cinema Retro om hun vierde speciale editie aan de eerste Bond-film Dr. No te weiden.


Ook deze laatste editie is weer verbluffend. Boordevol exclusieve foto's, informatie en interviews. Hoogtepunt voor mij in deze uitgave: het interview met scenarioschrijfster Joanna Harwood. Ze heeft in haar leven nauwelijks een interview gegeven, en dat is misschien maar goed ook, want in dit gesprek laat mevrouw Harwood geen spaan heel van regisseur Terence Young: 'Terence Young is someone I did not like at all. He was extraordinary pleased with himself for a start. I think he was absolutely convinced he was the best director out.'

Wat de eerste Bond-girl Ursula Andress met Joanna Harwood gemeen heeft, is een hekel aan het geven van interviews. Maar het is Cinema Retro gelukt ook een kort interview af te nemen met de beroemdste aller Bond-girls.

Het mooiste aan Cinema Retro is de passie waarmee zij hun magazines maken. Ze zijn nauwelijks commercieel bezig, hun website is bijvoorbeeld vrij gedateerd en onoverzichtelijk, maar hun vuistdikke magazine van 148 pagina's compenseert dat volledig.

Voor Bond-fans is de Dr. No-editie een absolute must-have.


Cinema Retro kan hier besteld worden. Op is op.

maandag 6 juli 2009

Gekke mannen

Editor Peter Hunt hield de vaart er flink in bij Dr. No. Op aandringen van regisseur Terence Young knipte hij hele stroken film aan gort en plakte deze aan elkaar om een scène te creëren. De Bond-film uit 1962 kreeg daardoor een enorme vaart. Ongekend voor die periode. Tegenwoordig oogt Dr. No wat traag. 

De Amerikaanse hitserie Mad Men (iedere woensdag te zien bij de Vara) ademt precies diezelfde sfeer. Niet alleen speelt het verhaal zich begin jaren zestig af – de rustige cameravoering doet denken aan films uit die periode. Alsof een product uit de sixties een HD-transfer heeft gekregen, want het ziet er natuurlijk wel oogverblindend helder uit.

Iedere Bond-liefhebber die de serie ziet, denkt automatisch terug aan de vroege Bond-films. Ook al probeerde Bond zijn tijd ver vooruit te zijn; de kleding en kapsels, de interieurs, de gewoonten – ze zijn meedogenloos. Het is de tijd van onafgebroken roken, altijd en overal die peuk in het hoofd. De tijd waar een Bond-girl zich niet hoefde te schamen als zij meer borsten dan brein had.

Omdat ik pas bij de derde aflevering van Mad Men ben, heb ik nog geen directe link naar Bond gezien. Het zou mij niets verbazen als Sean Connery ergens genoemd wordt, die begin jaren zestig alle ogen op zich gericht kreeg. Ook van de reclamewereld. Zowel Smirnoff als Jim Beam konden op zijn goedkeuring rekenen.

De tot nu toe duidelijkste overeenkomst tussen Bond en Mad Men zit 'm in de begintitel. Wie het weet mag het zeggen!

donderdag 9 april 2009

Vandaag de eer aan Tony Gilroy

Ja ja, Tony Gilroy. De man achter Jason Bourne, met als regisseur twee films op zijn conto... De lijst kandidaten om de volgende Bond-film te maken groeit zo wel heel snel. Noem maar een naam die ooit een film heeft geregisseerd, maakt niet uit. Uiteindelijk zal hier de juiste naam vast wel eens bijzitten. En dan hoor je: zie je wel, ik had gelijk! 

De nieuwe Bond-regisseur, daar valt geen peil op te trekken in dit stadium. Zekerheid hebben we pas als producenten Wilson en Broccoli de echte naam bekendmaken. Dat geldt overigens voor al het officiële Bond-nieuws: de titel, de hoofdrolspelers, de maker van de titelsong. Broer en zus houden de touwtjes strak in handen. Worden ze met de naam van 'Gilroy' geconfronteerd, dan zullen ze zeggen: we zijn nog in onderhandeling, we kunnen in dit stadium nog niets zeggen, we hebben diverse kandidaten op het oog... Dat soort gedraai.

Met Marc Forster, die door Quantum of Solace tot het lijstje Bond-regisseurs is toegetreden, wordt het al helemaal moeilijk om iets zinnigs over een opvolger te zeggen. Forster is immers een Zwitser van geboorte en voor zijn tijd hadden we één zekerheid: een Bond-regisseur is afkomstig van de Britse commonwealth. Door Forster ligt dus eigenlijk de hele wereld open en kunnen we desnoods Aad van Toor nomineren!

Moet ik gelijk wel even een nuance aanbrengen: de eerste én de tweede Bond-regisseur, respectievelijk Terence Young (Dr. No, From Russia with Love en Thunderball) en Guy Hamilton (Goldfinger, Diamonds Are Forever, Live and Let Die en The Man with the Golden Gun) werden geboren in Shanghai en Parijs.

We wachten met spanning af: wordt het Gilroy, dan heb ik hem hier in ieder geval al even genoemd. Kan ik achteraf altijd nog zeggen: zie je wel!

© Bond Blog 2009 — 2026
Video- en fotorechten voorbehouden aan
Danjaq LLC. / Eon Productions, United Artists Co., Amazon MGM Studios, Columbia Pictures, 20th Century Fox Home Entertainment, Sony Pictures Inc., Universal Pictures